De rechter die richting wijst

Jeugd- en familierechter Gea Brands. beeld Carel Schutte

Rechters in ivoren torens? „Juist door wat wij allemaal langs zien komen, weten we wat er speelt”, zegt Gea Brands.

Al werkt ze met overgave, als jeugd- en familierechter kan ze het bijna niet goed doen. Ouders in echtscheiding, die zitten nogal eens voor haar. „Als je beiden niet meer door één deur kunt, is het haast onmogelijk tóch boven jezelf uit te stijgen en je samen te concentreren op het belang van het kind.” Van Gea Brands wordt een uitspraak verwacht, maar meer dan eens is haar inzet: tijd geven, een traject van bemiddeling of hulp aanbieden. Vertragen is verdiepen in een proces waarin zij de touwtjes in handen heeft. Zij is het die het leven van mensen, van kinderen, een richting in stuurt.

Ze deed wijsheid op bij prof. Jan Dengerink. Hij onderwees haar in Dooyeweerds ”Wijsbegeerte der wetsidee”, waarin de samenleving wordt beschreven aan de hand van kringen met specifieke kenmerken. „Familie en gezin worden in die filosofische beschrijving niet getypeerd door het juridische aspect van de werkelijkheid, maar door liefde en trouw. Dus wanneer het recht zich gaat bemoeien met die leefgemeenschap, moet dat haast tot mislukken gedoemd zijn.”

Zien we hier dan een gedesillusioneerde rechter? Welnee, Gea Brands, tot januari senior rechter in Arnhem en sinds dit jaar raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam, weet op welk moment ze van betekenis kan zijn. Ze is als Salomo in de zittingszaal. „Ik bid niet voor de mensen persoonlijk over wie ik rechtspreek, maar wel dat ik me zal inzetten voor hen en hun het beste mag geven wat mogelijk is.”

Energie in strijd

De zitting biedt ruimte voor gesprek. Mensen moeten „gehoord worden en procedurele rechtvaardigheid ervaren.” Voor de meesten is het toch indrukwekkend, zo’n rechtszaal en een rechter. Sommigen zijn verstandelijk onmachtig. „Die moet je duidelijk uitleggen wat je doet, hoe het verloopt en wat je gaat beslissen. Wat er tijdens die zitting wordt gezegd, is voor mensen heel belangrijk. Kon ik mijn verhaal kwijt? En: wat heeft de rechter meegegeven?”

Meer dan eens als ze een beslissing uitstelt, om eerst een traject met een therapeut een kans te geven, zijn ouders vervolgens wél in staat samen afspraken te maken. „Als ik zie hoeveel energie er in strijd gaat zitten, denk ik weleens: had je diezelfde energie niet kunnen aanwenden om het misschien toch samen te proberen?”

Bent u rechter of mediator?

„In de eerste plaats rechter, maar het helpt als je mediationvaardigheden kunt inzetten. Dat heb ik wel teruggekregen van advocaten in zaken die vast leken te zitten: „Toen stelde u een vraag waardoor er beweging in kwam.” Dat gaat bij mij intuïtief. Ik ben nieuwsgierig en vind mensen eindeloos boeiend. Ik probeer hen op een diepere laag te bereiken: Wat beweegt je? Wat houdt je tegen? Helpt het als ik een beslissing neem, of zie ik je volgend jaar terug omdat het dan nog niet is opgelost?”

Ze is een vrouw met stijl, zo lijkt het. In kleding –geen doorsneeaankopen–, met gouden oorbellen die als motief lijken terug te keren in haar donkere jack. En ook het moderne huis, met in de hal hoge ramen met glas in lood, vertoont klasse. Een flinke vitrinekast staat vol fossielen, een verzamelhobby van haar man. Deels gekocht, deels zelf gevonden in zandafgravingen. Ze heeft er geen moeite mee, „het huis is van ons tweeën.” Haar hobby (naast naaien, behangen, koken, fietsen, wandelen, fitness en hardlopen – „als je goed plant, kun je een hoop dingen doen”) is de tuin. Die staat vol bloeiende planten, niet al te geordend. En na de bloei vervangt ze die vrolijk door andere. Zo tref je Gea en Wolter Brands regelmatig op de grote markt in de stad. Fietstassen vol, tassen aan het stuur – kan er nog een zak aarde bij? En dan zwaarbeladen, een beetje wiebelend naar huis.

Waar zich dit tafereel afspeelt, komt niet in de krant. Dat vindt ze fijner. Emoties kunnen hoog oplaaien en er is weleens een poging gedaan haar op te zoeken. Ouders kunnen zich onmachtig voelen en zich gaan richten op de strijd tegen ”het systeem”. „Boosheid mag, maar wel binnen zekere grenzen. In de rechtszaal komt het gelukkig maar een enkele keer voor dat er extra maatregelen worden getroffen en nog minder vaak word je als rechter persoonlijk benaderd.”

Er hangt een schilderij van hun dochter –als tienermeisje– in de kamer. Hun enig kind. Haar komst was een wonder. Eigenlijk vindt ze het te persoonlijk om over te praten, maar dan vertelt ze toch over haar gebed in die tijd („ik vraag niet, ik vertrouw mij toe”) en over een bijzondere periode in de kerk. „Een paar keer achter elkaar hoorden we van mensen die geen kinderen konden krijgen en toch zwanger werden – voor God is niets te wonderlijk, werd gezegd. En toen was ook ik zwanger. We waren er zo blij mee.”

Dat was in 1986, en de man van Gea Brands is meteen minder gaan werken om ook voor hun dochter te kunnen zorgen, wat in die tijd niet vanzelfsprekend was. „De rol van vaders in het leven van kinderen is zo belangrijk. Ik kom veel zaken tegen waarin vaders hun kinderen niet meer zien. In de tijd dat ik lector was in ons opleidingsinstituut voor familierechters heb ik daarvoor aandacht gevraagd: het contact met de vader moet als het even kan behouden blijven. Ik vind het zo schrijnend als ik een kind hoor zeggen: „Mijn vader heeft nu alle kansen gehad.” Dan denk ik: Ach kind, het is nooit klaar. Die emotionele band met een ouder kun je niet doorsnijden.”

Koestering

Op tafel ligt een Volkskrantinterview met de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter over verdriet in het leven, dat niet te vermijden is. „Een mensenkind heeft eten en drinken nodig, maar ook koestering. We moeten elkaar vastpakken. respectvol (...) maar alsjeblieft, pak elkaar vast. Dat is zo’n menselijke behoefte…” Ze citeert hem met instemming. Wie een irreëel beeld van geluk heeft, raakt teleurgesteld in het leven, in de ander. „Echtscheidingen zijn daarvan vaak een uiting”, denkt Gea Brands. „Je moet leren omgaan met teleurstellingen, met de ander, die niet aan jouw verwachtingen voldoet. Het is niet per definitie zo dat de ander moet veranderen om toch weer verbinding te krijgen. Daarin kun je zelf ook een rol spelen. Daarvoor ben je zelf verantwoordelijk.”

Van jezelf afzien, hebt u dat geleerd?

„Doorlopend. Ik wilde altijd al medicijnen studeren, maar werd uitgeloot. Toen werd het op aanraden van mijn vader rechten. Om dienstbaar te kunnen zijn aan de samenleving, want dat is mijn levensovertuiging: je naaste liefhebben en je talenten gebruiken. Na mijn rechtenstudie gingen we trouwen. Mijn man was al tandarts, dus de regio waar ik een baan moest zoeken, stond vast. Ik solliciteerde op een baan als docent, tevergeefs, en ging toen promoveren. Dat was monnikenwerk.”

Dat zijn toch luxe teleurstellingen?

„Ik voel me absoluut een bevoorrecht mens. Maar het is onzin dat je niet weet wat er speelt als je het niet zelf hebt ervaren. En ik heb in mijn jeugd echt wel ondervonden hoe het is als je geen geld hebt. Mijn vader moest in Den Helder voor zichzelf beginnen. Hij ontwierp en fabriceerde lampen. De dozen stonden tot het plafond in de kamer, met een klein gangetje ertussendoor. Dat was hard werken.”

Ze straalt een en al zachtmoedigheid uit, maar gaan mensen het vooroordeel voeden van rechters in ivoren torens, dan mengt ze een scheut verontwaardiging in haar zinnen: „Het is gewoon niet waar. Juist door wat wij allemaal langs zien komen, weten we wat er speelt. En dat een verhaal nooit zwart-wit is.”

Zaken die ze moet behandelen zijn complex, en dat geldt ook voor het leven van mensen. „Gek hè, ik denk zelden: jij bent echt slecht. Mensen hebben allemaal hun verhaal. Bovendien is het voor mij als rechter niet zo relevant. Het gaat erom dat je op dat moment in het leven van zo’n volwassene of jongere een richting kunt aangeven.”

Herkent u het kwaad in uzelf als u wordt geconfronteerd met het gedrag van anderen?

„Bij mij zit het vaak vast op keuzes maken: waarin stop ik energie? En op trouw: kies ik goed in het leven? Ben ik trouw aan de mensen die mij nabij zijn? De werkdruk is ontzettend hoog, maar dat fungeert zomaar als makkelijk excuus. Vorig jaar ben ik minder gaan werken. Want ik merkte dat ik niet eens tijd had om met mijn moeder mee te gaan naar het ziekenhuis, waar mijn vader toen lag. Dat kan niet hè?”

Speelt eergevoel of trots in uw werk?

„Nee, trots past niet bij mijn levensovertuiging. Ik ben dankbaar. En perfectionistisch. Dat is een zwakke karaktertrek, dan kom je algauw tijd tekort.”

Eigen atelier

Ze spiegelt zich aan haar beide oma’s. De een moest dapper zijn omdat haar man al jong stierf. „Ze werd coupeuse, want ze moest voor de kost zorgen. Ze had een eigen atelier en op een gegeven moment groeide dat en leidde ze ook meisjes op tot naaister. Ze was zelfstandig, ging met haar zus op vakantie naar Joegoslavië. Mijn andere oma nam eveneens het voortouw, omdat mijn opa wat zenuwachtig aangelegd was. Een groot gezin, ze hadden het niet breed.”

Ook Gea’s ouders werkten hard, zo zelfs dat ze op zondag soms te moe waren om naar de kerk te gaan. „Dan ging ik zelf, samen met een vriendin.” Later gaf ze catechese aan „mensen met een cognitieve beperking.” „Toen leerde ik hoe je kunt aansluiten bij het niveau van allerlei mensen. En hoewel ik de lesgaf, brachten zij mij met hun onvoorwaardelijke geloofsvertrouwen dichter bij Jezus, het fundament van mijn leven.”

Ze liet zich aanmoedigen op de EO Jongerendag en door Anne van der Bijl van Open Doors. „Mensen die ergens voor gaan, roepen iets wakker in mij. Dat zal met mijn karakter te maken hebben.”

Als je zo gedreven bent, en voor mensen in de rechtszaal het goede wilt zoeken, kan het dan ook te zwaar zijn?

„Dan zou ik het verkeerde vak hebben gekozen. Ik kan het weer van me afzetten. Maar is er een zitting, dan moet ik fit zijn, met een open mind, verbinding leggen met mensen en afwegen: neem ik een beslissing of kunnen ze een hulptraject in?” Vroeger was haar rol eenzijdiger: je nam een beslissing of vroeg de Raad voor de Kinderbescherming om een nader onderzoek. En het decor was een bureau met schriftelijke stukken. „Maar de vertaalslag op papier verhult vaak waar het echt om gaat in een conflict. Standpunten verwoorden op papier leidt tot polarisatie. Dan gaat ieder vanuit de eigen loopgraaf de ander beschieten. Maar straks moeten die ouders verder. Daarom is het gesprek in de zittingszaal zo belangrijk. De commissie-Rouvoet kijkt of er nog meer verbeteringen mogelijk zijn. Zouden we bijvoorbeeld kunnen werken met één gezinsvertegenwoordiger die voor beide partijen het geschil onder woorden brengt: dit is het probleem waardoor deze mensen vastlopen. En dan kan een rechter kijken wat de beste beslissing is.”

Hoort u hoe het verder gaat met een kind, met ruziënde ouders, na uw beslissing?

„Vaak niet. Nadat ik een kind onder toezicht heb gesteld, ben ik het kwijt, dan gaat de gezinsvoogd aan de gang. Moet die periode worden verlengd, dan zie je het terug en lees je hoe het gegaan is. Dat biedt de gelegenheid tot reflectie: had ik het anders kunnen doen?”

Als u kinderen onder toezicht stelt, draagt u ze dan met een gerust hart over?

„In de jeugdzorg doen mensen vreselijk hun best, maar de transitie, waarbij de verantwoordelijkheid bij de gemeenten is gelegd, is nog niet gelukt. De gedachte van een gemeente die dicht bij het gezin staat en integraal hulp aanbiedt, is goed. Maar praktische problemen –geen huisvesting of grote schulden– kunnen veel stress veroorzaken. Dat kan invloed hebben op de invulling van een zorgregeling na een scheiding. Als een gescheiden vader bij zijn eigen ouders intrekt, kan hij daar dan ook de kinderen hebben?

Een kinderbeschermingsmaatregel is ingrijpend, want je ontneemt ouders een deel van de zeggenschap. Dan moet er de nodige hulp beschikbaar zijn, zonder wachtlijsten. Maar de praktijk is weerbarstiger. Soms is er maandenlang geen gezinsvoogd beschikbaar.

Of voor een kind dat na maanden in een gesloten instelling toe is aan een volgende stap is geen passende voorziening beschikbaar. Dan besluit je uit nood weleens de vrijheidsbenemende maatregel te verlengen, omdat het alternatief desastreus zou zijn voor zo’n jongere.”

Ook hier speelt marktwerking. Want iemand bij de gemeente beslist: dit jaar kopen we tien plaatsen in bij die jeugdinstelling, voor dat bedrag.

„Ik moest een beslissing nemen over een meisje dat niet langer bij haar moeder kon blijven. Haar gezinsvoogd wilde haar weer plaatsen op de leefgroep waar ze eerder had gezeten, die haar goed had gedaan. Daar was nog plaats, maar die was niet ingekocht. Uiteindelijk heeft de gezinsvoogd de hulp ingeroepen van een buurvrouw en een tante. Daar was ik emotioneel over. Maar ook ik kon niet meer doen dan die gang van zaken benoemen in mijn oordeel.”

Het draait natuurlijk om geld, dat is een keer op.

„Je kunt niet genoeg investeren in je jongeren, anders maak je je schuldig aan kortetermijndenken. En door al die versnippering verspil je veel geld. Zorg voor voldoende hulpverleners, bouw ruimte in om kinderen te kunnen plaatsen. Uiteindelijk levert dat meer op, want als een kind een jaar moet wachten op een passende oplossing ben je verder van huis. Die beweging is trouwens al begonnen: je ziet dat gemeenten weer meer gaan samenwerken in de jeugdzorg.”

Jeugd- en familierecht

Gea Brands-Bottema (geboren in Groningen, 1959) is raadsheer bij het team familie- en jeugdrecht van het gerechtshof Amsterdam. Daarvoor was ze tien jaar lang jeugdrechter in Arnhem.

Al in 1988, zes jaar na haar rechtenstudie in Groningen, promoveerde ze op het onderwerp ”Overheid en opvoeding”. In Utrecht was ze een aantal jaren rechter in handelsgeschillen. Ze heeft een reeks artikelen op haar naam staan, vroeger meer dan eens op het terrein van medische ethiek, daarna vooral over jeugdrecht.

Gea Brands is getrouwd met Wolter. Samen hebben ze een dochter. Ze zijn lid van een christelijke gereformeerde kerk.