Dankzij Alva in de Dalempoort

Sinds 1988 bewoont Huub Phielix de Dalempoort in Gorinchem. beeld Sjaak Verboom
7

Van de vier stadspoorten die Gorinchem ooit telde, is alleen de Dalempoort over. Sinds 1987 wordt het monument bewoond door Huub Phielix en echtgenote Hetty. Bij stevige vorst daalt de kamertemperatuur er soms tot 12 graden. „Dan gaan we in een soort winterstand.”

Zichtbaar genietend zit Huub Phielix (75) op het stenen balkon van de Dalempoort om zich heen te kijken. Als hij het hoofd naar links draait, ziet hij korenmolen De Hoop. Voor hem ligt het uiterwaardengebied van de Merwede. Slot Loevestein wordt tot zijn ergernis verhuld door geboomte. „Je hebt op de lagere school ongetwijfeld geleerd dat in uiterwaarden geen bomen mogen groeien. Wat zie je daar? Dat heb je met rooie gemeenten. Daar wordt het geld altijd aan de verkeerde dingen besteed.”

De top van de kerktoren van Woudrichem is gelukkig nog net zichtbaar. Over de rivier glijden binnenvaartschepen voorbij, maar voor Phielix gaat er niets boven de luchten. „Die zijn hier elke dag anders, door de invloed van het water. En dan al die natuur om je heen.”

Samen genieten van het uitzicht. beeld Sjaak Verboom

Boven ons laat de klok in de dakruiter elf slagen horen. „Hij stopt ’s avonds om halftwaalf en begint om zeven uur, dus een wekker hebben wij niet nodig.” Aan de hoeken van het met leien bedekte dak van de poort hangen houten saters, vastgebonden met een ijzeren band. „Die hebben zich te goed gedragen en moeten daarom van de duivel de last van de wereld dragen”, zegt Phielix. „Die symboliek is alleen bij de insiders bekend.”

Spaanse NSB’ers

De keuken van het echtpaar Phielix was in een grijs verleden het vertrek van de poortwachters. In de woonkamer zetelde de commandant. De wanden zijn nu bedekt met schilderijen, voornamelijk van Gorinchem en omgeving. Een deel van de doeken is van moeder Phielix. „Als ze uit schilderen ging, zette ze mij naast zich met een kleurboek.”

In Gorinchem is Phielix een begrip. „Onze familie woont hier sinds 1583. We zijn met Alva meegekomen uit Spanje, maar omdat Willem van Oranje meer betaalde, liepen we over. Ik zeg altijd: „Je moet ons zien als Spaanse NSB’ers uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog.” Deze poort is van 1597, dus m’n familie heeft hem zien verrijzen.”

Met de molenaar houdt Phielix de buurt in de gaten. beeld Sjaak Verboom

Vader Phielix was behalve aannemer marktmeester van de Gorinchemse veemarkten, veilingmeester, brandweercommandant en toneelmeester van de schouwburg. „Ik zag hem alleen als hij tussen de middag warm kwam eten. In razend tempo at hij zijn bord leeg, waarna hij op de bank ging liggen met een kussen over zijn hoofd. Tot hij weer naar het werk moest.”

Aan godsdienst deden ze thuis niet veel. Wel bezocht Huub de christelijke school, omdat die om de hoek lag. Zondagmorgen vroeg ging hij uit kanoën met het vaartuig dat zijn vader voor hem had gemaakt. „De rivier over, naar Loevestein. Vaak met de dominee van de hervormde middengroep, zal ik maar zeggen. Dominee Gijzel, een heel aparte kerel. „Preken kan ik niet, ik zit meer in de sociale sector”, zei hij tegen me.”

Marktmeester

Na de mulo deed Phielix junior in een jaar de driejarige lagere technische school, vervolgens de cursus voor aannemer. „Met m’n negentiende jaar was ik gediplomeerd aannemer, de jongste van Nederland.” Zijn vader droeg nog dezelfde dag het bedrijf aan hem over. „Hij vond het mooi geweest. Ik begon met 12 man, dat werden er 27. Een deel is later voor zichzelf begonnen, als zzp’er. Ze bleven wel bij ons werken. In 2012 heb ik het bedrijf overgedaan aan m’n kompaan, maar ik beheer nog steeds een aantal serviceflats. Daar zet ik die zzp’ers voor in.”

Saters dragen het dak van de poort. beeld Sjaak Verboom

Ook vrijwel alle neventaken nam Huub van zijn vader over, behalve die van toneelmeester. Elke nieuwe werkweek begon hij in de kroeg aan de Varkenmarkt in het centrum van de stad. „Op maandagmorgen werden daar wekelijks tussen de 700 en de 1000 varkens verhandeld. Na Gouda had Gorinchem de grootste varkensmarkt van Nederland, tot het eind van de jaren zestig. Toen moest er een markthal worden gebouwd, maar de Partij van de Arbeid voelde er niet voor om kapitalisten te faciliteren. Tot genoegen van Utrecht en Den Bosch. Daar kwamen veemarkthallen, in Gorinchem bloedde de handel dood.”

Een gulden

De Dalempoort, de enige overgebleven poort van de vestingstad aan de Merwede, was voor Phielix een bekend bouwwerk. „Wij hebben hier veel monumentale panden gerestaureerd. Op een gegeven moment wilde de gemeente de poort kwijt. Ik bood aan hem voor een gulden te kopen waarna ik hem voor vier ton zou restaureren.”

Kort voor het tekenen van het voorlopig koopcontract trad er een nieuwe wethouder aan. Die weigerde monumenten aan particulieren te verkopen. Drie jaar later gaf hij Phielix opdracht de poort voor drie ton te restaureren. „In 1988 is hij met veel tamtam heropend. Na afloop van de ceremonie kreeg ik van de burgemeester de sleutel. Ik mocht de poort gaan bewonen.”

Op weg naar de dakruiter. beeld Sjaak Verboom

Samen met echtgenote Hetty besloot Phielix het voor een jaar te proberen. „Heb je hier een poosje gewoond, dan wil je nooit meer weg. Op eigen kosten hebben we er een andere keuken in gezet, voorzetramen geplaatst en de boel wat gerieflijker gemaakt, al blijft het in de winter tobben. Bij stevige vorst krijgen we het niet warmer dan 12 graden. Dan gaan we in een soort winterstand.”

Daar staat tegenover dat hij geen last heeft van buren. Met de molenaar van De Hoop, zo’n 100 meter verderop, heeft hij een uitstekend contact. „We houden voor elkaar de boel in de gaten, want dit is een populaire plek voor hangjongeren. En voor van die figuren die met een drone foto’s maken. Soms laten ze het ding tot 2 meter van onze neus komen. Ik heb er met toestemming van de politie al twee naar beneden gehaald met een katapult en een steen.”

De woonkamer, ooit het vertrek van de commandant. beeld Sjaak Verboom

Kruithuizen

Voor geïnteresseerd publiek is Phielix de beroerdste niet. „Iets verderop meren cruiseschepen aan. Er zijn altijd wel een paar opvarenden die hier naar boven komen. Koreanen die Gorinchem bezoeken omdat Hendrik Hamel, de ontdekker van Korea, in Gorinchem is geboren, lopen zo naar binnen. Die denken dat dit een koffietent is. We krijgen ook veel bruidsparen die bij de Dalempoort hun reportage maken. Die mogen gerust even plaatsnemen op het balkon.”

Een journalist mag het hele huis zien. Van de slaapverdieping klimmen we via een steile trap naar de zolder voor het mechaniek van de klok. De twee lood-steile ladders die volgen, voeren naar het luik dat toegang geeft tot de dakruiter. Wie zijn hoofd boven het geopende luik steekt, heeft een adembenemend uitzicht over de stad, de kruithuizen in de vestingmuren, de korenmolen, de uiterwaarden, de rivier en het wonderschone Woudrichem.

Zolang hij trappen kan bestijgen, wil Phielix in de poort blijven wonen. Waar hij bij gedwongen vertrek naartoe moet, weet hij nog niet. „Noem jij eens een plek in Gorinchem die hiermee kan wedijveren?” Een woning buiten Gorinchem is niet aan de orde. „Als je hier sinds Alva hebt gewoond, kun je toch niet weg?”

Het panorama vanuit de dakruiter. beeld Sjaak Verboom