Water moet je niet afvoeren maar vasthouden

Stuwtjes in verschillende uitvoeringen laten water van het ene, hogere niveau door een opening naar beneden stromen. beeld Theo Haerkens
3

Nederland is zo ingericht dat overtollig water snel wordt afgevoerd. Maar de droge periodes vragen om een systeem dat water langer vasthoudt. Boer, burger en natuur hebben daar baat bij.

„Beken die in de jaren zeventig werden rechtgetrokken toen de grote ruilverkavelingen plaatsvonden, moeten weer meanderen om de stroomsnelheid te verminderen en water langer vast te houden. Sloten breder en ondieper maken zorgt ervoor dat overtollig water altijd kan worden afgevoerd en voorkomt dat er te veel grondwater wegloopt.”

Eric Gloudemans, beleidsadviseur van de Unie van Waterschappen, schetst hoe water kan worden vastgehouden zonder dat we in tijden van overvloedige regen onmiddellijk natte voeten krijgen. Maar er is veel meer nodig om een nieuwe balans te vinden voor het watersysteem, dat in 2050 klimaatbestendig moet zijn. Zo’n transitie is niet van vandaag op morgen geregeld, waarschuwt hij. Het is een hele klus, waarbij vanwege de ruimtelijke inrichting een belangrijke rol is weggelegd voor de provincies. „Om beken ruimte te geven, is overleg nodig met de eigenaren van de grond over het gebruik in de toekomst, of gronden moet worden aangekocht om ze een andere bestemming te geven.”

De waterschappen en de drinkwaterbedrijven willen toe naar een heel nieuw beheerssysteem, waarbij de aan- en afvoer voor heel het land opnieuw wordt bekeken en niet voor regio’s afzonderlijk. „We lopen tegen de grenzen van het systeem aan. We moeten zuiniger zijn, water langer vasthouden, slimmer verdelen en agrarische activiteiten aanpassen”, vinden de schappen en drinkwaterbedrijven.

Beschikbaarheid

Directeur Hans de Groene de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (Vewin): „We hebben als drinkwaterbedrijven altijd erg gekeken naar de kwaliteit van het water, maar sinds de droge zomer van 2018 is de beschikbare hoeveelheid veel hoger op de agenda komen te staan. Er valt doorgaans voldoende regen, we moeten het water alleen vast zien te houden.” Gloudemans tekent aan dat dit op jaarbasis klopt, maar dat het lastig is om ’s winters water op te vangen en op te slaan om het tekort in de zomer aan te vullen.

De waterstand in het IJsselmeer, de belangrijkste voorraadbuffer voor de lager gelegen gebieden in Noord- en West-Nederland, is de laatste jaren in de zomer al zo’n 30 centimeter verhoogd en beweegt mee met het aanbod en de voorziene behoefte. Plannen van de Deltacommissie, die er in 2007 nog voor pleitte het waterpeil in het IJsselmeer geleidelijk, net als de zeespiegel, met wel 1,5 meter te verhogen, bleken uitvoerbaar noch noodzakelijk, aldus Gloudemans.

De hoger gelegen zandgronden in Noord-Brabant, Twente en de Achterhoek kunnen niet vanuit het IJsselmeer worden bevoorraad en moeten het puur hebben van regenwater. In die gebieden is het van het grootste belang zuinig om te springen met de voorraad en zo veel mogelijk water vast te houden. Om water te sparen worden er alternatieven onderzocht, zoals het gebruik van effluent, gezuiverd water uit rioolwaterzuiveringsinstallaties, bijvoorbeeld voor de landbouw. Dat is beter dan het rechtstreeks af te voeren in de rivieren die het uiteindelijk naar de zee brengen.

„Mogelijk is er dan een aanvullende zuiveringsronde nodig om te voorkomen dat er ziekteverwekkers of medicijnresten op de akkers terechtkomen”, aldus De Groene van Vewin. „We helpen grote verbruikers van drinkwater om te kijken of ze niet met water van mindere kwaliteit kunnen werken. Voor het koelen van grote datacenters bijvoorbeeld.” Dubbele circuits voor huis-tuin-en-keukengebruik zijn te duur en inmiddels verboden. „Daar gebeurden ongelukken mee, mensen werden er ziek van.”

Om het dagelijkse gebruik van 120 liter per persoon terug te dringen kan de gewone burger ook zijn steentje bijdragen: minder lang douchen, zuiniger wasmachines gebruiken, het toilet doorspoelen met minder water, een groen dak op het huis leggen en tegels uit de tuin halen om de infiltratie van regenwater te bevorderen.

Ook in kleine sloten staan stuwtjes om het waterpeil in een beperkt gebied te beheersen. Foto: een sloot in de nieuwe woonwijk Parijsch in Culemborg. beeld Theo Haerkens

Strategische reserve

Grondwater uit de diepere lagen –„regen uit de tijd van Napoleon”, formuleert De Groene– moeten vooral worden beschermd en mogen niet worden uitgeput. We moeten toe naar verstandig beheer voor de langere termijn: niet meer water uit de bronnen oppompen dan erbij komt, benadrukt hij. „We hebben afgesproken voortaan een extra strategische reserve van 30 procent aan te houden.”

Voor een aantal van deze bronnen is het eigenlijk al te laat. In Drenthe moet er extra worden geïnvesteerd in zuivering omdat gewasbeschermingsmiddelen die inmiddels verboden zijn, na tientallen jaren in die waterlagen terecht zijn gekomen en de kwaliteit van het grondwater hebben aangetast. In Brabant zijn hier en daar putten gesloten doordat ze vervuild waren met nitraat uit de landbouw. Dat kon doordat reiniging van dat water erg duur is en omdat er nog andere waterbronnen beschikbaar waren. „Vervuiling van een grondwaterbron is funest. Als zoiets in een rivier gebeurt, kun je de inlaat van drinkwater een poosje stoppen. Bij grondwater kan dat niet en dan wordt de kwaliteit van het reservoir blijvend aangetast. Grondwater kun je maar één keer verzieken.”

Verhoging van het waterpeil van de Maas, een regenrivier, is ook een manier om water vast te houden. Rijkswaterstaat heeft onlangs in enkele stukken van de Maas het peil verhoogd om de uitstroom van grondwater in Noord-Brabant en Limburg te beperken. In het westen van het land moet altijd voldoende rivierwater naar zee stromen om te voorkomen dat zout zeewater in omgekeerde richting komt en het water en de bodem verzilt. „Zonder voldoende afvoer in de rivieren lukt dat niet”, benadrukt Gloudemans. Verzilting brengt de telers van bloembollen en andere gewassen in de problemen.

Minder vocht

In dit verband wordt er al gedacht over het telen van gewassen die een hogere tolerantie hebben voor zout of bijvoorbeeld met minder vocht toe kunnen. Dat kan een oplossing zijn voor boeren in gebieden waar te weinig water is en er soms al vroeg in het jaar al wordt beregend. De Groene: „Je moet het landgebruik laten afhangen van de beschikbaarheid van water en zeker geen dingen meer doen waardoor je veel water snel moet wegmalen. Je moet die zaken per regio bekijken.” Het overleg hierover met boerenorganisaties loopt al.

Een andere optie is de introductie van druppelirrigatie om bomen en planten efficiënter van vocht te voorzien en zo minder te verspillen. De agrarische sector kan ook water vasthouden door minder diep te ploegen en teelten af te wisselen, waardoor er meer organisch materiaal in de bodem blijft zitten, wat eveneens helpt tegen verdamping. „Een andere bewerking of belasting van de bodem kan veel schelen”, illustreert Gloudemans. „In heuvelachtig gebied, zoals in Limburg, kan ploegen in een andere richting voorkomen dat regenwater en de bodem onbenut wegspoelen.”

In stedelijk gebied kan het helpen om grote pleinen verdiept aan te leggen zodat ze bij hoosbuien, een symptoom van het veranderende klimaat, fungeren als tijdelijke wateropvang. Dat voorkomt overstroming van straten. De natuurlijke zones die toch al nodig zijn voor de aanpak van het stikstofprobleem kunnen rondom steden worden gebruikt om water op te slaan, zodat het geleidelijk in de bodem zakt en stedelijk gebied ontlast. „Als je meer groen aanlegt in de stad, krijg je vanzelf natuur dichterbij.”

Voor Gloudemans is de zaak daarmee niet besloten: „Een langere periode van droogte ziet het KNMI wel aankomen en dan kun je het waterpeil gaan verhogen. Maar een zomerse hoosbui is moeilijk te voorspellen. Bovendien kan er na zo’n bui nóg een komen. Hoe ga je daar slim mee om? De extremen nemen toe; als er in een paar uur 60 millimeter valt, is dat wel een uitdaging voor de beheerders.”

De Unie van Waterschappen zoekt naar een nieuwe balans in het watersysteem. Zo worden de vizierschuiven van de stuw bij Hagestein neergelaten om het water in de Lek vast te houden. beeld Theo Haerkens

Verzilting door zeewater

In het westen van Nederland dreigt verzilting doordat er te weinig rivierwater naar de zee stroomt en zeewater de kans krijgt het land binnen te komen. Ook het IJsselmeer had in 2018 last van verzilting. Rijkswaterstaat was doende het niveau van deze voormalige binnenzee te verhogen om een grotere reserve te hebben. Daardoor werd er bij de sluizen in de Afsluitdijk minder gespuid en kwam met de schepen uit de Waddenzee zout water mee. Kwelwater dat het waterschap in Noord-Holland op het IJsselmeer loosde droeg bij aan de verzilting, die overigens niet gelijkmatig verdeeld was en van dag tot dag wisselde.