Kijken naar een dier alsof het een mens is

beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

De rechter heeft twee weken de tijd genomen voor de uitspraak over het afschieten van 1830 edelherten in de Oostvaardersplassen. De provincie Flevoland wil voorkomen dat paarden, runderen of herten er weer verhongeren. Het plan stuit op verzet.

Op de Praamweg in Lelystad botsen de wereldbeelden. Bij het hek om de Oostvaardersplassen liepen dierenliefhebbers van allerlei pluimage afgelopen winter te hoop tegen de sterfte onder de grote grazers. Zij wilden een eind maken aan dat lijden. Twee derde van de edelherten verhongerde, een derde van de runderen en ruim 40 procent van de paarden. De beheerders van het gebied zien de dood van de dieren als deel van een natuurlijk proces.

De demonstranten wilden deze hongersterfte stoppen. De emoties liepen hoog op: boswachters van Staatsbosbeheer werden uitgescholden en bedreigd en het gaas van de hekken zelfs doorgeknipt waardoor herten op de weg terechtkwamen. Nadat de demonstranten de dieren gingen bijvoeren gaf de provincie Staatsbosbeheer opdracht daarmee door te gaan tot er weer voldoende gras zou zijn.

Om herhaling van deze situatie te voorkomen wil Flevoland zo snel mogelijk 1830 edelherten afschieten. Die laten zich niet zomaar vangen of vervoeren en anticonceptie is niet geschikt. Er zit niets anders op, meent de provincie, die zich baseert op advies van de commissie-Van Geel en de Raad voor Dierenaangelegenheden.

Er zijn nu veel minder dieren én er is meer voedsel. De kans dat ze de winter doorkomen, is een stuk groter dan vorig jaar, redeneert De Faunabescherming. Vicevoorzitter Harm Niesen: „Het is helemaal niet nodig zo veel gezonde dieren af te schieten om te voorkomen dat er straks misschien 250 doodgaan. Dit is het verkeerde moment.”

Afrika

De Faunabescherming schrikt niet van de grote aantallen dieren die verhongerden. „In Afrika is het heel gewoon dat in tijden van schaarste 20 tot wel 90 procent van de dieren omkomt.” Preventief schieten wijst de organisatie af, omdat dit de natuurlijke selectie ondermijnt. „Je weet niet welke dieren er zouden bezwijken.” De organisatie wil dat het beleid van de afgelopen dertig jaar wordt voortgezet. Sinds de Wet natuurbescherming op 1 januari 2017 in werking trad, gaat de provincie over het gebied. „Vanaf dag één was duidelijk dat ze geen lijden meer wilden zien. Dit was een politieke beslissing, gebaseerd op emoties van mensen die niet uitmunten in kennis van de natuur”, moppert Niesen.

Dat wil niet zeggen dat De Faunabescherming blij is met de grote grazers in de polder. „Koniks en heckrunderen zijn geen oerossen of tarpans, het zijn exotische dieren, die mag je niet eens uitzetten.”

Andere groepen willen niet dat er dieren doodgaan of worden gedood. Zij willen ze redden. Uitbreiding van het gebied met een corridor naar de Veluwe, een oud plan dat te duur was, kan volgens hen nog steeds. Maar de grazers planten zich voort en op den duur worden het er dan toch weer te veel. Op de Veluwe wordt gejaagd, juist om dat te voorkomen. Anticonceptie en verhuizing, volgens deskundigen onuitvoerbaar of erg bezwaarlijk voor de stressgevoelige edelherten, achten dezelfde groepen nog steeds een optie.

Pure paniek

Bart Gremmen, hoogleraar ethiek in levenswetenschappen aan Wageningen University, wil niet voorbijgaan aan deze praktische kanten. Hij verwijst naar de ‘round-ups’ van wilde paarden in Amerika, waarbij de mustangs bijeen worden gedreven en met lasso’s gevangen. „Pure paniek, niet leuk om te zien hoor. Die paarden trappen elkaar en lopen dwars door schuttingen heen.”

„Verdoven is geen optie, zorgvuldig doseren kan niet als je niet weet wat een dier weegt. En hoe krijg je een liggend paard weg?” Dit kost veel geld en niemand zegt waar dat vandaan moet komen. Gremmen ziet de betrokkenheid van de demonstranten, „maar ze zijn nooit deel geweest van de praktijk. Die mensen hebben geen kennis van paarden en van herten al helemaal niet. Ze redeneren: Jullie hebben die dieren daar neergezet, los het maar op. Dat veel andere dieren in de natuur onzichtbaar sterven, trekken ze zich niet aan.”

Bubbel

De bewondering in 2013 voor de film ”De Nieuwe Wildernis” van filmmaker Ruben Smit vormt een schril contrast met deze reacties. De filmmaker volgt een veulen tot het doodgaat. Gremmen denkt dat Smit er, anders dan de beheerders van het Oostvaardersplassengebied, in is geslaagd dat verhaal zo te vertellen dat het publiek het accepteert. Overigens schrapte het filmfestival in Harderwijk de film afgelopen zomer na bedreigingen.

Negentig procent van de bevolking woonde honderd jaar geleden op het platteland, vertelt Gremmen. Nu is nog 2 procent boer. „Voor boeren zijn dingen die een stedeling verschrikkelijk vindt, heel normaal. Als je honderd varkens hebt, kun je die niet behandelen als een huisdier, laat staan als je er 20.000 hebt.”

„Stedelingen leven in hun eigen bubbel”, constateert de hoogleraar, én ze zijn inconsequent: „Kakkerlakken, muizen en ratten zijn ongedierte en moeten wél dood!” Ze zouden de boerderij een weekje moeten overnemen om te ontdekken dat de huisdierenpraktijk daar niet werkt. Overigens zijn ook boeren verontwaardigd over het doodgaan van paarden en runderen in de polder. „Verwaarlozing”, vinden ze.

Zelfstandig onderzoeker Susan Boonman-Berson, gespecialiseerd in de relaties van de mens met wilde dieren, signaleert dat mensen mondiger zijn geworden en in dit soort discussie de hakken in het zand zetten. „De partijen begrijpen elkaar niet. Beheerders zien een wild dier als deel van een systeem, en de tegenstanders kijken naar het dier alsof het een huisdier is of zelfs een mens.” Mensen willen de harde kant van de natuur niet kennen. „We houden graag controle over het natuurlijke proces, lijden en sterven zijn pijnlijk om te zien.”

De vraag blijft wat het afschieten van al die herten oplost, want over een aantal jaren zijn het er weer te veel. „Dit is pappen en nathouden, de provincie moet uitleggen hoe ze verder wil”, vindt Boonman. Erg concreet is de provincie niet. „We houden de hand aan de kraan”, aldus ChristenUniegedeputeerde Harold Hofstra van Flevoland eerder deze week bij Jeroen Pauw. „Er is geen plan voor de toekomst”, concludeert Niesen van De Faunabescherming: „Edelherten zijn beschermd, die mag je niet schieten, zeker niet zonder faunabeheerplan.”