Kunst uit bedrijfscollecties te zien in Singer Laren

”Etende mensen” (1969), Lucebert. beeld Jaco Hoeve
3

In Nederland zijn niet minder 250.000 kunstwerken in het bezit van bedrijven of instellingen. Ook het enorme schilderij ”Etende mensen” van Lucebert komt uit een bedrijfscollectie, het is een van de 150 werken in de tentoonstelling ”Out of Office” in museum Singer Laren.

Het grote werk van Lucebert –dat de hele achterwand van de eerste museumzaal vult– was voor directeur Jan Rudolph de Lorm van museum Singer Laren de grootste ontdekking uit de bedrijfsverzameling. „De lol voor mij als directeur was deze vondst”, zegt De Lorm. ”Etende mensen”, 3 bij 6 meter, komt uit de collectie van de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar het vroeger in de kantine hing. „Ik kende het doek niet en het is ook nooit in een museum te zien geweest. Een unicum dat het hier hangt dus. Het schilderij is in ’69 gemaakt, maar kijk hoe actueel het nog is. De mensen zijn haast monsters, je zou daarom ook kunnen denken aan hoe we ons vol eten en de aarde uitputten. Ik wist meteen dat dit in de eerste zaal moest hangen.”

De enorme hoeveelheid kunst in bedrijfscollecties is volgens De Lorm uniek in de wereld. „Dat komt door de 1-procentregeling die in 1951 werd ingevoerd ter bevordering van kunst en cultuur. Deze moest onder meer jonge kunstenaars helpen bekendheid op te bouwen. Ongeveer 1 procent van de bouwsom van een overheidsgebouw moet besteed worden aan kunst.”

Gratis

Diverse kunstenaars hebben hun succes mede te danken aan die regeling. Decennia geleden waren ze jonge opkomende artiesten, inmiddels hebben ze hun plek binnen de wereld van de kunst en de fotografie veroverd. Zo zijn onder meer schilderijen van Marlene Dumas, foto’s van Jan Banning en sculpturen van Guido Geelen te zien in Laren. De conservatoren van bedrijven en instellingen hadden oog voor de kunstenaars en gunden hen in hun jonge jaren een opdracht.

Maar hoe maak je van zo’n verzameling kunst uit diverse periodes en collecties een samenhangende tentoonstelling? De Lorm: „We hebben de werken verdeeld over acht thema’s. Dat zijn geen vaste kaders, je zou ook een andere indeling kunnen maken, maar we laten hiermee zien dat kunst uit diverse tijden heel goed samengaat.”

Dat er dan verrassende dwarsverbanden ontstaan, blijkt uit de combinatie van een wit paneel van Jan Schoonhoven, gemaakt in 1975, en het glinsterende gouden werk ”Silence is Golden but this is No Silence” van Sarah van Sonsbeeck uit 2012. Met bijna hetzelfde formaat lijken deze werken voor elkaar gemaakt. En hoewel er overeenkomsten zijn, is de tegenstelling groot. Waar Van Schoonhoven werkte met muurverf en karton gebruikte Van Sonsbeeck bladgoud.

De collecties van diverse verzekeraars, multinationals en overheidsinstellingen zijn ondergebracht bij de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN), die in 2005 werd opgericht. De VBCN adviseert bedrijven met betrekking tot hun collectiebeleid, maar werkt ook actief mee aan het tentoonstellen van de kunst buiten de instellingen. Zo kwam ook ”Out of Office” in Laren tot stand.

Hoewel bedrijfscollecties zichtbaar zijn in ontvangstruimte, kantoortuin of directiekamer, kunnen de verzamelingen van ziekenhuizen rekenen op de meeste bezoekers. De oudste verzameling in Nederland is die van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. De kunstwerken moeten bezoekers van het ziekenhuis troosten en inspireren. En hoewel het wat wrang klinkt, is het AMC met 350.000 patiënten en een veelvoud van bezoekers per jaar het best bezochte gratis museum in Nederland.

Beklemmend

Voor ”Out of Office” zijn de meeste zalen in het museum als open ruimtes met elkaar verbonden. Alleen de zaal ”Schuld” is met glazen deuren afgesloten. Dat versterkt het beklemmende gevoel bij dit thema. Hier hangt onder meer werk dat normaalgesproken in Nederlandse ambassades over de hele wereld te zien is.

Bijvoorbeeld een schilderij van Ronald Ophuis, ”Flowers of Srebrenica IV” dat bloemen toont op de graven in Srebrenica. En een immense foto van een zeegezicht van Gert Jan Kocken. „Een zeelandschap met de horizon keurig op een derde van het vlak. Helemaal in lijn met de traditionele schilderkunst. Je kan je met gemak verliezen in dat stille blauwe zeegezicht. Maar dan komt de tweede laag”, schrijft Philippien Noordam, senior adviseur kunstzaken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in de catalogus bij de tentoonstelling. De foto is afkomstig uit een serie waarvoor Kocken rampplekken fotografeerde. De volledige titel luidt: ”Zeebrugge (Belgium) 6 March 1987: The Herald of Free Enterprise capsizes just outside the harbour of Zeebrugge killing 192 people” (de Herald of Free Enterprise kapseist even buiten de haven van Zeebrugge; 192 mensen komen om). „Die informatie verandert je visie op het beeld, hier heeft de zee zich gewroken. Bij rondleidingen zie je na deze toelichting een lichte huivering door het publiek gaan”, aldus Noordam.

Kerk

De tentoonstelling in Laren biedt een dwarsdoorsnede van 75 jaar naoorlogse Nederlandse kunst. Best opvallend dat daarin nauwelijks verwijzing naar religie te vinden is. Directeur De Lorm: „De kerk was duizenden jaren opdrachtgever voor de kunst maar speelt nu nog slechts een marginale rol in de samenleving en dus ook in de kunst. Dat vind ik jammer. Ik denk dat dit ook een spiegel is voor kerken om hun plek in de samenleving weer in te nemen.”

Informatie

”Out of Office. Kunstschatten uit bedrijven” is te zien tot 7 april in museum Singer Laren.