De vergeten bevrijding van Nederland

Het standbeeld van de Basjkier bij Veessen bij zonsondergang. beeld Geelvinck Muziek Musea
4

Het is een bijna vergeten bevrijding van Nederland, die van de Fransen in 1813. Donderdag werd die afgestoft, beter gezegd: afgespoeld. Toen werd in het zakkende IJsselwater bij het Gelderse Veessen een standbeeld van een Russische ruiter gepresenteerd.

De kozakken komen! Een lichte siddering trekt in november 1813 door Oost-Nederland. Uit voorzorg worden vrouwen verborgen gehouden, goud en andere rijkdommen begraven en paarden en koeien naar plekken in het bos gebracht.

bevrijding

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Twee weken eerder, op 18 oktober 1813, hebben de geallieerde Russische, Duitse en Oostenrijkse troepen de Franse keizier Napoleon verpletterend verslagen bij de Volkerenslag bij Leipzig. Sindsdien jagen de Russische kozakken –beter gezegd, Basjkieren, een islamitisch Turks volk afkomstig uit de voet van de Oeral– op hun kleine paardjes en met hun lange lansen, pijl en bogen en karwatsen de Fransen achterna richting Nederland.

Op 13 november 1813 slaat een regiment van 300 Basjkieren onder leiding van de Russische prins Fedor Gagarin zijn bivak op bij het Overijsselse dorpje Wijhe, vlak bij de IJssel. De stepperuiters kunnen niet verder, omdat de Fransen het pontveer hebben vernield en Deventer nog in hun macht hebben.

De Wijhese middenstand vaart wel bij de komst van de 300 cavaleristen. De vier smeden uit Wijhe beslaan samen 220 kozakkenpaarden, smeden 370 losse nieuwe hoefijzers à 5 stuivers en 4 duiten per stuk en slaan voor 1 gulden per stuk 56 pieken op hun aambeelden. Timmerman Jan Strijtveen bouwt een hele wagen voor 30 gulden en G. Nijland levert voor eenzelfde bedrag etenswaren.

Schipbrug

De Russische generaal Alexander von Benckendorff (1783-1844) zet de burgemeester van Wijhe, Gilles Schouten (1790-1857) onder druk om mee te helpen met de bouw van een schipbrug over de IJssel. De 23-jarige burgervader laat ruim twintig beurtschepen, de waterbussen van die tijd, bij Wijhe voor anker gaan.

Als heuse genietroepen formeren de Basjkieren daarvan een schipbrug, op een plek waar de IJssel smal is, tussen Fortmond aan de Overijsselse en Veessen aan de Gelderse kant. Daarover kunnen de Russische troepen met paard en al overheen marcheren. Om die niet te laten wegglijden, leggen de mannen takkenbossen tussen de schepen.

Op 23 november is de brug klaar. Von Benckendorff steekt met Basjkieren en kozakken de IJssel over en zet de achtervolging van de Fransen voort.

Burgemeester Gilles Schouten blijft ondertussen met de brokstukken zitten. De Basjkieren hielden nogal huis in zijn woning, waarna hij in 1816 een rekening van 210 gulden indient bij de rijksoverheid voor de geleden schade, omgerekend zo’n 12.000 euro, zo blijkt uit de expositie ”Kozakken aan de IJssel” van de Historische Vereniging Wijhe.

Krijgslist

Von Benckendorff rukt ondertussen snel op naar het stadje Harderwijk. Dezelfde nacht nog stuurt de generaal een kleine afdeling kozakken via geconfisqueerde scheepjes over de Zuiderzee naar Amsterdam, waar een machtsvacuüm heerst.

Daarmee passeert hij niet alleen de Franse bezetting van de forten in Muiden en Naarden en de Franse generaal Molitor, die zich in Utrecht heeft teruggetrokken, maar ook opperbevelhebber Karel Johan van Zweden. Die had bevolen dat hij op versterking moest wachten.

Het provisionele stadsbestuur, op de hand van de Oranjes, meldt eind november dat er wel 6000 kozakken voor de poorten van Amsterdam staan. De krijgslist werkt. De laatste Fransen vluchten en Basjkieren en kozakken veroveren Nederlands hoofdstad op de napoleontische troepen.

Erewacht

Op 30 november landt prins Willem Frederik van Oranje bij Scheveningen. Hij reist meteen door naar Amsterdam, waar hij twee dagen later wordt uitgeroepen tot koning Willem I in het Paleis op de Dam. Von Benckendorff vormt met zijn Russen een erewacht om de koning van Nederland.

De dag erna slaan de Basjkieren hun kamp op in Den Haag, op het Lange Voorhout. Op 8 december steken ze al de Merwede en de Waal over, op weg naar de belangrijke vestingstad Breda. Ook hier heeft de list om de komst van duizenden kozakken aan te kondigen succes. De Franse generaal Ambert blaast de aftocht en Von Benckendorff trekt Breda op 10 december binnen.

Zo jagen Basjkieren en kozakken op de Fransen. Hier en daar blijven omsingelde Franse troepen achter. De stepperuiters zijn al bijna een maand in Parijs, als de Fransen op 26 april 1814 Deventer verlaten. De meest noordoostelijke stad van het land, Delfzijl, wordt als laatste bevrijd: op 23 mei 1814.

Geen nationaal monument

Deze datum wordt de bevrijdingsdag van heel Nederland. De Hoogeveense historicus Anne Aalders spreekt echter van een vergeten bevrijding. Nergens is er een nationaal bevrijdingsmonument voor de Basjkieren en kozakken opgericht. Hij weet alleen van een stenen leeuwtje bij Ommen en een klein monument in Dalen bij Coevorden, waar twee kozakken begraven liggen.

Toch zijn er meer overblijfselen van de aanwezigheid van kozakken in Nederland. Zo heet de plaatselijke voetbalclub in Werkendam Kozakken Boys, genoemd naar het veld bij de Kozakkenstoep.

En of er ook Wijhenaren zijn in wie kozakkenbloed bruist? Plaatselijk historicus Gerard Nanninga: „Dat weten we niet, maar willen we graag gaan onderzoeken met behulp van DNA.”

Veessen, het Gelderse dorp waar de schipbrug over de IJssel uitkwam, noemt zich het Kozakkendorp, het fietspontje heet het Kozakkenveer en de plek waar de schipbrug de westkant bereikte, heet in de volksmond nog altijd de Kozakkenkrib.

Kom je nog?

Vlak bij die krib is donderdag een extra herinnering aan de bevrijding van Nederland door de Russen gekomen: het standbeeld van de Basjkierse ruiter. „Het is alsof hij tegen zijn maten wil zeggen: Kom je nog?”, vertelt Jurn Buisman.

De Epenaar is een nazaat van de Wijhese burgemeester Gilles Schouten. Als directeur van de Geelvinck Muziek Musea kwam hij vier jaar geleden in contact met Basjkieren. Daarna nam hij het initiatief tot het oprichten van twee standbeelden: een van de ruiter en een van Alexander von Benckendorff.

In de nacht van dinsdag op woensdag bleek dat de komst van de president van Basjkirostan –een autonome republiek in Rusland waar de Basjkieren wonen– niet doorging, tot teleurstelling van alle betrokkenen aan weerszijden van de IJssel. Ook de Russische omroep liet daarop verstek gaan.

Toch waren er de nodige hoogwaardigheidsbekleders uit het stamland van de Basjkieren aanwezig. Zij presenteerden het standbeeld van hun voorvaderen die de IJssel overtrokken en waren aanwezig bij de uitvoeringen van een voorstelling van ”Sneeuwstorm” in Heerde en Muiden.

In het terugzakkende water bij Restaurant IJsselzicht Veessen staat ook het bronzen beeld van Von Benckendorff, die als het ware zijn opwachting maakt bij Gilles Schouten. „Opvallend is het kruis dat hij draagt”, zegt Freerk Kunst van de Historische Vereniging Wijhe. „Hij heeft God aangeroepen, omdat hij met zijn tocht tegen Amsterdam tegen zijn meerdere inging.”

Omdat de ruitertent, een opengewerkte Basjkierse joert, nog niet klaar was, wordt Von Benckendorffs beeld later dit jaar in Wijhe onthuld. Misschien heeft de president van Basjkirostan dan wél tijd.

>>historischeverenigingwijhe.nl