Colijnsplaat vraagt zich nog altijd af: waarom wij niet?

Watersnoodramp 1953
De LEAD bij het oude gemeentehuis. Het schip brak de stroom die de dijk van Noord-Beveland probeerde te overweldigen. beeld Historie gemeente Noord-Beveland
6

Het wonder van Colijnsplaat spreekt tot de verbeelding van de huidige generatie. Doeta Aartsma (20) uit Amsterdam maakte als middelbare scholier samen met een vriendin een film over de bijzondere gebeurtenis waarbij de dijk niet ondanks maar dankzij de storm werd gered.

In de rampnacht probeerden tientallen mannen uit het Noord-Bevelandse Colijnsplaat in de gierende storm met hun lichaam de vloedplanken in de coupure van de zeedijk op hun plek te houden. De balken stonden door de kracht van het almaar stijgende water op het punt te bezwijken. Door eendrachtig zo hard mogelijk ertegenaan te duwen probeerde de groep dit te verijdelen. De langste onder hen, die over de dijk heen kon kijken, riep bij iedere aanrollende golf: „Houen, jongens!”

Totdat er plotseling iets gebeurde wat iedereen in Colijnsplaat het wonder noemt: vanuit de haven werd het beurtschip Lead door de woedende wind opgelicht en in de lengterichting precies voor de coupure neergekwakt, waardoor het een golfbreker werd. De coupure bleef gespaard en Colijnsplaat werd in die nacht behoed voor een overstroming.

Filmopnamen

„Mijn oom Johan Sturm, die uit Zeeland komt, vertelde mij het verhaal dikwijls. Hij kent bijna iedereen in Colijnsplaat. Ik vond het zo’n bijzonder verhaal”, vertelt Doeta Aartsma. „Als kind kwam ik vaak in Colijnsplaat, ik heb er gespeeld op het monument ter herinnering aan het wonder. Toen ik zestien was, moest ik op mijn middelbare school, het Bonhoeffer College in Castricum, een profielwerkstuk maken. Mijn vriendin Daan van Limburg Stirum en ik besloten om niet een gewoon werkstuk, maar een film te maken. Daarin wilden we familieleden aan het woord laten van de mannen van weleer die in Colijnsplaat de dijk hebben gered. De meeste mannen zijn zelf niet meer in leven. De leraar geschiedenis en andere docenten vonden ons idee maar niks; ze wilden een gewoon werkstuk. Maar uiteindelijk gaf de leraar aardrijkskunde zijn fiat.”

De vijf dagen die de meisjes in de herfst van 2015 in Colijnsplaat doorbrachten voor de opnamen werden uiteindelijk de boeiendste uit hun jonge leven, zegt Doeta nu. „De mensen in het dorp waren zo gastvrij en behulpzaam. Iedereen dacht met ons mee. En ik ben supertrots dat de film nadien niet alleen op een drukbezochte bijeenkomst voor de dorpsbewoners te zien was, maar bovendien werd vertoond in het Watersnoodmuseum. Ook Omroep Zeeland besteedde er aandacht aan. Van school kregen we uiteindelijk een 10 voor ons project.”

Wonder

Doeta herinnert zich dat de meisjes in de aanloop naar de filmopnamen weleens kibbelden over wie van de twee nú weer iemand telefonisch moest benaderen om mee te doen aan de film. „Door het Zeeuwse dialect van de mensen konden we bijna niemand verstaan. Er waren trouwens ook inwoners die niet wilden meewerken. Anderen zeiden dat ze niets te vertellen hadden. Maar uiteindelijk hebben we toch een aantal betrokkenen een mooi verhaal kunnen laten vertellen.”

De film duurt ruim zestien minuten en kreeg de titel ”De levende dieke” (dijk). Doeta Aartsma: „Het mooie van dit verhaal is niet alleen dat het een toonbeeld was van grote moed en eensgezindheid onder dorpbewoners. De mannen gaven zich immers als één man om hun dorp te redden. Nee, ook het feit dat de gebeurtenis later mythische vormen aannam en door veel mensen nog steeds als een Godswonder wordt gezien, is heel bijzonder. Waarom liepen zo veel dorpen onder water terwijl juist ‘Colijn’ werd behouden? Zelfs vandaag vragen inwoners zich dat nog af.”

Een laat monument

Pas in 1992 kreeg het dorp een monument ter herinnering aan het wonder van Colijnsplaat. Gerard de Fouw, medewerker historie van de gemeente Noord-Beveland, weet wel waarom: in de ogen van veel inwoners van het dorp was er niets gebeurd. Dus hoefde er ook geen monument te komen.

De diepere oorzaak lag in de watersnood zelf, althans in wat deze buiten ‘Colijn’ had aangericht. „Het zeewater was constant aan het stuwen. Het bleef maar stijgen. Totdat op een gegeven moment aan de andere kant van het water, op Schouwen-Duiveland, de dijk het begaf bij Nieuwerkerk. Het water vond toen een uitweg, waardoor het bij Colijnsplaat anderhalve meter zakte. Dat gebeurde overigens nádat het beurtschip Lead voor de coupure was terechtgekomen. Het gevolg was dat de waterdruk opeens sterk afnam. Dat is onze redding geweest, maar wel ten koste van veel mensenlevens.”

Kortgene en Kats

Dat was niet alleen op Duiveland het geval. Die nacht brak ook de dijk bij Kortgene door. Er was dijkbewaking op Noord-Beveland, maar de prioriteit lag niet bij de dijk van Kortgene. Dat dorp lag relatief in de luwte, aan het Veerse Gat, terwijl Colijnsplaat de volle laag kreeg vanuit de Oosterschelde. De zeedijk daar werd daarom het scherpst bewaakt.”

Maar juist in Kortgene ging het mis en niet in Colijnsplaat. Dat had niemand verwacht. Vijftig doden waren er in Kortgene en Kats te betreuren door deze „sluipmoord”, zoals De Fouw de dijkdoorbraak noemt: 42 in Kortgene en 8 in Kats. „Er was in Kortgene de vorige dag nog een splinternieuw gemeentehuis in gebruik genomen; het water stond daarbinnen de volgende dag 2,5 meter hoog.”

Schouder aan schouder

Lange tijd werd het plaatsen van een monument in Colijnsplaat niet kies bevonden tegenover de slachtoffers in Kortgene en Kats, stelt De Fouw. Neemt niet weg dat in de rampnacht tientallen mannen –van werkman tot schoolmeester en dokter– schouder aan schouder hebben staan duwen om de vloedplanken op hun plek te houden. „Het was: de nood is aan de man, we gáán”, zegt De Fouw. „Achteraf is vastgesteld dat als Colijnsplaat was overstroomd, het water tot aan de dakgoot van de kerk zou hebben gestaan. Dat is 4 meter hoog.”

Het is onbekend hoeveel mannen er precies in actie kwamen die nacht. „Omdat de noodklokken luidden, kwamen er wel steeds meer bij. Het moeten er tussen de 50 en de 100 zijn geweest.”

Het monument dat er uiteindelijk toch kwam, was een ontwerp van de Vlissingse kunstenaar Jan Haas. Het bestaat uit een hand, een muur en een golf, die de mannen aan de dijk, de dijkcoupure en de zee symboliseren.

Bekijk ook ons dossier over de watersnoodramp.