Archeoloog ontdekt op Veluwe tweeduizend nieuwe grafheuvels

Archeoloog Quentin Bourgeois doet onderzoek naar grafheuvels op de Veluwe en ontdekte met een speciale meetmethode dat er veel meer grafheuvels zijn dan altijd werd gedacht.   beeld Dick Vos

De Veluwe telt geen duizend grafheuvels, maar drieduizend, leert nieuw onderzoek. Diep verstopt in het Kroondomein ligt een immens ritueel landschap, met grafheuvels, maar ook met iets wat weleens een soort Nederlands Stonehenge zou kunnen zijn.

Nee, hij vindt het ook niet echt leuk, dit weer. Het is een graad of vijf boven nul, we bevinden ons ver van de bewoonde wereld, en het druilt onophoudelijk. Na een uur ben je doorweekt en koud tot op het bot. Maar de ogen van archeoloog Quentin Bourgeois glinsteren.

Bourgeois onderzocht de afgelopen jaren met nieuwe technieken een grafheuvellandschap op de Veluwe. Dat was al eerder gedaan, in 1907, door de archeologische pionier J. H. Holwerda van het Rijksmuseum van Oudheden. Maar eerdere archeologen interesseerden zich alleen voor de grafheuvels zelf. De omgeving lieten ze voor wat die was. Bourgeois pionierde met magnetometrie. Deze meetmethode gaat uit van variaties in het aardmagnetisch veld door menselijk ingrijpen.

De archeoloog werkte met de nieuwste versie van het Actueel Hoogtebestand Nederland, dat ook heel kleine hoogteverschillen in het landschap zichtbaar maakt.

Zijn ontdekkingen zijn spectaculair. Het bekende grafheuvelveld in het Kroondomein op de Veluwe strekt zich niet uit over vijf kilometer, maar over minstens acht kilometer, en er bevinden zich veel meer dan de vijftig bekende grafheuvels. Het veld met raatakkers (akkers uit de late bronstijd), is niet 75 hectare groot, maar minstens 200 hectare.

Het belangrijkste wat Bourgeois ontdekte is echter dat de omgeving van de al onderzochte grafheuvels letterlijk vol ligt met sporen van menselijke aanwezigheid en activiteit.

Bijzonder volk

Het gaat hier om een bijzonder volk, vertelt Bourgeois. „Dit zijn de mensen die vijfduizend jaar geleden, na de hunebedbouwers, over deze streken uitzwermden. Ze kwamen uit Oost-Europa, Oekraïne bijvoorbeeld. Je beeld van de prehistorie moet echt om, als je hier goed om je heen kijkt. Hier was echt geen sprake van een boertje dat hier met twee koetjes en een graanakkertje zijn leven sleet. Dit was een complexe samenleving. Of je in deze periode nu in Moskou of in Denemarken een graf opgraaft, overal begroef men exact hetzelfde. Deze mensen reisden veel, over grote afstanden, en konden met elkaar praten. Waarschijnlijk spraken zij het Proto-Indo-Europees, waar elke moderne Europese taal van afstamt.” Hoe hij dat weet? „Je weet dat nooit zeker natuurlijk, want ze schreven niet. Maar we weten dat woorden als wiel, ossen, span en juk overal in Europa dezelfde stam hebben, en uit dat Proto-Indo-Europees stammen. Als archeologen dan in Denemarken een prachtig bewaard gebleven graf vinden van iemand die begraven is in zijn ossenkar, met ossen en al, dan kun je wel een link leggen.”

Letterlijk aan de rand van de kaart die Bourgeois maakte van het enorm rijke gebied, trof hij sporen aan die ouder zijn, en geheimzinniger. Paalgaten, in een licht gebogen lijn – wat zomaar eens een cirkel zou kunnen zijn. „Dat doet denken aan de voorgangers van Stonehenge, toen daar nog geen stenen stonden. Een rituele plek dus, oeroud.”

Eeuwenlang

Dat betekent dat de mensen die de grafheuvels hier opgeworpen hebben, vanaf vijfduizend jaar geleden, bewust een plek kozen die al eeuwenlang een bijzondere rol had. Hier gingen zij hun doden begraven. „En dat bleef zo”, weet Bourgeois. „Eigenlijk tot op de dag van vandaag.”

Echt? Vandaag wordt er toch niemand meer begraven op deze afgelegen plek? „We weten dat nog eeuwenlang nieuwe urnen bijgeplaatst werden in de grafheuvels”, zegt Bourgeois.