Kritiek op flyshoot als duurzame visvangsttechniek

Urk. Foto ANP ANP

BOULOGNE-SUR-MER – Boze Franse vissers willen dat hun Nederlandse collega’s wegblijven uit het Kanaal. Ze gebruiken harde middelen: pesterijen, intimidatie en een blokkade van de havensluizen van Boulogne-sur-Mer. Mikpunt van kritiek is de vangstmethode van de Nederlanders: het flyshooten.

Voorman Bruno Dachicourt van de Franse vissers vatte hun standpunt deze week zo samen: „De buitenlandse vloot hanteert een erg efficiënte vistechniek die veel ruimte in beslag neemt. Het Kanaal is een beperkte ruimte vergeleken met de enorme omvang van deze schepen.”

De vistechniek waar hij op doelt is het zogenoemde flyshooten. Dit is een verbeterde versie van de al decennia geleden uit Denemarken overgewaaide snurrevaadvisserij, door de Nederlanders snorren genoemd.

Het schip maakt een grote boog en omsluit daarbij een stuk zeebodem met twee lange lijnen of zegentouwen, waar het net aan zit. Tijdens het vissen worden deze touwen naar het schip getrokken. Ze rollen over de bodem en schrikken zo de vissen op. Die blijven voor de touwen uit zwemmen en worden samengedreven bij het net.

De techniek staat juist bekend als duurzaam, omdat de zeebodem –in tegenstelling tot bij het veel bekritiseerde bokken– niet wordt omgewoeld. De gevangen vis is bij handelaren geliefd om zijn hoge kwaliteit.

Juist over het begrip duurzaam lijkt verwarring te ontstaan. Voor de NOS-microfoon verklaarde een andere woordvoerder van de Franse vissers vorige week dat de Nederlanders niet duurzaam vissen, maar de Fransen. De Franse vissers gebruiken traditionele vangstmethoden, kleine sleepnetten of zogenoemd staand want. Hun kritiek richt zich juist op de omvang van de Nederlandse schepen en netten.

De vloot die vorige week de Franse haven niet in mocht, telde een kleine dertig schepen. Ze hadden registratienummers van Nederlandse, Engelse en Belgische havens, maar de meeste schepen zijn eigendom van Urker vissers.

De Urker vissers stellen dat zij maar een klein deel van de vis opvangen. Zij zijn alleen in de wintermaanden actief en vissen dan op ongequoteerde soorten als rode mul, poon en inktvis. Die wordt in Boulogne aan Franse handelaren verkocht. Bovendien vinden ze dat niemand hun kwalijk kan nemen dat ze hebben geïnvesteerd in modernisering, terwijl de Fransen met verouderde technieken zijn blijven werken.

Al enkele jaren werken Nederlandse en Franse onderzoekers samen aan het in kaart brengen van de visserij in het Kanaal. Projectleider Marloes Kraan van het Nederlandse onderzoeks­instituut Imares –onderdeel van Wageningen UR– zegt dat het flyshooten een heel efficiënte vismethode is. Vergeleken met de Fransen zijn de Nederlanders maar weinig dagen op zee, maar ze voeren wel veel vis aan. Als voorbeeld noemt ze de soort rode mul. In 2010 waren de Nederlanders goed voor 5 procent van de ”visserijinspanning” (waarin zeedagen en motorvermogen zijn verwerkt, TR) maar brachten ze de helft van de totale hoeveelheid gevangen vis aan wal.

Staatssecretaris Dijksma kwam gisteren met de Franse minister van Visserij overeen dat er meer vaart wordt gezet achter –eerder overeengekomen– vervolgonderzoek naar de visbestanden in het Kanaal. Daar is volgens Kraan nog veel onduidelijkheid over. „De aanvoer van rode mul schommelt sterk, maar dat wil niet zeggen dat het goed of slecht gaat met die soort. En over poon en inktvis is gewoon nog heel weinig bekend”, aldus Kraan.

Intussen gaan de Franse vissers door met hun acties, zeer tegen de zin van hun eigen handelaren. Die willen de door de Nederlanders gevangen vis juist graag kopen en dreigen een behoorlijk aandeel van hun omzet kwijt te raken. Van de weeromstuit boycotten de Franse kooplui nu hun eigen vissers, waardoor de 
prijzen de afgelopen dagen verder onder druk kwamen te staan. Het gaat voorlopig nog hard tegen hard in Boulogne-sur-Mer.

Morgen praten de Franse kooplui weer met de Urker vissers. Die hopen dat de kwestie snel wordt opgelost, want ook zij lopen inkomsten mis nu ze hun vis naar Nederland brengen.