„Wie de hel wil afschaffen, wordt genadeloos”

„De indringende aansporing in de Schrift om te geloven omdat zonder geloof de verlorenheid wacht, wordt genegeerd.” beeld Getty Images/iStockphoto
2

Hoe wezenlijk voor het christendom is de boodschap van de eeuwige straf? Kan een liefdevolle God mensen tot de hel veroordelen? Zou elke christen niet wensen dat de hel leeg blijft?

Waarom zou een christen eigenlijk willen verdedigen dat er een hel is? Michael McClymond, hoogleraar modern christendom aan de Saint Louis Universiteit in de Verenigde Staten, beantwoordt deze vraag. Zijn boek biedt een geschiedenis en interpretatie van de alverzoening (het universalisme). Het boek gaat over de overtuiging dat alle redelijke schepselen worden verlost en gebracht tot eeuwige gelukzaligheid. Niet alleen alle mensen, maar ook de demonen en zelfs de duivel; vandaar de titel ”The Devil’s Redemption”.

Het boek telt bijna 1400 bladzijden, in twee delen. Die omvang was nodig om enigszins volledig te zijn. Allereerst wil McClymond laten zien dat de alverzoening samenhangt met allerlei belangrijke leerstukken. De visie op bijvoorbeeld uitverkiezing, vrije wil en voldoening verandert als je het universalisme aanhangt. Wie schuift met de pion van de alverzoening verandert de loop van alle andere theologische schaakstukken. Vervolgens zijn er veel universalistische varianten. Soms is de basis de vrije wil van de mens, soms Gods uitverkiezing of Zijn liefde, of een goddelijke vonk in ieder schepsel dat noodzakelijk weer met God zal worden verenigd. Volgens sommigen volgt na de dood eerst een tijd van loutering en krijgen mensen een tweede, derde, honderdste kans; anderen beweren dat alle mensen, ongeacht hoe zij hebben geleefd en hoe zij zijn gestorven, onmiddellijk tot de zaligheid worden toegelaten.

Toename

Opvallend is de enorme toename van het universalisme. Sinds Origenes in de Vroege Kerk was het feitelijk niet meer dan een smalle esoterische zijstroom van het christelijk geloof; maar in de 20e en 21e eeuw is het verplaatst naar het midden van de theologische belangstelling. Zowel protestantse als rooms-katholieke auteurs (Barth en Moltmann; Urs von Balthasar) sympathiseren met de alverzoening. Ook in Nederland duikt ze overal op. Enkele decennia geleden schreef de gereformeerde predikant Jan Bonda zijn boek ”Het ene doel van God”. Robert Bells ”Love Wins” werd een kaskraker en hij krijgt op lazarus.nl, een onlineplatform voor progressieve christenen, alle ruimte. De populaire schrijver Reinier Sonneveld flirt met de alverzoening, zoals hij zelf erkent. Preken over de hel zijn voor veel kerkgangers onverteerbaar. De protestantse predikante ds. Arenda Haasnoot schrijft ergens dat zij meerdere keren stevige kritiek kreeg toen ze over twee wegen en twee bestemmingen had gepreekt.

Maar waarom zou de boodschap van alverzoening zo erg zijn? Het twaalfde hoofdstuk beantwoordt deze vraag op indrukwekkende wijze. Het hoofdstuk heet ”de verduistering van genade”. Volgens de voorstanders van alverzoening doen zij niets anders dan Gods genade uitbreiden naar alle mensen – maar McClymond laat zien dat het universalisme het besef verloren heeft van wat genade is. Er komt een ander zicht op God, op genade, op geloof. De soevereine God wordt omgevormd tot een God-voor-ons, Die zonder ons geen God zou kunnen zijn. De indringende aansporing in de Schrift om te geloven omdat zonder geloof de verlorenheid wacht, wordt genegeerd. En, als onvermijdelijk sluitstuk, de notie van genade wordt geëlimineerd.

In de Bijbel duidt genade altijd op vrije verkiezing, openbaart ze zich als de uitzondering op de regel, is ze een ontvangen geschenk dankzij Gods onverdiende gunst. Uitverkiezing en verantwoordelijkheid zijn geen tegenstelling, maar veronderstellen elkaar. Dit alles verdampt zodra men de alverzoening omarmt. Wie de hel wil afschaffen, wordt genadeloos. Wie poogt om genade uit te breiden tot alle mensen, ondermijnt de genade voor ieder mens.

Onder druk

Verdedigers van de alverzoening stellen dat zij alle nadruk leggen op Gods liefde. Wat zij daar niet mee in overeenstemming kunnen brengen, veroordelen zij. Opvallend genoeg brengen zij zodoende precies dezelfde argumenten in stelling als de ”new atheists” doen in hun kritiek op het bestaan van God.

Volgens McClymond vergissen de universalisten zich als zij beweren Gods liefde centraal te stellen – wat hun theologie beheerst, is metafysica. Het zijn de veronderstellingen die bepalend zijn. Het is geen geloof maar een filosofie. On-Bijbelse speculaties over de natuur van God en van de mens en over goed en kwaad kunnen nu in de wereldwijde theologie vrij spel krijgen aangezien de Heilige Schrift niet meer doorslaggevend is. Dat is geen hoopvol teken, zegt McClymond, met gevoel voor understatement. Hij roept ertoe op om het universalisme niet te weerspreken door tegenover Gods liefde Zijn rechtvaardigheid te plaatsen, maar door een betere, Bijbelse invulling te geven van wat de liefde van God inhoudt – liefde die gekenmerkt wordt door genade. Wie van genade leeft, kan geen universalist zijn.

The Devil’s Redemption: A New History and Interpretation of Christian Universalism, Michael J. McClymond; uitg. Baker Academic; 1376 blz.; $ 90,00.