„Ware kerk wordt niet vals door vrouw in ambt”

In Bunschoten vond zaterdag de tweede landelijke bezinningsdag plaats van de bezinningsgroep ”Man, Vrouw en Ambt”. beeld André Dorst
6

De ware kerk wordt niet vals als zij dwaalt inzake de roeping van vrouwen, al zijn de onderliggende vragen in de Schrift heel wezenlijk, stelt prof. dr. H. van den Belt. Hij adviseert bezwaarde vrijgemaakt-gereformeerden: „Niet scheuren, maar blijven, vanwege de trouw en het geduld van God.”

Dat zei hij zaterdag in Bunschoten tijdens de tweede landelijke bezinningsdag van de bezinningsgroep ”Man, Vrouw en Ambt”. De groep werd opgericht naar aanleiding van het besluit in 2017 van de generale synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) om per direct de ambten van diaken, ouderling en predikant open te stellen voor alle vrouwen. Er zijn momenteel ongeveer 25 revisieverzoeken van kerkenraden naar de generale synode gestuurd.

Zaterdag werd een open brief bekendgemaakt die gemeenteleden kunnen sturen naar de generale synode. Binnen de GKV is het namelijk niet mogelijk dat individuele kerkleden een revisieverzoek kunnen indienen. De open brief stelt dat bij veel leden van de GKV een „sterk gevoel van vervreemding” is ontstaan naar aanleiding van de synodebesluiten. Een deel van de zusterkerken heeft de band met de GKV verbroken. De open brief roept de synode dringend op om „bij de beoordeling van de revisieverzoeken de eenheid met de christelijke kerk weer uitdrukkelijk te zoeken.”

Moreel probleem

Prof. Van den Belt, hoogleraar systematische theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, sprak over ”Schriftgezag en hermeneutiek”, en richtte zich daarbij concreet op vrouwelijke ambtsdragers. Hij betoogde dat de lezing van de Schrift altijd plaatsvindt in gemeenschap met de traditie en in wisselwerking met de cultuur. De (post)moderne theologie neemt echter de mens als uitgangspunt en niet God, waardoor de hermeneutiek „steeds meer een leesbril wordt in plaats van een leessleutel.”

We moeten echter ook niet in een moderne kramp schieten waarin we alles nog meer gaan vastleggen, aldus de hoogleraar. „Wel moeten we de postmoderne vooronderstellingen ontmaskeren en luisteren naar de omgang van de kerk der eeuwen met de Schrift. We hebben geen hermeneutisch, maar een moreel probleem en hebben de verlichting door de Heilige Geest nodig. Wezenlijk is dat er een gezag is waarmee God door de Schrift ons de waarheid openbaart.”

De oorspronkelijke bedoeling van de man als hoofd van de vrouw is in de Bijbel bevrijdend geweest. De Bijbel verwijst naar de schepping van man en vrouw naar Gods beeld en gelijkenis en verbindt daaraan een verschil in roeping. „Het Nieuwe Testament gaat uit van een principiële en volstrekte gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen voor God in Christus en bestrijdt elke vorm van onderdrukking en discriminatie. Tegelijk lijkt het mij onmiskenbaar dat het Nieuwe Testament spreekt van een onderscheiden roeping van mannen en vrouwen in gezin, maatschappij en kerk.”

Diaconessen

Het thema ”Dé vrouw in hét ambt” is hem te massief. „Er zijn heel veel vrouwen in de Bijbel die groot werk verrichten in Gods Koninkrijk. Er is uit het Nieuwe Testament geen uitgekristalliseerde ambtstheologie af te leiden. De ambten van diaken, ouderling en predikant zijn mede ingegeven door de concrete historische context van de Reformatie.”

Zelf zou prof. Van den Belt vanwege de koppeling in de gereformeerde theologie van het leerambt en het regeerambt aan de ambten van predikant en van ouderling geen voorstander zijn van vrouwelijke predikanten en ouderlingen, maar „afhankelijk van de concrete invulling kan ik niet goed aangeven waarom er in de kerk geen diaconessen zouden mogen zijn. Als proponenten mogen voorgaan in de eredienst, zonder enige ambtelijke bevestiging, kan ik mij zelfs voorstellen dat de kerk vrouwen de gelegenheid geeft om te in de eredienst de Bijbel uit te leggen en toe te passen.”

De hoogleraar schaarde zich achter de positie van de Gereformeerde Bond: „Geen ruimte voor de vrouw in het ambt, wel in de kerkelijke bediening.” Prof. Van den Belt: „Het probleem zit niet alleen in de verschillende roeping van mannen en vrouwen, maar ook in de structuur van de gereformeerde ambtsopvatting. Omdat die structuur in de belijdenissen is verankerd is het niet eenvoudig om daar een oplossing voor te vinden.”

Ommekeer

Ds. Jan Wesseling (Veenendaal) sprak over de ommekeer die binnen de GKV heeft plaatsgevonden. „Er is iets grondig veranderd: een wending van God naar de mens. Welke plek heeft de toewending tot de heilige, eeuwig levende God in ons kerkelijk bestaan en ons christenleven? Wie is Hij en wie ben ik?”

Hij zag veel kerken opereren vanuit angst: de angst om kleiner te worden, de angst om mensen tegen de haren in te strijken. „We zijn vooral bezig met de vraag hoe we de jongeren toch in hemelsnaam bij de kerk houden, hoe we succesvol kerk kunnen zijn en hoe we toch nog goed kunnen overkomen bij de buitenwacht. Die relativering in de kerk sluit naadloos aan bij het hedendaagse cultureel relativisme. Er is sprake van tijd-geest in plaats van Heilige Geest.”

Veel mensen leven bij een „dagboekjes-geloof, bij flarden van teksten”, aldus ds. Wesseling. „Ik zie dat bijvoorbeeld ook als kenmerkend voor de besluiten van de generale synode. Het is een selectieve manier van Bijbelgebruik. Eén lijn wordt uitgediept, maar niet het gehéél van de Godsopenbaring wordt in rekening gebracht. Er is geen bezinning op de ambtsleer, en geen doordenking van de ongelijkheid. Dat wordt teruggeschoven naar de kerken.”

Katholiciteit

Ds. Gerrit Treurniet (Vlaardingen) voerde een pleidooi voor de katholiciteit van de Drie Formulieren van Enigheid en wilde niet terug gaan tot de drie oecumenische belijdenissen als een soort van canon van het katholieke geloof, zoals prof. dr. A. van de Beek recent bepleitte. „Het kan zelfs getuigen van miskenning van het werk van de Geest als je de kerk confessioneel terug wil denken achter de Reformatie in de zestiende eeuw. Teruggaan achter de Drie Formulieren is net zo ondankbaar en naïef als het teruggaan achter de oudchristelijke symbolen.”

Andersom geldt dan ook dat geen enkele belijdenis compleet of perfect is, aldus ds. Treurniet. „Daar zijn wij te klein voor en vooral: daar is God te groot voor. Principieel staat de gereformeerde belijdenis open voor correctie, aanvulling en actualisering. Maar als het teruggaan achter de gereformeerde belijdenis betekent om de bandbreedte van de kerk te vergroten, lijkt me dat geen strak plan.”