Subsidiestop bedreigt voortbestaan Museum Ons’ Lieve Heer op Solder

Birgit Büchner.  beeld Rebekka Mell
3

Het voortbestaan van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder in Amsterdam loopt ernstig gevaar door het definitief wegvallen van subsidie. „Dit mogen we niet laten gebeuren”, zegt woordvoerder Olmo van Kranen. „We werken samen met de buurt aan een reddingsplan.”

Het Amsterdams Fonds voor de Kunst (AFK) liet het museum vorige week weten dat de aanvraag voor een vierjarige subsidie van 600.000 euro niet kan worden gehonoreerd. Hoewel het advies over de aanvraag positief was, beschikt het fonds over onvoldoende budget om tot uitkering over te gaan. Er is een tekort van 6,6 miljoen euro. De financiële situatie van het museum wordt daarmee zo kritiek, dat sluiting dreigt.

Verbijsterd

Het bericht sloeg bij het museum in als een bom. Directeur Birgit Büchner: „Ik ben verbijsterd. Museum Ons’ Lieve Heer op Solder behoort tot het cultureel en religieus erfgoed van Amsterdam. Het zeventiende-eeuwse woonhuis met de verborgen kerk op zolder representeert drie eeuwen Amsterdamse geschiedenis. Bovendien focussen we met ons museum op de actuele betekenis van dit unieke monument voor onze stad. Deze link met het heden wordt hoog gewaardeerd, zowel door bezoekers en scholen als door het Amsterdamse fonds.”

Op sociale media kwam een storm van berichten over de mogelijke oorzaak van de sluiting. Het museum zou bijvoorbeeld niet inclusief genoeg zijn.

Van Kranen: „Jammer dat men geen contact met ons heeft gezocht. Het rapport van het fonds was honderd procent positief over ons. Maar, zoals dat met elk rapport gaat, er worden ook tips gegeven, in dit geval onder meer over de diversiteit. In de zin van: denk ook daar aan. We zijn een enorm inclusief museum, maar we kiezen wel de beste spelers in het spel. Zo zijn er toevallig bij ons educatieprogramma alleen maar vrouwen werkzaam. Dit omdat zij de beste kandidaten in het vakgebied zijn.”

Reddingsplan

Het museum heeft een bewogen jaar achter de rug, zegt Van Kranen. „We waren vanwege de coronavirus drie maanden dicht en hebben daardoor 30 tot 40 procent van de omzet gemist. Daar komt bij dat we op het drukste plekje van Amsterdam zitten, waar de dagjesmensen en de gemiddelde toerist nu wegblijven.”

Het museum heeft een strategisch plan opgesteld om het Nederlandse publiek wakker te schudden, aldus Van Kranen. „De subsidie kan niet worden uitgekeerd, helaas. Maar er zijn ongetwijfeld nog potjes in Amsterdam of Nederland die nog niet zijn aangebroken. Ik verwacht eigenlijk een reddingsplan om dit prachtige monument toch nog in stand te kunnen houden.”

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder behoort samen met het Rijksmuseum tot de oudste musea van Amsterdam. Het museum was oorspronkelijk een rooms-katholieke schuilkerk (eigenlijk huiskerk), een vanbuiten niet als zodanig herkenbaar kerkgebouw uit de tijd van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De naam Ons’ Lieve Heer op Solder is een ludieke naam voor een rooms-katholieke eredienst op een zolderetage.

Tolerantie

Het begon allemaal in 1661, toen de welgestelde rooms-katholieke Duitse koopman Jan Hartmann in Amsterdam het grachtenhuis aan de Oudezijds Voorburgwal (nr. 40) kocht, inclusief de twee erachter liggende woningen. Hij verbond de bovenste verdiepingen van de drie panden en liet daar een kerk in bouwen. Tot in de negentiende eeuw werden er diensten gehouden.

Restauratie was nodig, omdat de 100.000 bezoekers per jaar een te zware belasting vormden voor de ruimte. Zes jaar duurde de restauratie en herinrichting (kosten: 10,8 miljoen euro). In 2015 werd het museum feestelijk heropend door koningin Máxima.

Educatie en voorlichting werden belangrijke speerpunten van het vernieuwde museum, dat zich overduidelijk wilde ontwikkelen tot een symbool van tolerantie. Tijdens de heropening onderstreepte de Amerikaanse historicus Russell Shorto de actualiteit van het „gedogen” als typisch Nederlands keurmerk. „Dit gebedshuis is niet iets van het verleden, het is een stuk praktische wijsheid.”

Nederland kent nog zo’n dertig voormalige schuilkerken, die soms grondig gerestaureerd zijn of een geheel andere bestemming gekregen hebben, zoals de Rode Hoed in Amsterdam, dat nu een debatcentrum is.