Prof. dr. W. van Vlastuin: Hoe uniek is de mens precies?

Geloof en wetenschap
Prof. dr. W. van Vlastuin vroeg vrijdag tijdens het oorsprongsdebat in Nijkerk aandacht voor het principiële verschil tussen mens en dier. beeld RD, Henk Visscher
9

Prof. dr. W. van Vlastuin vroeg vrijdag tijdens het oorsprongsdebat in Nijkerk aandacht voor het principiële verschil tussen mens en dier.

Het derde themablok in de Nijkerkse Fonteinkerk vrijdag ging over de vraag naar de ”theologische antropologie”: wat leert de Bijbel over de mens? Prof. dr. Van Vlastuin: „Ik zou willen weten of er een ontologisch verschil is tussen mens en dier. Van den Brink schrijft in zijn boek over een boer die tegen hem zei: ”Ik wil niet van de apen afstammen!” Ik denk dat deze boer hier ook op doelt. Het gaat om de vraag of de mens een uniek dier is. Of heeft hij een dimensie die onvergelijkbaar is met het dier?”

2017-09-23-KRK02-bijcongres23-3-FC_webProf. G. van den Brink: Denk genuanceerd over evolutie

Ook al kent de mensen complexere vermogens, hij verschilt slechts gradueel van de dieren, zodat een harde grens ontbreekt, vat prof. Van Vlastuin de visie van prof. Van den Brink samen. Hij plaatst hier kritische kanttekeningen bij. „Wringt een materialistische evolutie niet met het christelijk geloof? Leidt het niet tot een christendom zonder ziel?” Prof. Van Vlastuin vraagt aandacht voor een „kwalitatief verschil” van de mens met de dierenwereld. „Een gradueel verschil voldoet niet.”

Prof. Van den Brink reageert: „Ik heb laten zien dat het beeld van God bij de mens primair gelegen is in zijn roeping. De waardigheid van de mens zit niet in enige karaktereigenschap of enig substraat dat wij hebben. Tegelijk zie ik wel dat de mens alleen aan die roeping kan beantwoorden door de volstrekt unieke capaciteiten die hij heeft, bijvoorbeeld dat wij veel meer dan welk dier in staat zijn tot communicatie.”

Oudtestamenticus prof. dr. M. J. Paul gaat in het vierde themablok in op de vraag welke hermeneutiek Van den Brink hanteert. „Van den Brinks exegese is niet gericht op de intentie van de Bijbeltekst, maar op de vraag naar de mogelijkheid tot herinterpretatie.” Prof. Paul citeert uit het boek: „Hoe zouden christenen (...) Bijbelteksten moeten uitleggen die in tegenspraak lijken met wat we door de wetenschap te weten zijn gekomen?” Prof. Paul daarover: „Bij Van den Brink valt een belangrijke hermeneutische beslissing. Het gaat niet om de intentie van de Bijbeltekst, maar om wat wij er nu mee kunnen doen. Want wij hebben een probleem met de evolutietheorie. Van den Brink geeft zich geen rekenschap van de uitlegkundige principes die in het geding zijn.”

Volgens prof. Paul is de verbouwing van de christelijke leer bij prof. Van den Brink „zo grondig, dat het fundament wordt aangetast.”

Prof. Van den Brink geeft aan op zoek te zijn naar een soort exegese „die verbonden kan worden de wetenschappelijke data die we hebben. Er zit inderdaad niet zo veel Bijbelse theologie en exegese in mijn boek. Maar de aard van mijn onderwerp is zodanig dat ik niet een hele hermeneutische verhandeling kan geven.”

Lees hier meer artikelen over geloof en wetenschap.