L. M. P. Scholten bespreekt oorsprong van de zonde

Archieffoto van L. M. P. Scholten uit 2004. Foto Sjaak Verboom Sjaak Verboom

In Standvastig, uitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting, gaat L. M. P. Scholten in op een vraag van een lezer over de oorsprong van de zonde.

„Vraag – In Genesis 3 lezen we van de zondeval van de mens in het paradijs. Maar daarvoor was de zonde al in de hemel, toen de satan opstond tegen God. Nu is mijn vraag: waar kunnen we dat vinden in de Bijbel? Ik weet dat het is gebeurd, maar ik weet niet waar het staat.

Antwoord – Het probleem van de oorsprong van de zonde is niet op te lossen. Aan de schepping kleefde niet het minste gebrek en toch is de zonde ertussen gekomen. Het eerste zelfs in de hemel.

De duivelen zijn gevallen engelen. Waarschijnlijk zijn de engelen op de eerste scheppingsdag geschapen, tegelijk met de hemel waartoe zij behoren. Zie daarvan Job 38:4 en 7. De Schrift is zeer sober over de opstand van de satan tegen Gods Koningschap over hemel en aarde, satans val en de val van de engelen die hem volgden. Veel meer dan 2 Petr. 2:4 en Jud. vs. 6 is het niet. Maar dat moet voor ons genoeg zijn. Wel zijn er verklaarders die op grond van Openb. 12:4 menen te mogen aannemen dat een derde deel van de engelen de satan in zijn afval van God gevolgd is.

Wanneer is dat gebeurd? Aan het einde van de zesde scheppingsdag zag God al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed (Gen. 1:31). Daarom geloof ik dat toen satans opstand nog niet had plaatsgevonden.

Laten we ons verder maar niet aan redeneringen overgeven en beven voor hem die door de Heere Jezus genoemd is „een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem” (Joh. 8:44).”