Ds. Zwartbol op jeugdcontactavond: Hertaal Heidelbergse Catechismus niet

Ds. Th. L. Zwartbol sprak zaterdag in Barneveld tijdens een jeugdcontactavond van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. beeld André Dorst
9

Dat de Heidelbergse Catechismus in Nederland nog gelezen wordt, is niet aan mensen te danken, aldus ds. Zwartbol zaterdag in Barneveld. „Ook hier zijn exemplaren verbrand en probeerde men het leerboekje uit te bannen. Dat we het nog hebben, is Gods werk.”

Het is bij achten, op de eerste zaterdagavond van januari. Het parkeerterrein bij het kerkgebouw van de oudgereformeerde gemeente in Barneveld staat vol. Een laatste bezoeker komt aangesneld. Ouderling J. Haalboom uit Rhenen wijst hem de weg: „We zitten beneden.”

In de zaal staan zo’n 150 stoelen. Ze zijn allemaal gevuld. „De opkomst overtreft onze verwachtingen”, aldus H. J. Postema uit Doorn, die de avond mede organiseert. Als iedereen een kopje koffie of thee heeft gedronken, leest hij met de jongeren Psalm 119:1-9.

De bezoekers van de eerste jeugdcontactavond die de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland organiseren in de regio Midden-Nederland komen uit de wijde omtrek van Barneveld. Ermelo, Genemuiden, Gouderak, Streefkerk, Urk en Vianen zijn enkele van de plaatsen van herkomst. Het grootste deel van de aanwezigen is een jaar of zeventien, al zitten er ook meerdere twintigers.

Na het openingswoord houdt ds. Th. L. Zwartbol, predikant van de oud gereformeerde gemeente te Urk, een lezing over de Heidelbergse Catechismus. Voordat hij begint, geeft de predikant Psalm 25 vers 2 op. De predikant mag graag Psalmen zingen, vertelt hij. En hij stelt tijdens de avond vast dat de jongeren goed meezingen. „We zouden eens kunnen afspreken dat we een avond bij elkaar komen om de Psalmen te zingen”, merkt hij daarom op.

Tijdens zijn lezing gaat ds. Zwartbol in op vier personen. „Zacharias Ursinus, Caspar Olevianus, Frederik de Vrome en Petrus Datheen. Zij hebben veel betekend voor dit leerboek, dat een troostboek is voor Gods volk en kinderen.”

Waar Olevianus „een man van de praktijk” was, stond Ursinus wat meer in de schaduw, aldus ds. Zwartbol. „Maar deze beide mannen waren grote lichten. Ze waren bedeeld met de genade Gods. Deze geleerde mensen kenden de grondtalen van de Bijbel, maar bovenal de tale Kanaäns.”

Beide mannen kregen van Frederik de Vrome de opdracht om een eenvoudig en helder boekje op te stellen, legt de Urker predikant uit. „De keurvorst wilde dat de jeugd onderwezen zou worden. Onder biddend opzien gingen de twee godvruchtige mannen, 28 en 26 jaar oud, aan het werk. De keurvorst keek de catechismus vervolgens na. Hij vond er niets in wat niet was naar Gods Woord. Die conclusie trokken later ook de leden van Dordtse synode.”

Dankzij Petrus Datheen is de catechismus in het Nederlands vertaald. „Vervolgens is vaak geprobeerd om de Heidelbergse Catechismus uit te bannen. Ook hier is er een tijd geweest waarin men de huizen langs ging en de boekjes verbrandde. Dat we de catechismus nog steeds hebben, is geen mensenwerk, maar Gods werk.”

Ds. Zwartbol constateert dat in veel Nederlandse kerken niet meer uit de catechismus gepreekt wordt. „Voelen we aan hoe ernstig dat is? „We hebben aan het Woord genoeg. We hebben toch de Bijbel?”, zegt men dan. En dat klinkt nog rechtzinnig ook. Maar men loopt ermee vast. Want zeker als jongere kom je allerlei mensen tegen, die iets te zeggen of te vragen hebben. Dan moet je weten wat je daarop kunt antwoorden. Ik hoop dat je kennis mag hebben van de geloofsleer. Al komt het natuurlijk aan op de toepassing in het hart. Maar als je geen kennis hebt van Gods Woord en de belijdenisgeschriften, lig je open voor alle dwalingen.”

Benieuwd

In de pauze staat er fris klaar. Wie een vraag voor de predikant heeft, kan die op een briefje schrijven. Ook kunnen jongeren zich opgeven als vrijwilliger om tijdens een van de volgende contactavonden, die gepland staan voor de maanden februari tot en met april, orgel te spelen of mee te helpen met de catering.

Een groepje jongens uit Ermelo –„we hadden niet verwacht dat we hier met zoveel jongeren zouden zitten, dit hebben ze in ieder geval echt niet voor niks gedaan”– laat een e-mailadres achter om op de hoogte te worden gehouden van de volgende contactavonden. „Dan krijg je per mail een ”reminder”, dat is wel net zo makkelijk”, zegt een van hen. Of hij van plan is vaker te komen? „Ik denk het wel. De volgende keer gaat het over orgaandonatie. Ik ben wel benieuwd wat daarover gezegd wordt.”

Een bezoekster uit de gemeente Loenen aan de Vecht vertelt dat in haar gemeente al avonden voor jongeren worden georganiseerd. Vaak zitten er dan zo’n 25 mensen. Een keer per jaar komt er een predikant om een lezing te houden. Dan mogen trouwens ook ouderen de bijeenkomst bijwonen. „Het valt niet altijd mee om een predikant te vragen, maar de laatste jaren is het wel gelukt. Ze willen het vaak graag doen, maar hebben een volle agenda. Daarom is het verstandig als je hen al anderhalf jaar van tevoren belt om een afspraak te maken.”

Hertaling

Tijdens de vragenbespreking blijkt de tijd te kort om alle vragen te beantwoorden. Zo wil een van de jongeren weten hoe de predikant staat tegenover een hertaling van de Heidelbergse Catechismus. Ds. Zwartbol: „Ik hoop dat het nooit gebeurt. De opstellers van de catechismus waren grote lichten. Wij moeten niet aan die tekst gaan zitten knoeien. Bovendien: in de tijd van ds. Smijtegelt hadden veel gemeenteleden geen lagere school afgemaakt. Toen werd er zo gepreekt en begrepen de mensen het. Nu hebben we havo, vwo en noem het maar op. En we zeggen dat we het niet meer snappen. Waar ligt dat dan aan? Al betekent dat natuurlijk niet, dat sommige dingen geen uitleg nodig hebben.”

En wat nu eigenlijk het nut is van de catechismusprediking anno 2019, wil een ander weten. „De catechismus zorgt ervoor dat de verschillende stukken door het jaar heen behandeld worden. Dat leidt tot een zekere evenwichtige prediking. En je wordt bewaard voor dwalingen, omdat de grondwaarheden en grondstukken helder en klaar worden uitgelegd.”

Nederlandse Geloofsbelijdenis

„Zou je dan niet ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels tijdens de eredienst moeten behandelen?”, luidt een vervolgvraag. „We hebben nu eenmaal de gewoonte om tijdens de ene dienst vrije stof te preken en de andere dienst een Bijbelgedeelte in verband met een zondag uit de catechismus. Maar een predikant kan er best voor kiezen om bijvoorbeeld tijdens een Bijbellezing een predikatie vanuit Gods Woord te houden waarbij ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis aan bod komt. En ook tijdens de catechisatie kan de Nederlandse Geloofsbelijdenis behandeld worden. Zelf deed ik dat bijvoorbeeld ook met de oudste groep catechisanten toen ik ouderling was in Kinderdijk.

Maar daarbij zeg ik wel: dat vergt heel veel voorbereiding. En menig predikant is vaak al tot diep in de nacht aan het werk. Zeker in ons kerkverband, waar er maar weinig predikanten zijn. Degenen die preken, gaan vaak vier of vijf dagen per week in een of meerdere gemeenten in het land voor.”

„Jongeren zijn best betrokken bij de waarheid”

Ds. Th. L. Zwartbol, predikant van de oud gereformeerde gemeente in Nederland te Urk, is de spreker op de eerste jongerenavond in Barneveld. Hij heeft eerder al enkele malen gesproken op oud gereformeerde jongerenavonden in Papendrecht. „Daar hebben we aangename avonden gehad. Ik loop niet zo gauw warm voor allerlei jongerenbijeenkomsten, want ik denk al gauw: „Wat gebeurt daar allemaal?” Maar in Papendrecht hebben we gemerkt wat er allemaal onder de jongeren leeft, zoals je dat bij je eigen catechisanten natuurlijk ook merkt. We kunnen over veel dingen bezorgd zijn, maar er zijn ook nog jongeren echt betrokken bij de waarheid en bewogen over het eigen zielenheil. Dan komen ze in de pauze of aan het einde van de avond bij je met hun diepe vragen. Als we doordeweeks een predikbeurt vervullen, zien we ook zo veel jongeren. Die zitten er dan toch maar. En van sommigen mag je geloven dat de zaken van de eeuwigheid hen op het hart gebonden zijn. Als de jongerenavonden in Barneveld even aangenaam zijn als die in Papendrecht, dan zouden we elke week wel van zulke avonden willen houden.”