Digitaal avondmaal vieren roept brede discussie in kerkelijke kring op

Kerk en religie
Hoe kunnen dezer dagen de gaven van brood en wijn genuttigd worden als de kerk noodgedwongen leeg blijft? beeld RD, Henk Visscher

In christelijke media woedt al enkele weken een debat over het al dan niet digitaal avondmaal vieren. Dr. Maarten Wisse bepleit een „flexibele” theologie, dr. Marcel Barnard en dr. Mirella Klomp vinden dat het sacrament van het avondmaal niet te digitaliseren is.

Het drietal belegde woensdag een webinar (digitaal seminar) over deze kwestie. Met name in de stille week voor Pasen wordt in veel kerken het avondmaal gevierd. Naar aanleiding daarvan schreven Barnard en Klomp een opiniebijdrage in dagblad Trouw. Het moderamen van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) gaf deze week een handreiking voor een ‘virtuele’ sacramentsbediening.

Volgens de vrijgemaakte Reinier Sonneveld kunnen christenen als „priesters” het avondmaal ook thuis vieren, betoogde hij in het Nederlands Dagblad. Prof. dr. Riemer Roukema (Groningen) bestreed dat en stelde dat noch in de Bijbel, noch in de Vroege Kerk, het avondmaal thuis, in eigen kring, werd gevierd. Het sacrament werd wel in grotere huizen gevierd, waar de hele gemeente samenkwam. Volgens Roukema schortte de Vroege Kerk bij vervolgingen de avondmaalsvieringen op – zo leerde volgens hem bisschop Cyprianus van Carthago.

Prof. dr. Arnold Huijgen (Apeldoorn) en prof. dr. Edward van ’t Slot (Groningen) reageerden deze week kritisch op het voorstel van de PKN. Zij wilden het sacrament niet aan de gelovigen onthouden, maar onderstreepten dat het delen van het ene brood en van de ene drank niet virtueel valt op te roepen. „Je hebt er de wederkerigheid van de gemeenschap bij nodig, die tastbaar en fysiek werkelijk is. In die gemeenschap is het teken- en zegelkarakter ingebed.”

Ds. Maarten Groen, secretaris van deputaten eredienst van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), is terughoudend, zo meldt hij op de website van de CGK. „Wezenlijk voor het avondmaal is dat brood en wijn ons worden aangereikt en dat wij die aan elkaar doorgeven. Dat gemeenschapseffect gaat in de huidige omstandigheden geheel verloren.”

Volgens Marcel Barnard (Amsterdam) en Mirella Klomp (Amsterdam) is het pijnlijk dat christenen elkaar nu niet fysiek kunnen ontmoeten en dat brood en wijn niet in de kring kunnen rondgaan. „Maar de kunst zal zijn om niet te proberen die pijn op te lossen”, schreven zij in dagblad Trouw. „Juist de afwezigheid en onmogelijkheid van het sacrament bepaalt ons bij de crisis.”

Flexibel

Dr. Maarten Wisse (Amsterdam) erkent dat het avondmaal bij uitstek een lichamelijk iets is dat nooit door iets virtueels vervangen kan worden, zo schrijft hij op zijn weblog. Toch is goede theologie volgens hem altijd „flexibele” theologie, die rekening houdt met de gebrokenheid van het leven. De bestaande kerkelijke regels zijn waardevol, maar die kunnen niet zomaar ingezet worden om straks wellicht een jaar of twee jaar geen avondmaal meer te kunnen vieren. „Bovendien zijn die regels gemaakt voordat het internet bestond.”

Hij kijkt naar het verleden, waar lange tijd het avondmaal „kijkend” of liever „geestelijk” gevierd werd, zoals in de Middeleeuwen, of in kringen waar „avondmaalsmijding” voorkomt. „Als kerkgangers bij een avondmaalsviering niet thuis blijven, maar in de kerk aanwezig zijn terwijl het avondmaal gevierd wordt, ontstaat daar ook een praktijk van ‘geestelijk meevieren’, ook al zullen kerkgangers dat misschien zo niet benoemen.”

Verrast

Dr. Klomp is blij verrast dat predikanten zo creatief nadenken over digitaal avondmaal vieren, reageert zij na afloop van het webinar. „Er heerst het gevoel van gebrokenheid en gemis aan gemeenschap en men zoekt dat ook ritueel uit te drukken. Wat mij opviel op sociale media is dat de argumenten van menselijke behoefte en beleving alle andere argumenten soms leken te overvleugelen en dat reëel en virtueel gemakkelijk gelijkgeschakeld worden. Dat lijkt me niet terecht: virtueel is ook echt, maar wel anders. Bovendien is eigen aan het sacrament dat we het ontvangen, kijk maar naar de doop. Je zit ook niet thuis met een schaal water om vervolgens jezelf of je kind te dopen.”

Dr. Barnard sluit zich daarbij aan. „De gedachte van de fysieke gemeenschap kun je niet zomaar digitaliseren in die zin dat je thuis het brood en de wijn klaarzet. Bediening van het avondmaal is de taak van de predikant. Daarbij komt ook het diaconale aspect dat je collecteert voor de armen.”

Wisse stelt dat het dilemma „digitaal avondmaal vieren of niet” te simpel is. „Ik zie eerder drie mogelijkheden: óf helemaal niet digitaal vieren, óf een viering op een bepaalde manier meebeleven, óf zelf het brood en de wijn klaarzetten en deze nuttigen. Ik merk overigens in veel kerken dat er al een bepaalde mate van virtualisering van de sacramenten aanwezig is, zoals een ouderling die het avondmaal synchroon aan de gemeente bedient in een verzorgingstehuis. Interessant is dat nu een heleboel verhalen langskomen die we eerder niet hoorden.”

Klomp: „Dat is inderdaad erg opmerkelijk. Toen aan de Protestantse Theologische Universiteit samen met de Theologische Universiteit Kampen vorig jaar veldwerk gedaan werd naar avondmaalsviering buiten de kerk, kwam er weinig uit. Maar in deze crisissituatie ontdekken we nu ineens veel dingen die we toen niet op het spoor konden komen.”

Wisse: „Ik ben benieuwd of we, nadat we de virtuele mogelijkheden over de verschillende vormen verkend hebben, nu ook minder krampachtig omgaan met de verschillen tijdens de reële vieringen.”

Barnard: „Nu we het avondmaal niet meer kunnen vieren, merken we ineens wat het voor ons betekent of hoe het ook kan. Het is net als met vasten. Dan pas ga je nadenken wat voedsel is en wordt het voedsel ineens belangrijk. Maar als alles wat je hebben wilt in de koelkast ligt, dan is het er gewoon.”