CIO: Kabinet brengt noodwet nog voor komend weekend naar buiten

Premier Mark Rutte tijdens de persconferentie woensdag. beeld EPA, Bart Maat

Het is nog altijd niet helemaal helder wat het versoepelen van de coronamaatregelen per 1 juni betekent voor de kerken. Het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) verwacht voor het weekend een noodwet, die meer duidelijkheid kan bieden.

Veel kerken hanteerden de afgelopen weken een eenduidige lijn: tijdens kerkdiensten werd het aantal aanwezigen beperkt tot het noodzakelijke minimum. In de praktijk waren in de meeste reformatorische kerken de predikant, enkele ambtsdragers, de koster en de organist aanwezig.

Nu verschillende kerken per 1 juni weer diensten gaan beleggen waarbij maximaal dertig personen aanwezig zijn, werd er in eerste instantie van uitgegaan dat onder dat aantal ook predikant, ambtsdragers en koster zouden vallen. De verwarring sloeg toe toen het kabinet vorige week bekendmaakte dat in de horeca het bedienend personeel niet onder het maximum aantal aanwezigen van dertig personen gerekend wordt. Heeft een kerkelijke gemeente ook ‘medewerkers’, zoals een predikant en organist?

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) berichtte woensdag op haar site dat het CIO met een definitie komt wie in een kerk onder de categorie ‘medewerker’ valt.

CIO-woordvoerster Daniëlle Woestenberg zegt desgevraagd nog niet te weten of de versoepelingen voor de kerken, net als die voor de horeca, pas maandagmiddag om 12.00 uur ingaan. Als dat zo is, kan dat gevolgen hebben voor kerken die op Tweede Pinksterdag een ochtenddienst willen houden. „Het is nu vooral van belang dat lokale kerken de gang van zaken rondom hun erediensten helder protocolleren. In protocollen heeft de lokale kerk de ruimte om een invulling te geven naar de context van eigen gebouw, inzicht en traditie. Hierbij adviseren wij om deze ter kennisgeving te communiceren met de lokale overheden, zodat die weten van de beoogde werkwijze en zien hoe zorgvuldig de kerken hiermee omgaan.”

In de Tweede Kamer protesteerde de SGP woensdag via schriftelijke vragen opnieuw tegen het vergaand en langdurig aanbrengen van beperkingen op religieuze samenkomsten op grond van een noodverordening. De coronamaatregelen van de overheid dienen grondwettelijk zuiver te zijn, stelt fractievoorzitter Van der Staaij.

Afgezien daarvan vindt hij dat de maatregelen die gelden voor de kerken zich ook op een logische en verklaarbare manier moeten verhouden tot die voor andere sectoren; iets waarvan in zijn ogen nu geen sprake is.

Zo blijft hij het tegenstrijdig vinden dat bijvoorbeeld warenhuizen en bouwmarkten inmiddels al weer enkele weken honderden personen tegelijkertijd kunnen ontvangen, terwijl vergelijkbare aantallen binnen grote kerkgebouwen nog steeds ongewenst worden geacht.

In antwoord op eerdere schriftelijke vragen van de SGP motiveren de bewindspersonen Grapperhaus (Justitie) en De Jonge (Volksgezondheid) dat onderscheid door te stellen dat winkels waar commerciële activiteiten worden uitgeoefend gedurende de coronacrisis nooit van overheidswege zijn gesloten. Niet overtuigend, vindt Van der Staaij.

Onduidelijk blijft in zijn ogen ook waarop het voorgenomen onderscheid tussen kerken en bioscopen berust. Zo lijkt het maximum van dertig aanwezigen in juni voor bioscopen te gelden per zaal, maar voor kerken voor het gehele kerkgebouw.

Ook in de nieuwe vragen blijft Van der Staaij erop hameren dat de op handen zijde noodwet voor de kerken „proportionele maatregelen” moet bevatten, die kunnen variëren naar de grootte van een gebouw en naar het aantal zitplaatsen, eventueel in relatie tot de mate waarin een bepaalde regio getroffen is door een corona-uitbraak. Ook oppert hij de mogelijkheid om te werken met pilots, net zoals dat gebeurt bij zorginstellingen ten aanzien van het verruimen van de bezoekregelingen.

Premier Rutte noemde het woensdag na het reguliere crisisoverleg „verstandig” als kerken er ondanks de versoepelingen toe zouden besluiten om ook in juni „op een heel kleine bezetting te draaien.”

411848484_webKabinet moet invalshoek van grondrechten meewegen bij regels over kerkdiensten