CGK schorten vijfkerkenoverleg op

Synode CGK 2016
Synode CGK. beeld RD, Anton Dommerholt

De synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) besloot dinsdag het zogenoemde vijfkerkenoverleg tussen de CGK, de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV), de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK) en de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (VGKN) „als zodanig niet te accorderen”. De synode bracht dit overleg „terug naar de onderhandelingstafel”, zo verwoordde deputaat ds. W. van ’t Spijker het besluit desgevraagd na afloop.

Veertien afgevaardigden stemden voor het voorstel van de deputaten eenheid van gereformeerde belijders om dit overleg te continueren. Dat is vanuit de PKN in het leven geroepen om contacten met andere kerken te onderhouden. Het vijfkerkenoverleg voorziet in het erkennen van elkaars attestaties en het mogelijk maken van kanselruil.

De synode nam echter het voorstel van de commissie, die het rapport van deputaten eenheid bestudeerde, over om juist níet over te gaan tot het continueren van het overleg. Het bezwaar is volgens commissierapporteur ds. L. A. den Butter (Culemborg) dat het vijfkerkenoverleg een landelijke regeling is, die verder gaat dan wat de CGK in bilaterale betrekkingen met andere kerken hebben afgesproken. „Als je elkaars attestaties aanvaardt, dan aanvaard je elkaars leden en predikanten. Dit overleg gaat dus echt verder.”

Ds. Van ’t Spijker, voorzitter van het deputaatschap van eenheid van gereformeerde belijders, vertelde hoe het deputaatschap op uitnodiging van de PKN heeft deelgenomen aan het overleg. „Je komt dan in een situatie om te handelen. Het veiligste was natuurlijk om te zeggen dat je het eerst moet vragen of het mag. Maar wij vonden het niet goed om deze uitgestoken hand te negeren. Hoe verhouden wij ons tot elkaar en tot de wereld, zó gingen we het overleg in.”

Het vijfkerkenoverleg is niet de start van een „mega-Samen-Op-Weg-project”, zo zei de deputatenvoorzitter, maar „uitdrukking van een breed gevoeld verlangen in protestants Nederland om kaders te hebben waarin je als kerken dingen samen kunt doen.”

Hij stelde dat de landelijke regeling juist bedoeld was om in plaatselijke situaties oplossingen mogelijk te maken. „Als het vijfkerkenoverleg buiten de orde is, dat heeft dit grote consequenties voor onze contacten met de Gereformeerde Bond in de PKN. Het overleg is de plek waar de dingen geregeld kunnen worden.”

Struikelblok

Tijdens de bespreking bleek vooral de breedheid van de PKN een struikelblok te zijn. Ds. H. Polinder (Urk): „We gaan zo een kerkelijke relatie aan met de PKN en daar heb ik grote moeite mee. We hebben altijd vastgehouden aan het contact met de Gereformeerde Bond maar met de hele kerk gaat dat niet.”

Ds. Van ’t Spijker vergeleek het debat met een discussie over verschillende soorten wit, zoals gebroken wit en ivoorwit, die vervolgens tot wezenlijke verschillen worden verheven. „De wereld snapt hier niets van en het is ook de kerk volstrekt ongeloofwaardig.”

Adviseur prof. dr. J. W. Maris temperde de discussie door erop te wijzen dat de organisatorische structuren van de kerk van Christus „niet altijd passen” met de beginselen van het gereformeerde belijden. „Moet je dan stoppen of in de weg van herkenning van elkaar in Christus juist toch blijven zoeken? Laten wij niet teveel vanuit de zuinige structuren van ons denken redeneren.”

Andere kerken

De synode bestendigde de relatie met diverse kerkverbanden, zoals de Gereformeerde Gemeenten, de Hersteld Hervormde Kerk (HHK) en de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland.

Deputaten eenheid gereformeerde belijders gaan onderzoeken of er een vorm van nauwer kerkelijk samenleven met de VGKN mogelijk is. Deputaten zijn in de contacten met de VGKN tot de overtuiging gekomen dat dit kleine kerkverband op Schrift en belijdenis wil staan. De contacten zijn echter nog te jong om nu al te besluiten dat christelijke gereformeerde predikanten gerechtigd zijn voor te gaan in een plaatselijke VGKN wanneer een kerkenraad hen daartoe uitnodigt.

De relatie met de HHK verloopt nog wat stroef. Er is mogelijkheid tot kanselruil, maar in de praktijk gaan er meer CGK-predikanten in de HHK voor dan andersom, zo bleek uit de reacties van diverse afgevaardigden.

Ds. D. Heemskerk sprak namens de HHK-commissie van interkerkelijke contacten de synode toe. Hij noemde de contacten met de CGK zinvol en van kanselruil wordt volgens hem regelmatig gebruik gemaakt. Maar de commissie heet niet voor niets interkerkelijke contacten en heeft niet het streven naar kerkelijke eenheid hoog in het vaandel staan. „We willen voorzichtig zijn, geen eenheid zoeken die ruimte geeft aan pluriformiteit en wereldgelijkvormigheid. We staan geen zuivere kerk voor, zoals ons wel wordt verweten. Die kerk is er nog nooit geweest en zal er nooit zijn. Maar de grondslag behoort wel zuiver te zijn. Dat is het uitgangspunt voor waarachtige eenheid: gezamenlijke aanvaarding van het Woord van God, zonder enige restricties.”

Ds. J. G. Schenau (Goes) vroeg zich af of er in de HHK wel echt een verlangen bestaat naar eenheid met de CGK. „Ik weet zo weinig van deze kerken. Een uitgebreide en persoonlijke kennismaking zou goed zijn om zo onze roeping tot eenheid gezamenlijk breder te dragen.”

Prof. Maris bevestigde dat in de rumoerige tijden van de organisatorische vorming van de HHK de communicatie „niet zo florissant” was en dat er misverstanden waren. Toch is gaandeweg de geestelijke herkenning gegroeid. „Dat geeft vertrouwen om elkaar te zoeken, ook daar waar je het moeilijk hebt.”

Ds. Van ’t Spijker bevestigde de gedachte van eenrichtingsverkeer tussen CGK en HHK. „We kijken kritisch naar elkaar, laten we daar niet geheimzinnig over doen. Je hebt te maken met verschillende culturen. Als je naar elkaars preken kijkt, leef je in verschillende taalvelden. Dragende grond van de gesprekken van deputaten is echter dat we willen staan op basis van Schrift en belijdenis. Je leert elkaar kennen door elkaar te ontmoeten. Hier ligt nog wel wat huiswerk.”

Ds. A. A. Egas (Nieuwkoop) verzuchtte na de bespreking dat het toch „een moeilijke morgen” is geweest. Hij betreurt het dat de CGK „even breed lijken te zijn als de PKN.” Hij vroeg zich af hoe de geestelijke herkenning tussen de CGK en de HHK en in de eigen kerken verbeterd kunnen worden.