Vlaamse journalist Matthias Declercq zag alle kerken op Urk van binnen

Matthias Declercq. beeld Dick Vos
2

Een half jaar lang woonde de Vlaamse journalist Matthias Declercq op Urk om de binnenkant van het vissersdorp te ontdekken en een boek te schrijven over een wereld die hij niet kende. „Ik ben waarschijnlijk de enige die ooit in al die kerken is geweest.”

Het begon allemaal met een trieste gebeurtenis. Op 17 november 2009 is de veertienjarige Dirk Post in het Urkerbos vermoord door een vriend. Dirk zou een geheim hebben doorverteld over ‘glaasje draaien’ en geesten oproepen. De vriend had last van psychotische wanen.

Een paar dagen later wordt Matthias Declercq (1985) voor het Vlaamse dagblad De Morgen naar Urk gestuurd om een artikel over de kwestie te schrijven. De adjunct-hoofdredacteur hangt aan de lijn: „Declercq, neem een paar verse onderbroekskes en doe je botten maar aan.”

„Een forse vent, die spreekt in turbotaal”, noteert Declercq in ”De ontdekking van Urk”. „Hij heeft het over mijn ‘eerste echte buitenlandse opdracht’. Even droom ik weg en denk aan Canada, aan het poollicht, aan Ghana, sweatshops, houtkap en revolución. „Er is een jongen vermoord in Urk”, zegt hij, „door een vriendje.” Niks te dromen. „Ergens in een bos of zoiets. Urk is een of ander raar Nederlands dorp, met van dat strenggelovige volk, je kent het wel. Zo’n oude, wantrouwende plek waar niemand in geraakt. Jij wel. Beuk de deur maar open!”

Om zich voor te bereiden zoekt de jonge journalist op internet informatie over Urk. „Ik lees over het voormalige eiland in de Zuiderzee, dat is ingepolderd, lees ook over de protestantse kerk, over het calvinisme en de gereformeerden in de Nederlandse Biblebelt. Het is een voor mij totaal onbekende wereld.”

Steekvlamjournalist

Declercq doet zijn werk en schrijft voor De Morgen een artikel met als kop: ”Verderf in Gods eigen dorp”. Maar voldaan is hij niet. Hij voelt zich een „steekvlamjournalist” die van incident naar incident hopt. „Tijd om dit te laten bezinken is er niet. Als jongeling op een krantenredactie schrijf je op dinsdag over Urk, op woensdag over U2 in het Koning Boudewijnstadion, op donderdag over een pas ontdekte papagaaiensoort en op vrijdag weet je niet meer waar je op maandag bent geweest. Maar dit verhaal kan ik niet zomaar naast me neerleggen. Urk hangt als kleefkruid op mijn rug, en ik kan er met mijn vingers niet bij. Waar ben ik eigenlijk geweest?”

En dus keert hij tien jaar later terug naar Urk. „Ik wil door de buitenkant heen prikken, ervaren, bevoelen en zien waar ik eigenlijk over geschreven heb. Ik wil verder reiken dan de landkaart.”

Waar kwam die behoefte om Urk te leren kennen vandaan?

„Ik had het gevoel dat ik tien jaar geleden niet in staat was het dorp te doorgronden. Dat was natuurlijk ook onmogelijk in amper één dag. Maar het prikkelde mij wel toen ik daar was, omdat Urk een totaal ander dorp is dan ik gewoon ben. Er schuilt schoonheid in een bepaald contrast. Ik vind het altijd interessant om met mensen in gesprek te gaan die totaal anders denken dan ik. We leven in een samenleving die uit allemaal eilandjes bestaat. Mensen omringen zich met mensen die dezelfde ideeën hebben, ze zitten in een bubbel, ook online. Je krijgt echokamers die met elkaar conflicteren. Mensen gaan niet meer op een normale manier met elkaar in gesprek. Ik wil dat gesprek juist aangaan. ”

U vond het belangrijk om op Urk te gaan wonen?

„Je leert zo’n dorp pas kennen als er geen camera’s op gericht staan. Wil je het werkelijke leven leren kennen, dan moet je er vooral zijn op de momenten dat er niets gebeurt. Je kunt het gewone leven alleen aanschouwen als je probeert er deel van uit te maken. Dus heb ik besloten om op Urk te gaan wonen en aan alles mee te doen. Als je over een kerk wilt schrijven, dan moet je er naartoe gaan, luisteren wat er gezegd wordt, kijken hoe de sfeer is, met mensen spreken die naar de kerk gaan. De kerkelijke kaart van Urk is enorm complex. Het was misschien wel de grootste uitdaging om die te doorgronden. Urk is een voormalig eiland, maar kerkelijk is het een religieuze archipel met heel veel soorten kerken. Sommige leunen dicht tegen elkaar aan, maar er zijn er ook die ver uit elkaar liggen. Onderling is er weinig contact. (Lachend:) „Ik ben waarschijnlijk de enige die ooit in al die kerken is geweest.”

U hebt veel mensen gesproken, kennelijk vertrouwden ze u. Sommigen vertelden soms na vijftig jaar hun verhaal. Hoe verklaart u dat?

„Ik ben altijd heel open en eerlijk geweest over wat ik aan het doen was op Urk, ook over het feit dat ik niet gelovig ben. En misschien was het gemakkelijker om iets aan mij toe te vertrouwen dan aan een Nederlander. Urk is trouwens veel minder gesloten dan de buitenwereld denkt. De Urker is eigenlijk heel nieuwsgierig, al is hij ook argwanend. Dat kun je herleiden tot het oude eilandverleden. Als er vroeger een schip aanmeerde, dan kon dat gevaar betekenen. Maar evengoed was het een schip met een ruim vol graan. Nieuwsgierigheid kon tot voorspoed leiden. En dat zit er nog altijd in bij de Urker. Naar mij toe was er nieuwsgierigheid, maar een buitenstaander zal, bij wijze van spreken, niet gauw een lidmaatschapskaart van de club krijgen.”

Voor sommigen leek u bijna een biechtvader...

„Ik ben de Urker dankbaar dat hij zich naar mij heeft opengesteld, want in feite heeft hij dit boek geschreven. Als de Urker mij iets heel anders had verteld, dan was dit een ander boek geworden. Ik heb wel de pen vastgehouden, maar ik heb niet gezegd wat de mensen mij moesten vertellen. Mijn grootste vrees voor aanvang van dit project was: gaat de Urker met mij willen praten? Als dat niet zo was geweest, had ik twee weken na vertrek weer met mijn koffers bij mijn vrouw op de stoep gestaan. Maar blijkbaar was er ook een sterke behoefte binnen de gemeenschap om een aantal dingen aan het licht te brengen.”

Het waren niet altijd de plezierigste dingen die u kreeg te horen. U schrijft over incest, drugs, fraude, over mensen die er niet voor uit durven komen dat ze niet meer geloven...

„Dat klopt en je kunt je afvragen waarom ik die verhalen in mijn boek heb opgenomen. Omdat ik de betrokkenen niet met naam en toenaam vermeld, schaad ik niemand. Maar ik heb te veel van dergelijke verhalen gehoord om ze te negeren. Ik gebruikte ze omdat ze iets zeggen over het dorp, ze leggen patronen bloot. Ze zeggen iets over de mentaliteit die er op Urk heerst, over de verhoudingen die er nog altijd gelden. Ik heb Urk ervaren als een fijne, warme, gastvrije en zorgzame gemeenschap. Niemand zal op Urk honger lijden. Maar er zijn ook dingen die nogal beknellend werken en er zijn te veel mensen die daarmee worstelen om dat ongenoemd te laten. En ik heb niets verzonnen, hè? De verhalen zijn me aangereikt.”

Is het eilandverleden nog altijd bepalend voor de manier van leven op Urk?

„Zeker. Ik vergelijk het in mijn boek met een perpetuum mobile. Urk kent een cultuur die in honderden jaren is gevormd. Eeuwenlang was het dorp een eiland midden in de Zuiderzee. Aanvankelijk waren de Urkers met landbouw bezig, maar toen het eiland afkalfde, werden ze vissers. De visserij bepaalde het levensritme: in de week vissen, thuiskomen, naar de kerk, terug op zee, vissen, thuiskomen, naar de kerk… De eilandmentaliteit is vervlochten met de visserij, die weer vervlochten is geraakt met het geloof. Op die manier is een vaste Urker mal ontstaan, die er nog altijd is.”

Met bijbehorende geloofsbeleving?

„Geloof en visserij gaan goed samen. Als je midden op zee bent, en er steekt een storm op, dan zijn er weinig hulpmiddelen, men weet zich afhankelijk van een hogere Macht. Dat het geloof een belangrijke rol speelt in het vissersleven begrijp ik wel. Maar vooral in de zwaardere kerken is er maar weinig geloofszekerheid. Ik heb veel mensen gesproken die van zichzelf zeggen dat ze naar de hel gaan, terwijl ze toch zeer religieus zijn. Dat raakt mij heel diep omdat ik dat niet kan plaatsen. Ik denk dan: Hoe is dat mogelijk? Waarom kun je het geloof niet positiever beleven?”

Hangen de schaduwkanten die u op Urk ontdekte samen met deze manier van geloven?

„Er is op Urk een cultuur gegroeid waarin mensen niet in staat zijn om dingen ter discussie te stellen. Er wordt geleefd vanuit het antwoord, niet vanuit de vraag. Ook voor jongere generaties is het moeilijk om uit die lijst te stappen. Sommigen komen erdoor in de knel, zij ervaren het leven op Urk als een keurslijf. Er is daardoor ook een groot verschil ontstaan tussen het woord en de daad. Niet altijd wordt er gedaan wat er gezegd en geleerd wordt. Het verschil tussen de zondag en de maandag is wel eens groot op Urk. Voor een deel heeft dat inderdaad te maken met de geloofsbeleving: het moet allemaal van bovenaf komen. Als iemand uit de band springt, dan wordt daar soms naar gekeken met de gedachte dat je het lot toch niet zelf in handen hebt. Dan is het gemakkelijker om het maar te laten gebeuren.”

U lijkt geschokt door de schaduwwereld die u aantrof.

„Dat klopt. Ik zag dingen waar ik echt van opkeek. Het industrieterrein van Urk is doordeweeks het decor van een geglobaliseerde economie, maar in het weekend zie je er heel andere dingen. Er wordt niet zomaar een biertje gedronken, in illegale discotheken is sprake van doorgedreven zuipen en drugsgebruik. En het dorp gaat dat uit de weg. Veel mensen zeggen: we zijn allemaal jong geweest. Maar er is een heel groot verschil met vroeger, toen de kotters nog in de haven afmeerden. In de kombuizen werd in het weekend óók bier gedronken, en hasj gerookt. Maar het liep niet de spuigaten uit, want het was zichtbaar voor het dorp; iedereen wist wat er aan boord gebeurde. Maar omdat de schepen niet meer in de haven van Urk liggen, maar in Noordzeehavens, heeft die cultuur zich verplaatst naar het industrieterrein. Daar zitten jongeren in van die witte blokken achter een blauwe poort. Aan de buitenkant zie je niets, maar binnen gebeurt veel meer dan iedereen denkt.”

Ziet u de toekomst van Urk somber in?

„Er is een kloof ontstaan op Urk tussen cultuur en economie, tussen het oude dorp en het industrieterrein en die kloof groeit met de dag. Aan de ene kant is er het streven naar behoud, wil men vasthouden aan wat al eeuwen lang geldt. Maar op economisch vlak kan werkelijk alles. Het dorp houdt de buitenwereld op afstand, maar als het over de economie gaat is de wereld niet groot genoeg. Ik heb mijn ogen uitgekeken op het Urker industrieterrein, het is heel knap wat de Urker daar tot stand gebracht heeft. Hij heeft een visverwerkende industrie opgetuigd die zijn weerga in de wereld niet kent. Maar dat geeft in toenemende mate wel spanningen, de Urker identiteit komt onder druk te staan. Toch denk ik dat de tegenkrachten, die al eeuwenlang werken, niet snel zullen wegvallen. De Urker mal is er nog altijd. Maar Urk staat wel op een kruispunt. Er moet mijns inziens sterker worden ingezet op verder studeren. Op Urk wonen en een gezin te stichten lijken belangrijker dan het behalen van een diploma. Ik zeg niet dat carrière boven gezin gaat, maar de intellectuele capaciteiten op Urk worden onderbenut. Studeren mag meer aangemoedigd worden. Want dat staat de rest van je leven niet in de weg, hè?”

We heeft het verblijf op Urk voor u betekend?

„Er werd vaak tegen me gezegd: je houdt ons een spiegel voor, en dat is misschien helemaal niet verkeerd. Maar omgekeerd heeft Urk ook mij een spiegel voorgehouden. Het heeft ervoor gezorgd dat ik zelf ben gaan nadenken over de rol van familiebanden, over mijn opvoeding, over religie, over de rol van geografie in mijn identiteit – ik kom oorspronkelijk uit het westen van Vlaanderen, hoe heeft dat mijn identiteit bepaald? Ik ben journalist, ik schrijf boeken, wat betekent dat voor wie ik ben? Door wat ik op Urk zag en hoorde stelde ik mezelf ook vragen over mijn leefwereld.”

Boekgegevens

De ontdekking van Urk, Matthias M. R. Declercq; uitg Podium; 328 blz.; € 21,50

Op Urk zul je nooit honger hebben, er is altijd hulp