Cultuur & boekenWaar is Louise?

Puzzelverhaal: De reis van Louise #5

Fictie

Deze zomer plaatsen we wekelijks een aflevering van het puzzelverhaal ”De reis van Louise”. Hoofdpersoon Louise maakt in de loop van het verhaal een lange tocht door Nederland. De vraag is elke week: Waar is ze nu? Puzzel mee en maak kans op een boek. Deze week aflevering 5: Geschiedenis is geen spelletje.

beeld Sjaak Verboom

Geschiedenis is geen spelletje

Als ze niet zo moe was, zou ze er meer van genieten, denkt Louise. Het is mooi hier. De rivier, de bomen, de wolkenlucht boven het landschap, het gevoel van vrijheid dat je overvalt als je op het water vaart.

Ze haalt de afgescheurde kaartjes tevoorschijn, de kaartjes uit het boekje van haar buurvrouw uit de trein. Zo kan ze in elk geval bekijken waar ze ongeveer zit. Vlak bij Doorwerth, ziet ze. In de buurt van wandelroute nummer 14 uit het boekje. Die kant moet ze straks op. En dan maar hopen dat ze een lift vindt.

Ze heeft nog nooit gelift, en ze beseft wat het risico is. Ze is jong, ze is een vrouw en ze is alleen. Kan ze op haar eerste indruk vertrouwen, als ze zomaar bij iemand in de auto stapt? Of moet ze het anders aanpakken? Naar het kasteel in de uiterwaarden lopen en kijken of ze daar met toeristen uit de Randstad mee kan rijden?

Kasteelbezoekers zijn wel betrouwbare mensen, denkt ze. Maar kastelen gaan vast om vijf uur dicht. En het is nu al na vijven. Zelfs voor de veerpont was ze maar net op tijd – die stopt er om zes uur mee.

Ze moet het anders aanpakken. Gewoon maar in het dichtstbijzijnde dorp kijken naar de geparkeerde auto’s bij de restaurants. Daar zitten de toeristen waarschijnlijk, na hun bezoek aan het kasteel of wat ze ook maar gedaan hebben. En daar gaan ze ongetwijfeld ook weer weg.

In het eerste, kleine dorpje dat ze passeert, kan ze geen enkele eetgelegenheid ontdekken. Maar het volgende dorp is niet ver, dat ligt er praktisch tegenaan. Ze hoeft niet al te ver door het bos, gelukkig.

Bij de rotonde tussen de twee dorpen staat een kerkje, omgebouwd tot B&B. Veel te duur voor haar natuurlijk. Maar het bepaalt haar erbij dat ze misschien moet gaan nadenken over ergens overnachten.

Zelfs al zou ze haar bestemming vanavond nog bereiken, de mensen die ze spreken moet zijn er ’s avonds niet en het gebouw zit op slot. Nog afgezien van het risico dat ze loopt dat Boris, Mark of een van hun trawanten haar daar staat op te wachten.

Veel beter dus om onderweg ergens een slaapplek te zoeken. Maar waar? Ze heeft geen familie in de buurt en ze kan niet gauw iets goedkoops zoeken op haar telefoon. Ze moet gewoon haar ogen maar goed openhouden. Het desnoods aan iemand vragen.

Net als ze aarzelt welke weg ze vanaf de rotonde moet nemen, ziet ze opnieuw een plattegrond staan – daar kan ze in één oogopslag zien waar het dorpscentrum is. Ze is nog nooit zo dankbaar geweest voor die plattegronden als nu.

Het centrum stelt niet veel voor. Jongens op fatbikes, een supermarkt, een buurtcentrum en twee kleine restaurantjes. Ze kiest de Italiaan: daar houdt ze van, en dat is niet duur. Ze bestelt de ”penne alla casa”, een pasta van het huis met rundergehaktsaus.

Voor de wc is ze de vierde in de rij. Het meisje dat voor haar staat, kijkt om en glimlacht. Lang, donker haar heeft ze, en donkere ogen. Ze is ongeveer van Louises leeftijd.

„Hoi”, zegt ze. „Het duurt hier even.”

Louise lacht terug en zegt: „Geeft niet.”

„Ben je op vakantie?” vraagt het meisje

„Op de terugweg”, zegt Louise, „en jij?”

„Zomaar een dagje naar Arnhem”, zegt het meisje. „Samen met mijn vader en mijn broertje.” Ze knikt naar een tafeltje iets verderop, waar een lange donkere man en een jongen van een jaar of dertien, veertien zitten.

Alsof ze Louises gedachten raadt, zegt ze erachteraan: „Mijn moeder moest werken vandaag.”

Louise knikt. Dit lijkt haar kans. Als deze familie de goede kant op gaat…

„Gaan jullie misschien naar het westen?” vraagt ze. „Ik heb eigenlijk een lift nodig.”

Het meisje kijkt haar even doordringend aan. Dan knikt ze.

„Dat kan vast wel. Ik vraag het zo even aan m’n vader.”

„Wat fijn!” zegt Louise opgelucht.

Het meisje steekt haar hand uit: „Ik heet Emily.”

Daar zit ze dan ineens op de achterbank van een prachtige, ruime BMW, naast een meisje dat ze een uur geleden nog nooit gezien had.

Ze is bijgeschoven aan de tafel van de familie, zich bewust van de onderzoekende blikken van de vader. Ze heeft niet veel gezegd. Alleen dat ze op de terugweg was van vakantie in Duitsland, dat haar ouders niet thuis waren en dat ze haar telefoon en pasjes kwijtgeraakt was.

Zelf wist ze genoeg toen de vader een moment stilte vroeg na het eten. Als vanzelf had ze meegedaan en haar ogen gesloten om te bidden. Voor haar verdere tocht. Voor Mark. Voor een slaapplek. Veel verder kwam ze niet. De gedachten tuimelden door haar hoofd.

Nu zijn ze onderweg naar het dorp waar de familie woont.

Een beetje stilletjes luistert ze naar Emily, die uitvoerig vertelt wat ze die dag allemaal gedaan hebben. Het kasteel van Doorwerth. Winkelen in Arnhem. De Eusebiuskerk. Haar broertje, op de passagiersstoel voorin, draait zich af en toe om en vult het verhaal enthousiast aan. Ze hebben kennelijk een leuke dag gehad.

Maar ze zegt niets. Nog niet. Ze moet er eerst over nadenken.

„Wat vond je nou het mooist?” vraagt de vader.

„De toren”, zegt de jongen, die Thomas heet, „met die glazen balkons!” Hij kijkt achterom naar Louise. „Emily durfde er niet eens op te gaan staan. Die heeft hoogtevrees.”

„De rest van de kerk was ook mooi”, zegt Emily, onaangedaan.

„Ja, die installatie”, zegt Thomas. „Met die bommenwerpers, en die brand. Ze hadden het echt wel vet nagemaakt, met beelden en geluiden. Al zouden ze het nu nog veel beter kunnen, denk ik.”

„Het is wél echt gebeurd, hè”, zegt zijn vader, „bij de Slag om Arnhem. En het moet heel erg zijn geweest om dat mee te maken. Geschiedenis is geen spelletje.”

Wéér die Slag om Arnhem, denkt Louise. Ze moet dat toch eens nazoeken als ze haar telefoon terug heeft.

Een beetje verstrooid luistert ze naar de discussie voorin.

„Veel mensen zeggen dat er geen Joden omgekomen zijn in de vernietigingskampen. Dat alle bewijsmateriaal fake is”

Thomas heeft het enthousiast over alle mogelijkheden van AI. „Ze kunnen het zó echt maken dat het is alsof je er zelf bij bent. Bij iets wat honderd jaar geleden gebeurde!”

Maar zijn vader is kritischer. „Weet je wat het probleem is? AI kan ook de verkeerde beelden verspreiden. Het kan ervoor zorgen dat je bijvoorbeeld foute informatie over de Holocaust krijgt. Niet het échte verhaal.”

„Wie zou dat nou willen?” vraagt Thomas, ironisch.

„Dat weet je best”, zegt zijn vader. „Op deze wereld zijn er veel mensen die dat willen. De Holocaust ontkennen. Zeggen dat er geen Joden omgekomen zijn in de vernietigingskampen. Dat alle bewijsmateriaal fake is. Al die brieven, dagboeken, foto’s, getuigenissen, verslagen – allemaal niet echt. Want als er geen Holocaust geweest is, dan heeft de staat Israël gelijk ook geen bestaansrecht meer. Snap je?”

Louise gaat met een schok rechtop zitten. Ineens vallen er voor haar gevoel een paar puzzelstukjes op hun plek.

Ze legt haar arm beschermend om haar rugzak.

Anderhalf uur later schuift ze achter Emily’s laptop om haar mail, Snapchat, Instagram en TikTok te checken. Het is onvoorstelbaar, denkt ze, hoe ze het vanavond getroffen heeft. Hoe makkelijk en behulpzaam Emily en haar familie zijn.

Toen ze vroeg of ze haar konden afzetten bij een goedkope B&B in de buurt, had Emily meteen gezegd: „Onzin, je kunt best bij ons slapen. Plek genoeg. Je moet een beetje zuinig zijn op je geld – en bij ons kost het niks.” De vader had niets gezegd, maar hij leek het geen probleem te vinden. Dus had Louise het aanbod dankbaar geaccepteerd.

Nu is ze dan in het dorp waar Emily met haar familie woont, ergens op de grens van Gelderland en Utrecht. Geen groot of opmerkelijk dorp, maar ze zag toch een oude kerk, een winkelstraat, een mooi park met een wit landhuis. De familie woont er dichtbij.

Louise heeft de moeder ontmoet, ze heeft koffie gekregen en nu kan ze in alle rust haar route uitzoeken en printen, kijken of Mark nog iets gepost heeft, het nieuws checken, telefoonnummers en adressen zoeken die ze misschien nodig heeft. En dan slapen, in een schoon bed, onder een veilig dak. Ze is nog nooit zo dankbaar geweest voor zulke gewone dingen als nu.

Verschillende volgers vragen zich af waar ze zit: ze heeft al twee dagen niets gepost. De verleiding is groot om te reageren, maar ze doet het niet. In plaats daarvan klikt ze Marks stories aan. En dan ziet ze het.

Met een schok gaat ze rechtop zitten. Een foto van haar gezicht, grote letters erboven: ”Help ons Louise vinden”.

Ze haalt hijgend adem, haar hart bonst. Is hij gek geworden? Of zou die man die hij bij zich had hem gedwongen hebben? Hij heeft haar gewoon op internet gegooid, alsof ze een verward persoon is – iemand die rondzwerft en zo snel mogelijk thuisgebracht moet worden. En het ergste is: het bericht is al honderden keren gedeeld.

Ze kan alleen maar hopen dat hun ouders –op vakantie in Frankrijk– nog niets gezien of gehoord hebben. Nog een geluk dat die niet op Instagram of Snapchat zitten. Of zou haar moeder al honderd keer vergeefs hebben gebeld naar de telefoon die nog altijd in de supermarkt van Vierlingsbeek ligt?

Ze heeft gewoon geslapen, denkt ze de volgende ochtend met verbazing. Blijkbaar was ze zo moe dat zelfs alle zorgen om het verontrustende bericht, Mark, haar ouders, het pakje, de route en de bestemming haar uiteindelijk niet wakker hebben kunnen houden.

Ze hoort een klok slaan, zeven, acht keer. Acht uur al! Ze had eerder op willen staan, misschien wel het huis uit willen zijn voor de familie wakker werd. Maar dat lukt nu niet meer. Vaag, in de verte, hoort ze stemmen. Ze zijn al beneden.

„Ze zoeken haar”, zegt de stem van Thomas. „Kijk maar”

Haastig glipt ze de badkamer binnen, haastig kleedt ze zich daarna aan, pakt haar rugzak in. Helemaal klaar voor de reis loopt ze op haar sokken de trap af – haar schoenen staan bij de achterdeur. De stemmen zijn duidelijker nu.

Ze zet haar rugzak naast haar schoenen en staat op het punt de keuken binnen te gaan als ze verstrakt.

„Ze zoeken haar”, zegt de stem van Thomas. „Kijk maar.”

Daarna de stem van zijn moeder, na een korte stilte: „Ja, dat lijkt ze echt te zijn.”

„Als dat zo is…” Dat is Emily.

En dan Thomas weer: „We moeten een bericht sturen naar haar familie.”

Dat vervelende snotjoch! Die heeft online naar haar zitten zoeken, natuurlijk. Had ze maar een andere naam genoemd gisteren, had ze haar eigen naam maar verzwegen… maar wat gebeurd is, is gebeurd.

Nu is er maar één ding belangrijk. Ze moet hier weg. Onmiddellijk weg.

Oplossing gevonden? Stuur je antwoord in via puzzel@rd.nl en maak kans op een prijs.

Dit is de vijfde aflevering van een vervolgverhaal dat de hele zomer duurt. Volgende week deel 6: Een kink in de kabel.