Cultuur & boekenWaar is Louise?

Puzzelverhaal: De reis van Louise #3

Fictie

Deze zomer plaatsen we wekelijks een aflevering van het puzzelverhaal ”De reis van Louise”. Hoofdpersoon Louise maakt in de loop van het verhaal een lange tocht door Nederland. De vraag is elke week: Waar is ze nu? Puzzel mee en maak kans op een boek. Deze week aflevering 3: Zonder beelden ben je nergens.

Website header puzzelverhaal deel 3

Ze zit er voor haar gevoel al een uur, Louise, en ze durft nog altijd niet weg te gaan.

Ze heeft een goed plekje gevonden, al is het eigenlijk op verboden terrein. Ze is gewoon door een laurierhaag gekropen om in de tuin van een van de houten vakantiehuisjes te komen. Een huisje dat niet bewoond lijkt: alle luiken zitten dicht. Misschien hebben de camera’s aan de voorkant haar geregistreerd, maar de eigenaar is er niet – dat geeft haar in elk geval tijd.

Nu zit ze daar dus in een hoekje, met opgetrokken knieën, en tuurt door het dichte groen naar de weg. De gele Peugeot is gepasseerd, vrij snel nadat ze zich verstopt had. Mark achter het stuur, een donkere figuur naast hem.

Ze is teruggekropen door de heg, teruggeslopen door de smalle gang tussen de huisjes, om aan de voorkant om de hoek te kunnen kijken. Net op tijd om de auto te zien stoppen bij het restaurant verderop. De Watervogel. Zouden ze naar haar gevraagd hebben? Maar niemand heeft haar daar gezien, ze hoeft zich niet ongerust te maken.

Pas nadat de auto verder gereden is, is ze weer weggedoken in haar schuilplaats. Daar blijft ze zitten. Bang dat ze straks, als ze haar niet vinden kunnen, langs dezelfde weg terugkomen.

Ze haalt het saucijzenbroodje uit haar rugzak en begint er langzaam, met kleine hapjes, van te eten. Ze drinkt een beetje water. Ze pakt het kaartje van de wandelroute en bestudeert het voor de zoveelste keer. Elke keer als ze het geluid van een auto hoort, kijkt ze door het smalle gangetje naar de weg. Maar ze ziet niets geels. Traag kruipt de tijd voorbij.

Het is moeilijk om zo lang te wachten. Ze mist haar telefoon. Even alle berichten checken. Foto’s maken van de plekken waar ze langskomt en die op Instagram zetten, zoals ze elke dag doet – de eerste volgers zullen haar nú al missen. Trouwens, wat zou het geweldig zijn als ze filmpjes kon maken. Áls dit avontuur goed afloopt, heeft ze straks misschien een groot verhaal te vertellen.

Maar zonder beelden ben je nergens.

Mark heeft weleens gezegd dat ze verslaafd is, dat het haar goed zal doen als ze eens een dag géén bericht of filmpje plaatst. Maar het is wat ze al jaren wil: influencer worden.

Alleen: de markt is moeilijk. Er zijn veel meisjes zoals zij, die allemaal proberen beroemd te worden met beelden van hun dagelijks leven. En eigenlijk is niemand van hen bijzonder genoeg. Dat is het grote probleem. Je moet een niche vinden, een onderwerp waar alleen jij heel veel van weet. Iets wat je bijzonder maakt. Maar zulke onderwerpen zijn er niet veel. Kleding en eten en reizen, dat doet iedereen al.

Daarom zit ze nu op de pabo. Wat prima is. Daarna kan ze verder zien. Een vervelende opleiding is het niet, meestal is het best interessant. En de stages gaan goed. Ze weet dat ze feeling heeft voor kinderen. Maar weegt dat op tegen de voldoening die ze voelt als ze een filmpje gemonteerd en op YouTube gezet heeft?

Voor de zoveelste keer wil ze op haar telefoon kijken om te weten hoe laat het is. Maar ze heeft geen telefoon. Alleen de zon kan haar ongeveer vertellen hoe ver de dag al verstreken is.

Als ze eindelijk op weg durft gaan, is het al middag. Ze heeft niet voor niets gewacht: de gele auto is wel degelijk voor de tweede keer gepasseerd, langzaam, alsof de inzittenden de omgeving meter voor meter bestudeerden. Maar haar zagen ze niet.

Ze is nu alleen op zichzelf aangewezen, beseft ze. Een wandelaar met een rugzak, die hoogstens 5 kilometer per uur kan afleggen. Een wandelaar die geen enkele kans heeft om te ontsnappen, als ze eenmaal ontdekt wordt.

Ze gilt bijna als ze ineens een hand voelt, een hand die zich om haar bovenarm sluit. „Who are you?” vraagt een vrouwenstem

Maar ze heeft, al wachtend, een goed plan gemaakt. Een klein stukje over de weg, en dan het bos in. Langs de wandelroute die ze inmiddels bijna uit haar hoofd kent – zo vaak heeft ze het kaartje in de afgelopen uren bekeken. De route gaat over onverharde wegen en wandelpaden, daar kan de gele auto niet komen. En als alles goed gaat, komt ze vlak bij de spoorlijn uit. Dan zal het toch niet moeilijk zijn om daarvandaan in de richting van een station te lopen?

Ze hijst de rugzak op haar schouders, kijkt om zich heen en steekt dan de weg over.

Midden in het bos is ze, als ze stemmen hoort. Onmiddellijk is ze weer op haar hoede. Ze mag niet ontspannen, niet te veel zomaar ritmisch lopen langs de beek, niet te veel gedachteloos genieten van de donkergroene bomen, het lichtgroen bemoste pad, het geheimzinnige, gefilterde licht van een bewolkte dag in het bos.

De stemmen klinken niet dreigend, en sowieso zouden haar achtervolgers zich niet zo roekeloos laten horen. Maar toch… Het geluid komt uit het bos, niet vanaf het wandelpad. Wie zijn de mensen die ze hoort, en wat doen ze daar?

Ze probeert tussen de bomen door iets te ontwaren, besluit dan een klein stukje in de richting van de stemmen te lopen. Zo geruisloos mogelijk zet ze haar voeten neer, al haar zintuigen gespannen. Achter een dikke stam blijft ze staan en kijkt naar twee tenten die op een strookje gras tussen de bomen zijn opgezet. Naar de twee mannen die daar met elkaar zitten te praten.

Wat ís dit? Niet zomaar een kampeerterrein in elk geval. Daklozen, illegalen? Criminelen die zich schuilhouden in het bos?

Ze gilt bijna als ze ineens een hand voelt, een hand die zich om haar bovenarm sluit.

„Who are you?” vraagt een vrouwenstem.

Louise geeft geen antwoord, kijkt de vrouw alleen maar sprakeloos aan.

Die lijkt iets van haar ontsteltenis aan te voelen.

„No worry”, zegt ze, „no worry.”

Ze laat Louises arm los, maar herhaalt dan, dringender: „Who are you?”

„Ik ben op de vlucht”, zegt Louise, „on the run.”

Ze weet niet wat haar beweegt om dat te zeggen. Normaal zou ze niet eens in gesprek geraakt zijn, ze zou snel verder gelopen zijn. Maar het is alsof ze zich ineens verwant voelt met deze mensen die kennelijk nergens thuishoren. Verstopt, misschien wel opgejaagd. Net als zij.

Ze bieden haar eigengemaakte soep aan in een mok, vol met groenten en stukjes kip. Ze probeert het voedsel dankbaar op te eten, ondanks de zurige, Oost-Europese smaak. Intussen luistert ze naar het verhaal van de drie mensen in het bos, hun gevecht om te overleven zonder vangnet. Maar ze kan het niet helpen dat haar gedachten af en toe afdwalen.

Zal ze haar kostbare pakketje hier tijdelijk achterlaten? Dan zullen haar achtervolgers het niet gauw te pakken krijgen. Maar wat als deze illegale tentbewoners zélf verder trekken of opgepakt worden? Of als ze het pakje verliezen, of verkopen?

Als ze de mok leeg heeft, laat een van de mannen haar op zijn telefoon kijken. Ze wil ontzettend graag een foto maken van het bos en die naar zichzelf sturen. Maar dat kan niet. Ongetwijfeld zit Mark –zo gauw hij achter het stuur vandaan komt– haar Instagram te checken om te kijken of ze iets geplaatst heeft. Misschien houdt hij haar mail en WhatsApp zelfs wel in de gaten.

In plaats daarvan opent ze Google Maps. Nooit eerder heeft ze beseft hoe belangrijk het is om te weten waar je bent, om je eigen plek op een kaartje te kunnen aanwijzen. Ze kan zien hoe het pad verder loopt, ze kan zien waar het dichtstbijzijnde station ligt. De vrouw geeft haar een lege papieren zak en een pen, zodat ze de route zo goed mogelijk voor zichzelf kan noteren.

In een opwelling pakt ze haar portemonnee, haalt er een tientje uit. „Voor de soep”, zegt ze. Zouden ze beledigd zijn omdat ze hun geld geeft? Ze kan hun gezichten niet lezen. Maar de vrouw pakt het geld wél aan.

Ze is nog maar amper terug op het wandelpad of ze ziet een soort schuurtje in het weiland tussen de bomen. Een oude schaapskooi misschien, met een opvallend puntdak. Ze kan er komen als ze over het hek klimt. Als ze haar pakje niet aan mensenhanden toevertrouwt, kan ze het misschien daar verstoppen? Het weiland is verlaten, het gebouwtje ook.

Iets terzijde van het pad staat een bankje, vlakbij een oude watermolen met een groot scheprad aan de zijkant. Daar gaat ze zitten, maakt haar rugzak open. Voor het eerst sinds ze het die ochtend uit Marks bagage viste, haalt ze het pakketje tevoorschijn. Het is in bubbeltjesplastic gewikkeld, met daaromheen bruin pakpapier, maar als ze het openmaakt ziet ze de kleuren van een vertrouwd aandoend ruitenpatroon. Rood en beige. Alsof ze dat patroon al honderd keer gezien heeft.

Ze schokt recht uit haar gebogen houding als in de verte ineens het geluid van een optrekkende brommer klinkt. Meteen is ze op haar hoede. Haar handen frommelen gehaast het bruine pakpapier over het rode ruitenpatroon, terwijl ze om zich heen kijkt. Iets verderop is een kruispunt van onverharde wegen, en ze beseft ineens dat daar misschien tóch auto’s kunnen komen. Ze kan hier niet blijven, ze moet verder, het bos weer in.

Nog één keer kijkt ze naar de verlaten schaapskooi. Maar ze kan haar pakketje niet zomaar achterlaten. Haastig stopt ze het terug in haar rugzak en gaat weer op pad.

Als ze de spoorlijn bijna bereikt heeft, begint het te regenen. Het is goed dat ze haar regenjas meegenomen heeft. Ze trekt de capuchon over haar hoofd en begint aan de smalle, onverharde weg naar het zuiden, vlak langs de spoorlijn. Het landschap is hier open, ze is al van verre zichtbaar. Maar de omgeving lijkt verlaten. Haar schoenen knerpen over de steentjes van het pad. Nog even doorzetten.

Durft ze haar pinpas te gebruiken om een kaartje te kopen? Dat is niet zonder risico

Intussen is haar hoofd druk bezig met de volgende stap. Durft ze met haar ov-kaart in te checken? Of kan ze haar pinpas gebruiken om een kaartje te kopen? Dat is allemaal niet zonder risico, want Mark is degene die altijd alles op haar telefoon en laptop heeft geïnstalleerd, die haar helpt bij problemen, die haar wachtwoorden weet of ze desnoods kan kraken. Als hij wil, kan hij vast haar bankrekening zien. En zodra ze een pasje gebruikt, laat ze daar sporen achter.

Ze twijfelt nog tot ze bij het station is, maar als daar meteen een trein langs het perron aan komt rijden, aarzelt ze niet langer. Als er een conducteur komt moet ze desnoods maar zeggen dat ze haar telefoon verloren heeft. Ze stapt in, de deuren gaan achter haar dicht, de trein begint te rijden.

Hier is ze veilig, denkt ze. Al heeft een rijdende trein één nadeel: je kunt er niet zomaar uit wegvluchten, als er gevaar dreigt.

Oplossing gevonden? Stuur je antwoord in via puzzel@rd.nl en maak kans op een prijs.

Dit is de derde aflevering van een vervolgverhaal dat de hele zomer duurt. Volgende week deel 4: Denk slimmer, ren sneller.

Zonder beelden ben je nergens