„De ChristenUnie moet niet getuigen in de politiek”

Segers.  beeld ANP, Robin Utrecht

„De ChristenUnie moet meer getuigen in de politiek.” „De CU moet helemaal niet getuigen.” Twee tegengestelde meningen tijdens een congres van het Wetenschappelijk Instituut van de CU. Voorman Segers kiest een tussenweg.

Houdt de ChristenUnie in het huidige coalitie-tijdperk nog wel kleur op de wangen? En kan de ChristenUnie ook na de kabinetsformatie zonder schroom christelijke politiek blijven bedrijven? Laurens Wijnenga, werkzaam bij het Wetenschappelijk Instituut (WI) van de ChristenUnie vindt dat er wel een tandje bij kan. Hij hield vrijdag in Hilversum tijdens een congres van het WI van de CU een prikkelende speech onder de titel ”Christelijk tegendraads”. Hij vindt dat de partij op moet blijven roepen tot bekering, net zoals de Heere Jezus dat deed. „Jezus vroeg zijn tijdgenoten niet om sit-ins te organiseren tegen de Romeinse bezetter of slaafvrije dadels te kopen. Hij predikte bekering tot God en een Koninkrijk dat niet van deze wereld was.”

ANP-54007763_2Secularisatie vraagt om christelijk tegendraadse politiek

Wijmenga verwees naar het programma van de ChristenUnie in Amersfoort, vier jaar geleden. In eerste instantie presenteerde het bestuur een plan waarin elke verwijzing naar God en naar de Bijbel ontbraken. Zo moet het volgen Wijmenga niet.

Linker Wang

Rikko Voorberg, predikant van de PopUpkerk in Amsterdam, vindt juist dat de ChristenUnie helemaal geen nadruk moet leggen op de christelijke achtergrond van de partij. De antithese, de tegenstelling waar ARP-oprichter Kuyper voor stond, gaat volgens Voorberg niet over de tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen, maar tussen mensen die alleen hun eigen voordeel nastreven en degenen die van goede wil zijn. Christenen zouden volgens hem ook best in een niet-christelijke partij kunnen participeren. Ze zouden zich dan wel een in groep binnen de partij kunnen organiseren. Net zoals GroenLinksleden dat doen in de Linker Wang.

Tussenweg

Segers stelde tegenover zijn beide opponenten de koers die de Duitse predikant Bonhoeffer koos. „Hij sprak heel radicaal de Schrift na: „Verkoop alles wat je hebt en volg Mij.” Maar hij nam ook deel aan een samenzwering tegen Hitler, samen met conservatieven buiten de kerk. Hier gelden de woorden van Christus: „Die niet voor mij is, is tegen Mij”, maar ook: „Wie niet tegen ons is, is voor ons.””

„Die niet voor mij is, is tegen Mij”, betekent volgens Segers dat christenen over „de eerste dingen moeten blijven spreken. We moeten het hart bewaken. Aan de voeten van het kruis komen. We hebben genade en vergeving nodig.” De Bijbeltekst „Wie niet tegen ons is, is voor ons”, spoort volgens Segers aan om in dienstbaarheid aan de samenleving te zoeken naar „mensen van goede wil.” Zo heeft Segers de laatste jaren allianties gezocht om mensenhandel te bestrijden en een manifest op te stellen om eenzaamheid onder ouderen tegen te gaan, met als doel de vraag om levensbeëindiging vanwege een voltooid leven naar de achtergrond te dringen.

Volgorde van Evangelie

Segers erkende dat het instandhouden van een christelijke politieke partij „geen scheppingsopdracht” is, maar het helpt hem wel om steeds terug te gaan naar „de eerste dingen.”

Segers wees ook op de geschiedenis van de Doorbraak na de Tweede Wereldoorlog, toen christenen lid werden van niet-christelijke partijen. „Zij wilden de wereld veranderen, maar uiteindelijk veranderde de wereld hen. We hebben dus als christenen ook eigen organisaties nodig.”

Christenpolitici doen er volgens Segers goed aan om de Heere Jezus te volgen en daar ook open over te zijn. Maar dat moet wel in de volgorde die de Heiland voorleefde: „Hij ging goeddoende over deze aarde, Hij zegende, Hij genas en Hij diende. Hij had natuurlijk in drie minuten kunnen zeggen waarvoor Hij op aarde kwam, namelijk om te lijden en te sterven. Daar kwam Hij pas later mee. Dat is de volgorde van het Evangelie en ik hoop dat dit ook de volgorde is van de christelijke politiek.”