VGS biedt handreiking seksuele diversiteit voor reformatorisch onderwijs

Visienota refoscholen
Pieter Moens van de VGS. beeld RD, Henk Visscher Henk Visscher

Bewogenheid met jongeren die worstelen met homoseksuele gevoelens. Die houding moet volgens Pieter Moens, voorzitter van de VGS-stuurgroep (homo)seksualiteit in het reformatorisch onderwijs, elk gesprek over deze thematiek stempelen. „We willen leerlingen steunen en hen behouden voor de Bijbelse lijn.”

In zijn werkkamer in het kantoor van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) in Ridderkerk legt Moens de ”Handreiking sociale veiligheid en seksuele diversiteit” op tafel. Het concept is de afgelopen maanden tijdens regionale VGS-bijeenkomsten besproken met onderwijsgevenden en ambtsdragers. Deze week wordt de definitieve versie naar scholen en kerkenraden gestuurd.

In 2008 verscheen de visienota (homo)seksualiteit van de VGS-stuurgroep. Wat is er sindsdien veranderd in de aandacht voor deze thematiek?

„De bespreekbaarheid van homoseksualiteit is toegenomen. Op ouder- en gemeenteavonden merken we dat er ruimte is om het thema seksuele diversiteit aan de orde te stellen. Dat is positief. Er is eveneens meer oog gekomen voor mensen binnen onze kerken die hiermee worstelen.

Ook buiten de eigen kring blijft er aandacht voor het onderwerp. Zo vroeg minister Bussemaker vorig jaar in haar Hoofdlijnenbrief expliciet aandacht voor de emancipatie van homoseksuelen in orthodox-religieuze kring. De nieuwe kerndoelen voor het onderwijs van 2012 vormen mede de aanleiding voor onze nieuwe handreiking.”

Het ministerie van Onderwijs stelde in 2012 dat homoseksuele leerlingen zich op scholen minder veilig voelen dan anderen. Herkent u dat beeld?

„Uit landelijke cijfers bleek inderdaad dat er nog veel te doen valt als het gaat om het vergroten van het veiligheidsgevoel van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders, de zogeheten lhbt’ers. Dat zal zeker ook voor reformatorische scholen gelden, al hebben we dat niet specifiek onderzocht. Dat de openheid om over dit onderwerp te spreken is toegenomen, betekent niet dat mensen op dat vlak altijd veiligheid ervaren. Daar zit ook een subjectieve kant aan. We moeten blijven werken aan een veilig sociaal en pedagogisch klimaat voor iedereen. De nieuwe handreiking wil daaraan richting geven, met behoud van de Bijbelse norm.”

Waar ligt het grootste knelpunt als het om sociale veiligheid gaat?

„Binnen de scholen is er aandacht voor het tegengaan van schelden en pesten rond homoseksualiteit. Maar dat is niet genoeg. In de praktijk blijkt dat het voor leerlingen niet altijd duidelijk is bij wie ze terechtkunnen als ze hun worsteling hiermee bespreekbaar willen maken. Dat moet voor iedereen helder zijn. En onder anderen mentoren en vertrouwenspersonen moeten weten hoe ze daarmee op een verstandige manier kunnen omgaan. Als een leerling met vragen rond zijn seksuele identiteit komt, en een mentor zegt als eerste „Dan heb je wel een probleem”, slaat hij de plank mis. Want dat wist die jongere al.”

Bij de 140 scholen die deelnamen aan een pilot om de sociale veiligheid van lhbt’ers te vergroten zaten geen VGS-scholen. Een gemiste kans?

„Dat vind ik wel, want het was een mooie mogelijkheid geweest om te laten zien dat we hiermee serieus bezig zijn. Het was ook onze intentie dat reformatorische scholen in het primair en het voortgezet onderwijs aan de pilot zouden deelnemen. De vo-scholen vielen bij een loting echter buiten de boot. Deelname van basisscholen ketste af op de vraagstelling in een onderzoek onder leerlingen in groep 7 en 8, bijvoorbeeld over tongzoenen. Die vonden we totaal ongeschikt voor deze leeftijdsgroep. Het bleek helaas niet mogelijk de vragen voor onze scholen aan te passen.”

Wat is de kern van de handreiking die de scholen nu ontvangen?

„Voor christelijke en reformatorische scholen ligt er een duidelijke Bijbelse opdracht om te werken aan een sociaal veilig klimaat. Ik denk daarbij onder meer aan Johannes 8, waar de Heere Jezus tegen de overspelige vrouw zegt: „Ga heen, en zondig niet meer.” Hij maakt daarin onderscheid tussen de zonde en de zondaar, de persoon en de praxis. En Lukas 10, de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, leert ons een houding van bewogenheid en liefde. Wij geven vanuit onze Bijbelse levensovertuiging aandacht aan deze thematiek.”

Critici noemen het onderscheid tussen de seksuele identiteit en het praktiseren ervan niet reëel.

„Ik besef dat we in dit opzicht een groot deel van de samenleving tegen ons hebben, maar we houden vast aan de klassieke opvatting die de Bijbel ons leert en die ook door velen met een homoseksuele gerichtheid in onze kring wordt ondersteund. We moeten in de kerk en op school een pastoraal en pedagogisch klimaat bieden waarin we om deze jongeren heen staan, hen steunen in hun worsteling en hen willen bewaren bij de Bijbelse lijn, in een samenleving die op allerlei manieren probeert hen een andere kant op te trekken.

Daarmee is niet alles gezegd. Het is bijvoorbeeld een gevaar dat mensen in een isolement terechtkomen. Ieder mens, ook die met een homoseksuele gerichtheid, heeft een sociale omgeving en vriendschappen nodig. Het is goed ons erop te bezinnen hoe we als kerk en school zo’n sociale context kunnen bieden.”

De handreiking adviseert scholen jongeren af te raden om in de klas te vroeg openheid te geven over hun seksuele gerichtheid. In hoeverre kan dat ertoe leiden dat ze zich niet erkend voelen?

„We volgen hierin de lijn van onder anderen seksuoloog Kinsey, die stelt dat de seksuele oriëntatie van jongeren van een jaar of dertien nog lang niet altijd vaststaat. Deze groep is nog volop in ontwikkeling. Het gaat er niet om zaken onder de pet te houden, maar het komt voor dat iemand die zich afvraagt of hij een homoseksuele oriëntatie heeft na verloop van tijd toch tot een andere conclusie komt. Die mogelijkheid moet je meewegen bij de vraag hoeveel openheid je wilt geven. Maar als een leerling echt overtuigd is van zijn homoseksuele gerichtheid en dat met de hele klas wil delen, moet daar ruimte voor zijn. Dat vraagt wel grote zorgvuldigheid. Daarover moet de school met de leerling en zijn ouders in gesprek gaan.”

Hoe dient een school ermee om te gaan als een leerling een homoseksuele relatie aangaat?

„Het is duidelijk dat zo’n relatie strijdig is met de identiteit van een reformatorische school. In de eerste plaats geldt altijd: Ga het gesprek erover aan. Daarbij zal bewogenheid vooropstaan, met als doel dat iemand terugkeert naar de Bijbelse lijn. Verder moet je samen zoeken naar een oplossing in zo’n concrete situatie.”

De concepthandreiking is tijdens regionale informatieavonden gepresenteerd. Hoe was de ontvangst?

„Deze concepthandreiking, die uiteindelijk op enkele kleine onderdelen nog is aangepast, is goed geland omdat we daarin duidelijk aangeven dat we vanuit onze eigen identiteit willen werken aan sociale veiligheid. Het is ook belangrijk de eenheid van gezin, school en kerk te bewaren als het gaat om fundamentele vragen rond seksuele diversiteit. Dat besef leeft breed.”

Deze week ligt de handreiking bij de scholen op de mat. Wat verwacht u nu concreet van hen?

„Dat ze de handreiking op de agenda zetten en bespreken. Om dat te stimuleren hebben we er gespreksvragen in opgenomen. Die helpen scholen om dit document te vertalen naar hun specifieke situatie en na te gaan welke actiepunten nodig zijn. Is een team bijvoorbeeld voldoende toegerust om een gesprek over seksuele diversiteit met leerlingen aan te gaan of is er extra toerustig nodig? Ook zouden we graag zien dat scholen het initiatief nemen om hun beleid met plaatselijke kerken af te stemmen.

De Onderwijsinspectie let vanaf dit jaar extra op wat er wordt gedaan om de sociale veiligheid te bevorderen. Door invulling te geven aan deze handreiking kunnen reformatorische scholen laten zien dat ze daar serieus werk van maken, op een wijze die past bij de Bijbelse levensovertuiging.”


Handreiking voor leraren

De VGS-uitgave rond seksuele diversiteit bevat een voorbeeld van een handreiking voor leraren. Deze geeft onder meer handvatten voor docenten die in de gewone les willen bijdragen aan een veilig klimaat voor lhbt’ers.

- Geef het goede voorbeeld. Spreek altijd met respect over anderen, ook over mensen met een homoseksuele gerichtheid.

- Bedenk dat er in je klas leerlingen kunnen zitten die worstelen met homoseksuele gevoelens. Of leerlingen die een homoseksueel familielid of een homoseksuele vriend hebben. Je wilt niet dat zij gekwetst worden.

- Geef geen ruimte voor het gebruik van het woord “homo” als scheldwoord en zogenaamd onschuldige grapjes en gebaren over homoseksuelen.

- Volg de procedures uit het pestprotocol als je merkt dat leerlingen gepest worden omdat ze persoonlijk of in hun omgeving te maken hebben met homoseksuele gevoelens.

- Bewaar het gesprek over (homo)seksualiteit niet tot de geagendeerde les, maar praat er ook over als gebeurtenissen in de klas of in de omgeving van leerlingen daar aanleiding toe geven.