Stadsgids vertelt over leven als dakloze in Rotterdam

Ervaringsverhalen
Jovino Brito vertelt Zeeuwse docenten over het leven als dakloze in Rotterdam. beeld André Dorst André Dorst

Na een veelzijdige loopbaan zwierf hij als dak- en thuisloze door de straten van Rotterdam. Inmiddels klom Jovino Brito uit het dal. Nu leidt hij als gids mensen rond door de Maasstad en vertelt hij onderweg zijn persoonlijke verhaal.

Voor de ingang van de Pauluskerk in Rotterdam, op een steenworp afstand van station Rotterdam Centraal, staan deze laatste woensdag in juni vijf mannen in een opvallend rood poloshirt. Het zijn de stadsgidsen van stichting Ontmoeting (zie ook kader). Vandaag gaan ze op pad met een groep vmbo-docenten zorg en welzijn van het Calvijn College, locatie Kerkpolder in Krabbendijke.

Na een kop koffie in het restaurant van de Pauluskerk, een opvangplaats voor mensen aan de rand van de samenleving, is het tijd om te vertrekken. Doordat er minder docenten zijn gekomen dan verwacht, neemt elke gids niet meer dan twee Zeeuwen mee. Mirjam Hoogerland en Hanneke Goedbloed gaan met de goedlachse Jovino Brito op pad.

„Hier kom ik vandaan”, zegt Brito, terwijl hij in de hal van de Pauluskerk een paar geplastificeerde foto’s toont. Het zijn beelden van de Kaapverdische eilanden, waar hij in 1972 geboren wordt. Zijn vader gaat ervandoor als hij nog een baby is, zijn moeder vertrekt een paar jaar later naar Nederland. Brito groeit op bij zijn oma, totdat zijn moeder hem op zijn dertiende over laat komen.

Eenmaal in Nederland woont Brito korte tijd bij zijn moeder en haar Nederlandse man. Problemen thuis leiden ertoe dat hij als tiener wegloopt. Na de nodige omzwervingen vindt hij onderdak bij een neef en diens vriendin. Daar moet hij weg als er een baby geboren wordt en het huis te klein is, vertelt Brito al wandelend over de Westersingel. „Hier heb ik veel gelopen. Ik houd van Rotterdam.”

Crisisopvang

Bij huisnummer 185 houdt de gids halt. „Hier werd ik heen gebracht, omdat er geen plek vrij was in een kindertehuis”, zegt hij, wijzend naar het gebouw waar indertijd een crisisopvang was gehuisvest. „Ik ben hier drie dagen geweest, kreeg eten, kon slapen en tv-kijken. En ik moest een beetje afwassen. Daarna heb ik langere tijd in verschillende opvanghuizen gezeten.”

„Wat erg”, zegt een van de docenten. „Nee hoor, het was niet erg”, reageert Brito. „Ik vond het prima.” Hij neemt het zijn neef en diens vriendin niet kwalijk dat hij indertijd niet bij hen kon blijven wonen. „Ze hadden het beste met me voor. Nog steeds heb ik goed contact met m’n neef. In zijn sportschool geef ik een paar keer per week kickboksles. Ik ben gezegend met veel talenten, maar kan niet te lang hetzelfde doen. Ik heb steeds nieuwe uitdagingen nodig.”

De wandeling gaat verder richting de ’s-Gravendijkwal, waar het dienstencentrum van Ontmoeting te vinden is. Een groepje mannen in oranje vestjes ruimt met papierprikkers rommel op van de straat. Het blijken cliënten van Bouman GGZ, een van de vele hulpinstellingen die in deze buurt actief zijn. Iets verderop prijkt een bordje Boeddha Centrum op een gevel. „Dit was vroeger een opvanghuis. Hier heb ik ook een paar maanden gezeten. Sommigen gingen hier blowen, maar ik had daar geen interesse in.”

Vanuit diverse opvangadressen volgt Brito de opleiding elektrotechniek. Uiteindelijk komt hij in Delft terecht, in een project voor begeleid wonen op kamers. Na twee jaar vindt hij een huisje in de Rotterdamse wijk Spangen. In de jaren die volgen zit hij onder meer in militaire dienst –„Ik ben drie keer uitgezonden geweest naar Bosnië”– en werkt hij als vrachtwagenchauffeur. Vervolgens gaat hij aan de slag bij justitie, waar hij gedetineerden van de ene naar de andere locatie vervoert.

Schuldsanering

„In die tijd had ik een vrouwtje. Alles was perfect”, zegt Brito boven het rumoer van de trams uit. Als de relatie stukloopt, gaat het mis. „Ineens stortte alles in elkaar.” Hij gaat op in een wereld van nachtelijke feesten, kan geregeld ’s ochtends z’n bed niet uit komen en verliest z’n baan. Rekeningen betaalt hij niet, schulden stapelen zich op, zijn huis raakt hij kwijt.

„Vrienden hebben mij vernietigd. Ze zetten auto’s op mijn naam, waarna ik de boetes kreeg. Ik heb er een paar weken voor in de cel gezeten en moest ze daarna alsnog betalen. Dat klopt toch niet? Ik zwierf over straat, kon af en toe een nachtje bij iemand slapen. Als ik buiten op een bankje lag, kreeg ik problemen met de politie. Dan zagen ze dat ik nog boetes open had staan, onder meer voor zwartrijden. Ik heb een van die agenten een keer een duwtje gegeven.” Verontwaardigd: „Dat was geen reden om met pepperspray te spuiten, maar dat deden ze wel.”

Op een dag besluit Brito „opnieuw te beginnen.” Via het Leger des Heils komt hij bij Ontmoeting terecht. Een maatschappelijk werker van deze organisatie helpt hem alle schulden op een rij te zetten en nieuwe woonruimte te vinden. „Nu zit ik in de schuldsanering. Ik leef van 60 euro per week.” Lachend: „Op 6 februari 2017 is het achter de rug. Dan ga ik weer leven als een koning. Je moet het leven proeven, ervan genieten! Het maakt niet uit wat je hebt meegemaakt, als je maar oplossingen zoekt, positief blijft.”

Buschauffeur

Brito heeft een woning in Rotterdam-Zuid en werkt parttime als buschauffeur bij vervoersbedrijf RET. „Ik woon op 25 minuten lopen van m’n werk. Toen ik vier jaar was, liep ik in Kaapverdië al hele dagen te sjouwen. Bewegen is goed voor je ziel. Mensen betalen soms 3 euro om met de bus naar één halte verderop te gaan. Ze moeten zich schamen! Veel eten en weinig bewegen, daardoor zijn mensen zo dik.”

Na een kleine vijf kwartier eindigt de wandeling via de West-Kruiskade en de Lijnbaan bij de Pauluskerk. Een van de docenten vraagt of Brito nog contact heeft met zijn moeder. „Ja, dat gaat nu goed. Zij gaat tegenwoordig naar de kerk. Ze was bezeten maar is bevrijd en heeft nu rust gevonden. Afgelopen jaar heb ik Kerst en de jaarwisseling bij haar doorgebracht.” Zelf gelooft hij niet in God. „Ik geloof in mezelf en in moeder natuur. Dat is mijn visie.”

De docenten kijken positief terug op de wandeling. „Ik vond het mooi dat de gids over zijn eigen leven vertelde”, zegt Hoogerland. Goedbloed: „Het viel me op hoe snel het mis kan gaan en hoe ingrijpend dat is.” Ze noemt het opvallend dat de gids niet in God gelooft. „Dat is heel jammer en had ik niet verwacht.”

Ook voor teamleider Johnny Lukasse, die met een andere rondleider meeging, is het uitje geslaagd. „Het was superleuk. Onze gids heeft 35 jaar op straat geleefd en woont sinds zeven jaar samen met een vriendin. Hij heeft diep in de put gezeten, maar nu gaat het goed met hem en kan hij bijvoorbeeld weer wat geld sparen. Het is mooi om te horen hoe veel instellingen er in Rotterdam zijn voor deze mensen. In Goes kom je die bijna niet tegen. Het is goed om van deze ervaring iets door te geven in onze lessen.”

Een van de gidsen verkoopt nog een paar Straatkranten aan de Zeeuwse wandelaars. Intussen schrijven twee agenten iets verderop een boete uit. De rondleiders van Ontmoeting hebben meteen door wat er aan de hand is. „Die man moet 147 euro betalen voor blowen op straat. Bizar!” Brito geeft de mensen uit zijn groepje nog een flyer mee over de straatwandeling. Zijn handtekening staat erop. „Met liefde getekend”, zegt Brito, waarna hij met een brede armzwaai in het stadsgewoel verdwijnt.


Achterkant van Rotterdam

Mensen laten kennismaken met het leven op straat, met „de achterkant van Rotterdam.” Dat is het doel van de straatwandelingen die Ontmoeting, reformatorische stichting voor hulp aan dak- en thuislozen, sinds kort aanbiedt in de Maasstad. Initiatiefnemer is werktrajectbegeleider Marianne Lock. Ze vertelt dat ze vorig jaar een wandeling met een voormalige dakloze maakte in Amsterdam. „We liepen tweeënhalfuur door de stad, maar de verhalen zaten de hele avond in m’n hoofd.”

Het idee om in Rotterdam ex-daklozen op te leiden tot gids, werd bij Ontmoeting enthousiast ontvangen. Vijf cliënten die voldoende stabiel zijn, zetten vervolgens een wandeling op rond hun eigen levensverhaal en volgden een korte training. „Aan de orde kwam bijvoorbeeld hoe je je presenteert voor een groep, welke vragen je kunt verwachten en hoe je je grenzen aangeeft bij wat je wilt vertellen.”

Nadat de gidsen –vier van de vijf hebben een verslavingsverleden– eerst medewerkers van Ontmoeting rondleidden, startten ze afgelopen maand met wandelingen voor geïnteresseerden van buitenaf, in groepjes van maximaal zeven personen. Er hangt geen prijskaartje aan de tochten, maar de stichting vraagt deelnemers een gift over te maken en de gids ter plekke een fooi te geven. De komende weken staan onder meer wandelingen op het programma met werknemers van een bedrijf uit Zeeland en personeel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Lock: „Op deze manier willen we bruggen slaan tussen mensen uit diverse hoeken van de samenleving. Ook kunnen we hiermee mensen uit onze achterban meer betrekken bij ons werk. Ze maken zo op een laagdrempelige manier kennis met verhalen achter dakloosheid. Intussen doen de gidsen een nieuwe ervaring op. Het is voor hen een vorm van re-integratie. Ze zien elkaar echt als collega’s.”

www.ontmoeting.org/straatwandeling