Nunspeetse coronapatiënt terug uit ziekenhuis: Alles deed me zeer

Nederland
Corine Doornhein op het moment dat ze werd opgenomen in het ziekenhuis. beeld familie Doornhein
2

Corine Doornhein (53) uit Nunspeet liep het coronavirus op en lag vijf dagen in het ziekenhuis. Maandag mocht de moeder van vier kinderen en oma van drie kleinkinderen weer naar huis. „Help ons, barmhartig Heer.” Die woorden uit Psalm 79 kon ik wel uitschreeuwen.”

„Op biddag, woensdag 11 maart, ben ik ziek geworden. Alles deed me zeer. Ik moest vreselijk hoesten en had forse hoofdpijn. Mijn lichaamstemperatuur bleef nog onder de 38 graden. Toch dacht ik meteen aan corona.

Ik zit in een risicogroep. Zo’n tien jaar geleden is bij mij sarcoïdose geconstateerd. Dat is een auto-immuunziekte, die zich bij mij op mijn longen concentreert. Op biddag gingen mijn man Gerard, die ook hoestte, en ik niet naar onze kerk, de gereformeerde gemeente in Nunspeet. We wilden anderen niet besmetten. Thuis hebben we drie kerkdiensten beluisterd.

Hoge koorts

De dag na biddag heb ik op aandringen van mijn familie de huisarts gebeld. Toen ik zei dat ik nog geen hoge koorts had, kreeg ik te horen: Kijk het nog even aan. Aanvankelijk leek ik op te knappen. Maandag 16 maart dacht ik: „Hé, prima, we gaan de goede kant op.”

Maar de volgende dag werd ik ineens heel erg ziek. Ik kreeg hoge koorts. Dat lijkt kenmerkend voor corona: je voelt je de ene dag aardig goed, en bent de volgende dag erg beroerd. Die dinsdag hebben we het nog even aangekeken. Ik wilde helemaal niet naar het ziekenhuis. Mijn angst was dat ik in een geïsoleerd kamertje zou komen te liggen, weg bij mijn familie. Dat er niemand op bezoek mocht komen.”

Tent

„Woensdag 18 maart hebben we de huisarts gebeld. Zij zei: „Ik vermoed sterk dat u corona hebt.” Het vervelende was dat de GGD mij niet ging testen, hoe de huisarts ook smeekte. Alleen in het ziekenhuis wordt er nog getest, kreeg ik te horen. De huisarts schreef me een antibioticakuur voor. Een apothekersassistente heeft die kuur woensdagmiddag bij ons voor de deur gezet. De arts zei dat de kuur 24 tot 48 uur de tijd nodig had om effectief te zijn.

De donderdag erna was ik nog steeds erg ziek en had ik weer telefonisch contact met de huisarts. Zij besloot mijn longarts in het St Jansdal Ziekenhuis in Harderwijk in te schakelen. Die longarts adviseerde me naar het ziekenhuis te sturen. Mijn man heeft me met onze auto gebracht. Onze 21-jarige zoon Peter, die als enige van onze vier kinderen nog thuis woont, zei me later dat mijn man huilend thuiskwam uit Harderwijk. Gerard vond het verschrikkelijk mij zo ziek achter te moeten laten. Ik had hem gezegd: „Blijf nou niet in het ziekenhuis, zorg dat je anderen niet besmet.”

In een tent bij de spoedeisende hulp in Harderwijk werden onder meer mijn lichaamstemperatuur en bloeddruk gemeten. Ik bleek 40 graden koorts te hebben en kreeg een mondkapje op. Vervolgens heb ik ongeveer een halfuur in een wachtruimte gezeten. Ik voelde me daar erg beroerd en kon nauwelijks overeind blijven zitten.”

Longfoto’s

„Ik werd opgehaald en belandde onder begeleiding van twee verpleegkundigen die beschermende kleding droegen op een kleine isolatiekamer. Ik werd aan de monitor gelegd, met alle toeters en bellen. Via aangelegde infusen werd er bloed afgenomen. Ook zijn die donderdagmiddag longfoto’s gemaakt, ’s avonds kwam daar nog een CT-scan achteraan. Een arts, die me belde vanachter het raam van mijn kamer, vertelde me dat ik longontsteking had en zou worden getest op corona.

De vrijdag erop, 20 maart, bleek inderdaad dat ik besmet was met het virus. Dat bleek tot diep in mijn longen te zijn doorgedrongen.

Die vrijdag en de zaterdag daarop was ik vreselijk ziek. Ik was erg misselijk, kon niets binnenhouden, had ernstige darmproblemen, gigantische hoofdpijn en hoge koorts. Ik zakte telkens weg in een soort zieke slaap. Een rare gewaarwording. Ik was niet in staat om mijn telefoon te pakken en kon dus niet mijn familie appen. Ik kreeg dagenlang zuurstof toegediend.”

Geëmotioneerd: „Ja, ik vreesde om te overlijden. Die gedachte is zeker in het ziekenhuis vaak door mijn hoofd gegaan. Omdat ik zo uitgeput was, waren mijn gebedjes maar kort. Ik was zó dankbaar te weten dat zo veel mensen voor me baden en nog steeds bidden. Ik hoopte sterk dat ik in leven mocht blijven. Voor mijn gezin, voor mezelf.”

Trouwambtenaar

„Zondag 22 maart leek het iets beter te gaan. Ik kwam terecht op een kamer met nog drie coronapatiënten. Ik wist dat een van onze kennissen, de 66-jarige Dick, ook met corona in het St Jansdal Ziekenhuis was opgenomen. Dick zat bij ons in de kerk.

Hij werkte bij de gemeente Nunspeet en was een bekende in het dorp. Als trouwambtenaar heeft hij het huwelijk van verschillende van onze kinderen gesloten. Vorig jaar dat van onze zoon nog. Onlangs was Dick nog bij ons op de koffie. Ik heb in het ziekenhuis appcontact met hem gehad. „Hoe ziek ben jij, waar lig jij?” Op zondagmorgen appte ik hem weer: „Lig jij alleen?” Daar heb ik geen antwoord meer op gekregen. Dick is die zondag overleden aan het coronavirus.”

Corine Doornhein belandde door het coronavirus in het ziekenhuis. Maandag ging ze weer naar huis. De foto is woensdag gemaakt.  beeld familie Doornhein

Indruk

„Via de tablet kon ik afgelopen zondag in mijn ziekenhuisbed de kerkdienst via een videoverbinding volgen. Normaal luisteren we diensten alleen audio, maar ik was nu blij dat ik de predikant, ds. A. Schot, via die stream ook kon zíén.

Ook hij was geëmotioneerd. Psalm 79:4 klonk. „Gedenk niet meer aan ’t kwaad, dat wij bedreven.” De regel „Help ons, barmhartig Heer” kon ik op dat moment wel uitschreeuwen.

Ik hield het niet droog toen in de middagdienst werd meegedeeld dat onze kennis Dick was overleden. De zegenbede aan het einde van de middagdienst maakte enorme indruk op me. „De Heere zegene u, en behoede u.” Ik dacht: Ben ik er de volgende zondag nog?

Hoewel ik me maandag nog heel ziek voelde, kreeg ik te horen dat ik toch weer naar huis kon. Daar moest ik uitzieken. Ik begreep dat het ziekenhuis te vol werd. Mijn zoon heeft me opgehaald en met een rolstoel naar de auto gereden.

Een arts vertelde afgelopen weekend dat de verwachting was dat de antibioticakuur een positief effect zou hebben, dat er snel een kantelmoment zou komen en dat ik waarschijnlijk langzamerhand opknap. Dat gebeurt nu ook. De misselijkheid is minder, ik slik paracetamol om de koorts te dempen. Ik ben nog wel erg zwak. Als ik de trap oploop, ben ik buiten adem. Ik vrees wel dat mijn longen blijvende schade hebben opgelopen door het coronavirus. Ik hoest nog steeds flink. Dat zal wel een tijdje zo blijven.

Ik ben blij dat ik weg ben uit het ziekenhuis. Nu zitten we thuis met z’n drieën in Nunspeet. Hoogstwaarschijnlijk hebben mijn man Gerard en onze zoon Peter het virus ook opgelopen. Anderen zetten boodschappen voor de deur. Peter, die nu online onderwijs volgt, doet allerlei huishoudelijk werk: wassen, stofzuigen, wc’s schoonmaken, eten koken, noem maar op. Daar zijn we zó dankbaar voor.”

Zware tijden

„Ik heb grote waardering voor de artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis. Voor hen zijn het zware tijden. Denk alleen al aan die beschermende kleding. Voor verpleegkundingen is het telkens een heel karwei om al die kleding aan te trekken en zich daarna weer te ontsmetten. Heel blij ben ik ook met steun vanuit onze kerkelijke gemeente en van familie en vrienden. Fijn is dat de Nunspeetse welzijnsorganisatie Het Venster aanbood om ons wat voor manier dan ook te helpen.

Het meest dankbaar ben ik God. Waarom overleef ik corona wel en bijvoorbeeld onze kennis Dick uit Nunspeet niet? Hoeveel slagen heb ik nodig? Die vragen houden me deze dagen sterk bezig. Wij hebben niets verdiend, alles komt van Gods kant. Het enige belangrijke is dat je mag weten dat je in Jezus Christus geborgen bent. Aan God zal het niet liggen. Hij is zo goed voor ons.”