Noodopvang asielzoekers stroomt vol met Syriërs

Opvang Nederland
De gevluchte Syriërs in de IJsselhallen in Zwolle zijn nog geen week in Nederland. „Hier komen ze tot rust.”  beeld Alex Mulder Alex Mulder
2

ZWOLLE. Een Syriër die zijn vrouw heeft verloren en z’n 3-jarige dochter in Turkije heeft achtergelaten. En drie mannen die met enige moeite duidelijk maken dat ze uit Damascus komen en christen zijn. Sinds gisteren verblijven ze in de noodopvang voor asielzoekers in de IJsselhallen in Zwolle.

Sam (26) verkent deze woensdagmiddag samen met Bassam (30) de omgeving van de IJsselhallen. Ze zijn een paar uur eerder met een bus vanuit het aanmeld­centrum in Ter Apel naar Zwolle gebracht. „We kwamen om 12.35 uur aan, om 13.00 uur kregen we eten”, vertelt Sam –zwarte baard, witte pet– in het Engels.

Op 18 juli arriveerde hij in Nederland. Hij was een kleine maand onderweg vanuit Syrië, waar hij in een kledingwinkel werkte „Mijn vrouw is in 2013 omgekomen. Ze ging met een taxi naar familie, maar is daar niet aangekomen. Ik heb geïnformeerd bij de checkpoints die ze is gepasseerd, maar daar zeiden ze: „Vraag er niet naar, dat is beter.” Ik ga ervan uit dat ze niet meer leeft.”

De reis van Sam naar Europa, onder meer via de Middellandse Zee, was „erg gevaarlijk. We zaten met veertig man op een rubberen boot met een lengte van 7,5 meter.” Tijdens zijn vlucht liet hij zijn 3-jarige dochter bij zijn moeder in Turkije achter. „Het was te gevaarlijk om haar verder mee te nemen. Ik hoop haar nu zo snel mogelijk naar Nederland te kunnen laten komen. Ze heeft al geen moeder meer en mist nu ook haar vader nog.”

Sam had niet verwacht dat hij in Nederland een plek zou krijgen in een hal voor 400 mannen. „In Ter Apel zeiden ze dat we naar een nieuwe locatie gingen. Toen ik deze plek zag, was ik verbaasd en teleurgesteld. We slapen met acht man bij elkaar in een unit. Ik verwacht problemen als de een ’s nachts muziek wil luisteren op z’n iPhone en anderen willen slapen. Voor een paar dagen zal het wel gaan, maar ik heb gehoord dat we hier drie tot vijf weken moeten blijven.”

Klagen wil Sam echter niet. „De mensen zijn vriendelijk en het eten is prima. We worden goed behandeld. Ik hoop dat mijn asielprocedure nu zo snel mogelijk kan beginnen.”

Wachtkamer

De IJsselhallen vormen –evenals de Zeelandhallen in Goes– een wachtkamer voor vluchtelingen die net in Nederland zijn en voor wie nog geen plek beschikbaar is in een asielzoekerscentrum. Een week geleden opende het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) de deuren van de Zwolse locatie voor noodopvang, speciaal voor mannen. Inmiddels zijn 
220 van de 400 bedden bezet. „Op dit moment zijn alle bewoners Syriërs”, zegt Folkert Bosch, senior­medewerker bij het COA. „Maar dat kan morgen veranderen.”

Bosch vertelt dat er vrijwel dagelijks rond de middag een nieuwe groep arriveert. Nog dezelfde dag kunnen de mannen in een ruimte met tweedehands kleding, gebracht door betrokken Zwollenaren, een broek en een T-shirt of blouse uitzoeken. Bosch’ ervaring is dat ze in de dagen daarna bij­komen van „de vaak lange en zware reis die ze achter de rug hebben sinds ze gevlucht zijn. Ze zijn nog geen week in Nederland. Hier komen ze tot rust.”

De sfeer in de hal is ontspannen. In de slaapunits liggen her en der mannen op een bed en hangen handdoeken en T-shirts te drogen. Een Syriër –hij loopt op slippers en draagt een kniebroek met de afbeelding van de Friese vlag– tapt koffie bij een automaat. Verder­op zit een man sigaretten te draaien; om te roken zal hij naar buiten moeten, waar anderen een potje basketbal spelen.

De komende periode zullen er diverse activiteiten worden aangeboden, vaak op initiatief van lokale organisaties en met hulp van vrijwilligers. Bosch: „Toen we hier vorig jaar zaten, hadden we loopgroepen en werd er een voetbal­wedstrijd georganiseerd met een club uit de buurt. We denken ook aan stadswandelingen. Niemand zou zich hier hoeven te vervelen.”

Intussen zijn de COA-medewerkers alert op mogelijk depressieve uitingen van getraumatiseerde asielzoekers. „We lopen veel rond, steken onze voelsprieten overal uit en begeleiden mensen zo nodig naar de medische dienst.”

Suikerfeest

Media mogen op de locatie geen vragen stellen aan de vluchtelingen en de mannen mogen niet herkenbaar worden gefotografeerd. Sommigen kijken tv, anderen zijn in de weer met hun smartphone. Bosch: „Vluchtelingen zijn niet per definitie arm, zoals mensen weleens denken. Een mobieltje is belangrijk voor hen. Het is hun ”lifeline” met het land van herkomst. Tijdens een vlucht is het ook makkelijk mee te nemen.”

Vanwege de islamitische achtergrond van een groot deel van de asielzoekers is het eten standaard halal. „Als er een joodse persoon zou zijn, zouden we daar eveneens rekening mee houden, zoals we dat ook doen met vegetariërs en veganisten; zij krijgen een aangepast menu.”

Toen de eerste vluchtelingen hier een week geleden arriveerden, liep de islamitische vastenmaand ramadan net ten einde, met aansluitend het Suikerfeest. „Dat is een belangrijk moment voor veel mensen. Daarom hebben we gezorgd dat er meer frisdrank en baklava was. We wilden graag iets extra’s doen.”

Hoe de verhouding tussen christenen en moslims op deze locatie ligt, weet Bosch niet. „Daar houden we ons op dit moment niet mee bezig. Maar als iemand zegt: Ik wil naar de kerk of de moskee, dan vertellen we waar die is of leggen we contact met iemand die daar meer over weet. We zijn religieneutraal.”

Kruisteken

Op een steenworp afstand van de IJsselhallen zitten drie mannen in de schaduw van een boom. Ze zijn een paar dagen in Zwolle, zegt een 25-jarige Syriër die in zijn land met zijn master economie bezig was en niet met z’n naam in de krant wil. Zijn eerste indruk van Nederland is positief. „Ik houd van de bomen en het weer.” Via YouTube probeert hij af en toe wat Nederlandse woorden te leren.

Even later wandelen drie Syriërs langs die vandaag in Zwolle zijn aangekomen. Ze spreken nauwelijks Engels, maar weten duidelijk te maken dat ze uit Damascus komen én dat ze christen zijn. Een van hen draagt een ketting met een kruisteken. Een ander wijst met een brede glimlach naar een kruis dat op z’n arm is getatoeëerd. Dan haasten de mannen zich naar de IJsselhallen, waar over enkele minuten –om zes uur– het avondeten wacht.