”Mister integratie”: Grondwet niet veilig voor sluipend gif islamofobie

Integratie-expert Walter Palm vreest dat Tweede en Eerste Kamer de rituele slacht gaan verbieden. Grondrechtkenner Hans-Martien ten Napel vertrouwt erop dat politici bezwaren uit wetenschappelijke kring serieus nemen. Foto: klanten halen vlees voor het offerfeest bij een islamitische slagerij.  beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen
3

Moslims radicaliseren omdat ze zich niet welkom voelen in Nederland. De boerka is al in de ban. Rituele slacht wordt wellicht verboden, net als buitenlandse financiering van moskeeën. Integratie-expert Walter Palm: „Het sluipend gif van islamofobie heeft de Grondwet bereikt.”

Het parlement neemt wetten aan die op gespannen voet staan met de grondwettelijk vastgelegde godsdienstvrijheid. Vooral moslims worden daardoor geraakt, constateert oud-ambtenaar Walter Palm (1951). De man die zich van 1982 tot 2017 op verschillende ministeries bezighield met integratie, uitte recent zijn zorgen in twee opstellen. In september publiceerde hij ”Het sluipend gif van islamofobie”. Enkele weken later verscheen een bijdrage van hem in de bundel ”Wordt het nog wat met het islamdebat?”

Opvallend aan die laatste –mede door arabist Jan Jaap de Ruiter samengestelde– publicatie is dat sommige linkse en islamitische denkers weigerden daaraan mee te werken. Ze wilden niet met mensen als Frits Bolkestein en Ayaan Hirsi Ali in één boek staan. Palm heeft daarmee geen moeite, zegt hij in zijn Haagse appartement. „Het is jammer als mensen de dialoog ontwijken. Die kan mij niet breed genoeg zijn. Ik heb niets dan lof voor het boek.”

Tijdens het interview heeft ”mister integratie”, zoals hij wel wordt genoemd, een stapel rapporten en boeken voor zich. Af en toe pakt hij er een om iets op te zoeken of een citaat voor te lezen.

Wat is het verschil tussen islamofobie en islamkritiek?

Palm: „Islamkritiek is niet hetzelfde als islamofobie. Godsdienstkritiek moet kunnen; de wet op godslastering is afgeschaft. Maar trap niet in de volgende twee valkuilen: ten eerste spreken over dé islam in plaats van het te hebben over concrete stromingen, want de islam is heel divers. Ten tweede zeggen dat iets typisch islamitisch is, terwijl het ook in jodendom en christendom voorkomt. Bijvoorbeeld het bestempelen van homoseksualiteit als iets negatiefs.

Als ik de term gebruik, sluit ik aan bij definities van VU-wetenschapper Ineke van der Valk en de Britse denktank Runnymede Trust. De eerste is wetenschappelijk en abstract, de tweede is praktisch hanteerbaar.

Islamofobie nam de afgelopen tien jaar toe. In Europa staat Nederland op de tweede plaats van landen waar moslims de meeste last hebben van islamofobie.”

De Nederlandse politiek is islamofoob geworden, schrijft u. Waaruit blijkt dat?

Palm maakt een afwerend gebaar. „Op de PVV na is geen enkele partij islamofoob. Maar sinds de LPF in 2002 met 26 zetels zijn entree in de Tweede Kamer maakte, wijzigden alle partijen hun electorale strategie. Zelfs de PvdA, de PVV-light, vist in de vijver van de islamofobe kiezer. Partijen zijn daardoor minder weerbaar als het gaat om het blokkeren van wetsvoorstellen waarbij de in de Grondwet gewaarborgde godsdienstvrijheid in het geding is.

Neem de wet ritueel slachten. In 2011 stemde een grote meerderheid in de Tweede Kamer voor deze wet, hoewel die volgens de Raad van State de vrijheid van godsdienst inperkte. Gelukkig strandde de wet een jaar later in de Senaat. Vorig jaar diende de PvdD een nieuw initiatiefwetsvoorstel in om ritueel slachten te verbieden. De kans dat de Eerste Kamer opnieuw zijn veto gaat uitspreken, is gering, want de samenstelling van de Senaat is ingrijpend gewijzigd. Zeer verontrustend.”

Door de overheid genomen maatregelen tegen radicalisering en terrorisme werken contraproductief, betoogt Palm in zijn boek. Ze vergroten de kloof tussen moslims en overheid. Palm hekelt het feit dat de Haagse imam Fawaz Jneid een gebiedsverbod kreeg opgelegd, omdat de gemeente Den Haag zich stoorde aan zijn boodschap. Het zint hem ook niet dat het kabinet heeft deelgenomen aan de internationale coalitie die Islamitische Staat bombardeerde. Ontstemd is de oud-ambtenaar over het gedeeltelijke boerkaverbod dat inmiddels van kracht is en dat in de politiek stemmen opgaan om de buitenlandse financiering van moskeeën aan banden te leggen. Ongrondwettelijk is volgens hem ook dat van jihadisten met een dubbele nationaliteit het Nederlanderschap kan worden afgepakt.

Waarom was u tegen het bombarderen van IS? Anders was er waarschijnlijk nog steeds een zogenaamd kalifaat geweest.

„Ik heb geen verstand van oorlog voeren. Maar het is zeer de vraag of de bommen het gewenste effect sorteerden. Het gevaar IS is nog niet geweken, zeker niet nadat de VS onlangs zijn militairen terugtrok.

Wel heb ik wat meer verstand van de Grondwet. Met het besluit om IS te gaan bombarderen, nam het kabinet het risico dat hierdoor Nederlandse kalifaatgangers zouden omkomen door een Nederlands bombardement. Dat gaat in tegen grondwetsartikel 97 lid 1, waarin staat dat de krijgsmacht er is ter verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk.

Graag wil ik gezegd hebben dat IS een verachtelijke en barbaarse terreurorganisatie is. Dat er Nederlanders zijn afgereisd naar het IS-kalifaat is nooit goed te praten. Zij zullen de juridische consequenties van deze beslissing moeten dragen. Maar beter dan met bommen het kalifaat te bestrijden, had Nederland de uitstroom van Syriëgangers uit eigen land kunnen indammen.”

Palm pakt het boek ”Ik moest alleen komen” van de Marokkaans-Turkse journaliste Souad Mekhennet uit Duitsland van zijn stapel. „Mekhennet interviewde jihadisten en ontdekte dat ze mede radicaliseerden doordat ze de samenleving ervaarden als islamofoob. Ook in Nederland geboren en getogen moslims zeggen zulke dingen en dat is best heftig. Als het kabinet toekomstige problemen door radicalisering wil tegengaan, moet het de dialoog aangaan met moslims. Vraag waarom zij Nederland ervaren als islamofoob en doe er wat aan.”

Hoe wilt u haatimams stoppen?

„De godsdienstvrijheid van imam Fawaz Jneid is geofferd op het altaar van de veiligheid. We moeten alert zijn op mensen die aanslagen plegen en op imams die hiertoe oproepen. Hiervoor hebben we de AIVD en NCTV. Overtreedt iemand als Jneid de wet, dán pas heeft hij een groot probleem.

De geheime diensten kunnen hun taak niet alleen aan. Zij hebben de moslimgemeenschap nodig. Investeer als overheid daarin. Maak moslims weerbaar. De meeste moslims zitten ook in hun maag met islamitisch geïnspireerde aanslagen. Dat bleek bijvoorbeeld in 2017 toen meer dan 300 imams verklaarden voortaan geen islamitische begrafenisrituelen meer uit te voeren voor doodgeschoten terroristen.”

Waarom bent u tegen het verbieden van buitenlandse financiering van moskeeën?

„Omdat dat verbod niet is gericht op alle godshuizen, maar alleen op moskeeën, is het strijdig met het gelijkheidsbeginsel uit artikel 1 van de Grondwet.

Het druist verder in tegen artikel 6, de vrijheid van godsdienst. Om invulling te geven aan die vrijheid, willen moslims religieuze samenkomsten houden en hebben daarvoor een ruimte nodig. Omdat de sociaaleconomische situatie van Nederlandse moslims doorgaans niet zodanig is dat ze zelf de bouw van een moskee zouden kunnen bekostigen, kijken ze voor financiering vaak naar het buitenland. Dat verbieden betekent mensen hinderen in het uitoefenen van hun religie.”

Palm wijst erop dat qua religieuze voorzieningen de islam in Nederland achterloopt. Op basis van de Wet Premie Kerkenbouw financierde de staat tussen 1962 en 1982 heel wat kerkenbouw, maar werd er slechts één moskee met overheidssteun gebouwd.

U pleit voor een constitutioneel hof. Waarom?

„De commissie-Remkes stelde vorig jaar de instelling van een constitutioneel hof voor. Zo’n hof is een stok achter de deur, toetst of aangenomen wetten conform de Grondwet zijn. Landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje hebben een constitutioneel hof. Het is verontrustend dat de meeste Nederlandse politici er niet aan willen. Zo degradeert de Grondwet tot voetnoot of, erger nog, een voetveeg.”

De overheid moet volgens u een strategische alliantie sluiten met moslims. Betekent dat bijvoorbeeld dat Amsterdam in zee moet met salafistische organisaties?

„Nee, want Nederland kent een scheiding van kerk en staat. De islamitische gemeenschap moet daarom bereikt worden via seculiere, representatieve minderhedenorganisaties. Naar mensen met gezag in eigen kring luisteren moslims doorgaans beter dan naar politici. Nu is het moment. Alleen zo kan radicalisering worden ingedamd en sociale samenhang bevorderd.

De manier waarop Rita Verdonk haar ministerschap invulde was voorbeeldig. Ze was bewindsvrouw toen Theo van Gogh werd vermoord, een roerige tijd. Verdonk stond bekend als hardliner, maar zocht als geen ander de dialoog. De wet schreef voor dat je drie keer per jaar om tafel moest met inspraakorganen van etnische minderheden, maar Verdonk deed het elke maand. Je kunt Verdonk er niet van betichten dat ze dat deed om die mensen te pleasen. „Ik heb jullie nodig”, zei ze. De toenmalige minister begreep dat dergelijke overleggen in het belang van de overheid waren.”

„Wet toetsen aan constitutie niet uitbesteden”

Met de godsdienstvrijheid is het buiten het Westen droevig gesteld. Maar in Europa zijn er op dat terrein ook zorgelijke ontwikkelingen, stelt de Leidse universitaire hoofddocent constitutioneel recht Hans-Martien ten Napel. Toch vindt hij niet dat politici aan islamofobie lijden. Eerder aan „religiefobie”, want ook het geloof van christenen en joden ligt nogal eens onder politiek vuur.

Dat die religiefobie in Nederland tot uitdrukking komt in wetgeving valt gelukkig mee, zegt Ten Napel in reactie op Walter Palm. „Van de voorbeelden die hij noemt, kwamen alleen het boerkaverbod en het intrekken van het Nederlanderschap van jihadisten er door toedoen van het parlement. Het wetsvoorstel rituele slacht is nog aanhangig en het verbieden van buitenlandse financiering van moskeeën heeft nog maar de status van voorontwerp.” Die twee laatste wetten worden volgens de Leidse geleerde in wetenschappelijke kring flink bekritiseerd. Hij vertrouwt erop dat politici die kritiek bij behandeling van de wet serieus nemen.

Hoewel het parlement feitelijk gezien nauwelijks „islamofobe wetten” aannam, noemt Ten Napel Palms zorgen legitiem. „Ik deel zijn punt dat in politieke debatten die religie raken, de Grondwet vaak niet serieus lijkt te worden genomen. En door islamofobie op de kaart te zetten, agendeert hij een belangrijk onderwerp. Het is veelzeggend dat iemand met zoveel kennis van integratiebeleid dit signaal geeft.” Ten Napel wijst erop dat ook de Raad van State het boerkaverbod en het intrekken van het Nederlanderschap bij jihadisten heeft bekritiseerd.

Palm bepleit het instellen van een constitutioneel hof als remedie tegen islamofobie, maar daarvan is Ten Napel geen voorstander. „Ik denk dat de burger er niet op zit te wachten. Die heeft al het idee dat de politiek geringeloord wordt door technocratische instanties als ambtelijke organen en rechters. De rol van de rechter in ons staatsbestel ís ook toegenomen. Met goede bedoelingen verdere juridisering invoeren, wakkert mogelijk de onvrede onder de bevolking aan. Daarmee speel je populisten in de kaart en bereik je mogelijk het omgekeerde wat je wilt.”

Dat een constitutioneel hof anders gaat oordelen dan een Tweede en Eerste Kamer, is volgens de Leidse universitaire hoofddocent de vraag. „Neem het Europees Hof. Dat wordt al jaren beschuldigd van islamofobie, omdat het hoofddoekverboden in Turkije en Frankrijk niet heeft teruggedraaid.”

Wie moet er dan wel toezien op het naleven van de Grondwet? Volgens Ten Napel is „constitutioneel patriottisme” nodig. „De rechtstaat functioneert alleen als burgers zich bewust zijn van het belang van de Grondwet. Constitutionele toetsing van wetten aan rechters overlaten heeft als risico dat burgers en politici steeds minder alert zijn of wetsvoorstellen wel conform de Grondwet zijn. Laat daarom het zwaartepunt van de politieke besluitvorming voluit in de samenleving plaatsvinden.”