Lelystad reikt zwerfjongere de helpende hand

Achtergrond
LELYSTAD. Huiskamer voor zwerfjongeren in Lelystad.  beeld Dick Vos Dick Vos

LELYSTAD. De een slaapt bij familie­leden en vrienden, de ander bivakkeert geregeld in een lege paardentrailer. In Lelystad bevinden zich naar schatting 100 tot 150 dak- en thuisloze jongeren. In de nieuwe „huis­kamer” voor deze doelgroep loopt het nog geen storm.

Banken met kussens, kasten vol boeken en spelletjes, en planten op de vensterbank. De inloopruimte van het diaconaal centrum Open Haven in Lelystad ademt de sfeer van een huiskamer. Elke maandag vanaf vier uur ’s middags is deze plek speciaal geopend voor dak- en thuisloze jongeren.

Hun achtergrond is divers, zeggen directeur Wim Moggré van het Interkerkelijk Diaconaal Overleg (IDO) en Michel Langereis (Welzijn Lelystad). Een deel leeft en slaapt op straat, anderen vinden tijdelijk onderdak bij familie of kennissen. Velen hebben een verleden in de jeugdzorg. Af en toe krijgen sommigen te maken met de politie of een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.

Op initiatief van de gemeente Lelystad en ggz-instelling Kwintes sloegen diverse instanties eind vorig jaar de handen ineen om de zwerfjongeren, van 17 tot en met 25 jaar, beter te bereiken. Sinds januari zijn in het IDO-inloophuis elke maandag tussen vier en acht uur twee coaches aanwezig om de jongeren te ontmoeten en te kijken welke hulp ze kunnen bieden. De doelgroep kan er ook douchen, een was draaien en eten.

Een paar maanden na de opening hebben zo’n tien jongeren het inloophuis bezocht. Moggré is niet ontevreden over dit aantal. Hij zegt dat het bereiken van de doelgroep „een zaak van lange adem” is. „We hadden niet de illusie dat de jongeren hier ineens lachend binnen zouden lopen, maar je moet ergens beginnen.”

Een van de zwerfjongeren werd begeleid naar de schuldsanering van het IDO. Twee anderen konden na bemiddeling terecht in respectievelijk een crisis­opvangcentrum van het Leger des Heils en een andere voorziening. Doel is uiteindelijk jaarlijks vijftig jongeren richting huisvesting en dagbesteding te begeleiden.

De deelnemende instellingen hebben zelf geen woonruimte beschikbaar, maar kunnen hulp bieden bij het inschrijven als woningzoekende of het vinden van onderdak bij particuliere verhuurders. Langereis: „We kijken ook of de jongeren nog een netwerk hebben dat mogelijkheden biedt. Zijn er banden met familie, ouders of verzorgers? En als die zijn verbroken, is er dan reparatie mogelijk?”

Een enkele keer gaat een begeleidingstraject van start, maar raakt de jongere na enige tijd uit beeld. Langereis: „Hij kan ineens de trein nemen, ergens anders in Nederland uitstappen en hier lange tijd niet meer komen. Soms belandt iemand in detentie.”

De komende maanden wordt „een extra inspanning” gepleegd om op straat met de dak- en thuisloze jongeren in contact te komen. Jongerencoaches zoeken hen op, proberen een relatie op te bouwen en hen te „verleiden om gebruik te maken van het hulpaanbod.”

Deze maandag zijn de coaches Christine Sjouwerman en Ivan Hagen aanwezig in de Open Haven. Hun werkterrein breidde zich onlangs uit naar hangplekken voor jongeren. Sjouwerman: „Op straat merk je wat er leeft. We zoeken jongeren op en knopen een gesprek aan: Gaat het lekker? En als het niet lekker gaat, wat kunnen we dan voor jullie betekenen, bijvoorbeeld op het gebied van wonen en studie?”

Via het inloophuis kwam Sjouwer­man de afgelopen periode onder anderen in contact met een Turks meisje. „Thuis voelde ze zich niet veilig. Ze werd bijna achttien en haar vader wilde haar uithuwelijken. Daarom is ze weggelopen. Vervolgens kwam ze met de verkeerde mensen in aanraking en raakte ze zwanger. Intussen had ze geen inkomen en geen huis. En haar ouders mogen niet weten dat ze zwanger is.”

Sjouwerman begeleidde haar bij het aanvragen van een uitkering. „Uiteindelijk vond ze zelf een woonadres. Binnenkort komt de baby. We kijken nu wat we voor haar kunnen betekenen op het gebied van babykleding, een kinder­wagen en dergelijke.”