Kamiran Salem Jalas over zijn verdwenen familie in Irak

Ervaringsverhalen
Kamiran Salem Jalas (29) uit Stadskanaal. beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom

Kamiran Salem Jalas (29) uit Stadskanaal, afkomstig uit de jezidi­gemeenschap in Irak, heeft niets meer van zijn familieleden gehoord sinds hun dorp anderhalve maand geleden onder de voet werd gelopen door strijders van Islamitische Staat (IS). „Ik weet niet of ze nog leven en waar ze dan zijn. De onzekerheid is heel groot.”

TOEN

In 2009 ben ik uit Irak weggevlucht. Vanwege ons geloof waren de verhoudingen met de moslims gespannen. Bovendien had ik als beveiliger in een Amerikaans legerkamp gewerkt, en dat mag niet volgens de moslims.

Als jezidi’s vormden we zo’n kleine groep. De kinderen werden geslagen en ook volwassenen werden bedreigd. Ieder moment konden ze ons doodmaken.

Het was niet veilig meer voor me. Ik ben in het diepste geheim vertrokken en de grens over gevlucht. Vervolgens ben ik regelrecht naar Nederland gegaan. Ik woon nu alleen, in een huis in Stadskanaal.

Het was heel moeilijk om alles achter te laten: mijn familie, mijn dorp, mijn geboortegrond. Maar het moest. Via de telefoon kon ik contact met mijn familieleden onderhouden. Zo hoorde ik hoe het met hen ging.

In 2010 is mijn oudste zus mishandeld door onbekende mannen die naar mij op zoek waren. Ze is geslagen. Het was zo erg dat haar lever was aangetast. Drie jaar lang moest ze steeds naar het ziekenhuis. In december 2013 is ze overleden. Ze was 31 jaar. Ik had haar willen helpen, maar ik kon niets voor haar doen. Niemand van de familie heb ik ooit teruggezien sinds ik zes jaar geleden gevlucht ben.

In de achterliggende jaren is de positie van de jezidi’s verslechterd. Ze zijn een minderheid. Ze zijn niet moslim en niet christen. De jezidi’s geloven in één god, Yezdan, de schepper van de wereld, en in de Pauwenengel Taus Melek, de voornaamste van de zeven aartsengelen die de wereld besturen. De jezidi’s hebben twee heilige boeken, geschreven in het Koerdisch: de ”Kitabe Cilve” (Het boek van inspiratie) en de ”Meshef Resh” (Het zwarte boek).

Ons geloof leverde altijd problemen op. In de loop van de eeuwen zijn we heel vaak vervolgd. Daardoor zijn groepen jezidi’s naar andere landen gevlucht. In 2007 hebben moslims in Irak zware aanslagen op ons gepleegd.

Van de ongeveer 2 miljoen jezidi’s woonden er tot vorig jaar nog 500.000 in Irak. In West-Europa zijn er naar schatting 75.000; in Duitsland en Zweden zitten de grootste groepen jezidi’s.

NU

De strijders van Islamitische Staat streven naar een islamitisch kalifaat in Irak en Syrië. Ze zijn heel fanatiek. Vele honderdduizenden mensen zijn voor hen op de vlucht geslagen.

In de gebieden die IS verovert, krijgen mensen –als 
ze niet direct gedood worden– de keus zich te bekeren, een bepaalde belasting te betalen of alsnog gedood te worden. Vrouwen worden verhandeld als slavin. Het gaat dan om jezidi’s en christenen, maar ook om moslims die niet achter IS staan.

In juli vorig jaar probeerden de jezidi’s zich te verdedigen tegen het oprukkende IS-leger, maar uiteindelijk moesten ze vluchten. Velen van hen kwamen vast te zitten op de berg bij Sinjar. Daar zijn veel jezidi’s omgekomen door honger, dorst en gebrek aan medicijnen. In augustus hebben Amerikanen velen van de jezidi’s van de berg geholpen.

IS zat op 10 kilometer afstand van het dorp waar ik geboren ben en waar mijn familie woont, of woonde. We dachten dat het veilig was. Anderhalve maand geleden zijn de moslims daar echter toch gekomen. De Koerden zouden het dorp beschermen, maar dat hebben ze niet gedaan. Koerden zijn ook moslims; je kunt hen niet vertrouwen. Ze strijden wel tegen IS, maar ons dorp hebben ze niet beschermd.

Nu is IS de baas in de streek waar ik altijd heb gewoond. Sindsdien heb ik telefonisch geen contact meer met mijn familie kunnen krijgen. Ik heb ook geen brief gekregen, of een ander bericht. E-mail heeft mijn familie niet.

Het laatste wat ik van mijn drie zusjes gehoord heb is dat ze in een vluchtelingenkamp zaten. Dat is ook geen ideale situatie; ze zijn nog maar 12, 14 en 17 jaar. Mijn ouders waren met mijn broer en zijn zwangere vrouw nog in ons dorp. En nu? Ik kan hen niet vinden. Zijn ze gevlucht, of ondergedoken, of gedood? Ik weet het niet. Ik denk dat er weinig kans is dat ze nog leven.

Waar zijn ze? Ik vertrouw het niet. De strijders van IS maken zo gemakkelijk andere mensen dood. De jezidi’s hebben geen enkel recht.

STRAKS

Gelukkig heb ik in Nederland wel contact met mensen van mijn eigen volk, ook met jezidi’s. Anders zou ik het hier erg eenzaam hebben.

Christenen steunen ons ook. Ze hebben me hier in Nederland veel hulp gegeven. Zij vinden het ook verschrikkelijk wat IS allemaal doet. Christenen zijn in het Midden-Oosten net zo min veilig in de gebieden waar fanatieke moslimterroristen de macht in handen krijgen.

Het afgelopen weekeinde heeft IS zeven zelfmoordaanslagen gepleegd in de Iraakse stad Baiji. De zeven mannen die zich opbliezen, waren volgens IS allemaal afkomstig uit het buitenland. Veel jonge mannen uit andere landen, ook uit West-Europa, zijn naar het Midden-Oosten gegaan om met IS mee te vechten in hun jihad.

Het is nu een jaar geleden dat IS een offensief tegen het leger van Irak begon. IS wordt steeds door buitenlandse vliegtuigen aangevallen. Sommige steden worden op hen heroverd, maar de terroristen krijgen ook nog altijd nieuwe gebieden in handen. Met de bevolking loopt het dan slecht af.

Ik blijf proberen om met mijn familie in contact te komen. Ik leef in grote onzekerheid.