In klederdracht uit de kerk ontsnapt

J. H. Bennink (1916-1999) maakte een foto tijdens de overval op de christelijke gereformeerde kerk in Aalten. beeld Nationaal Onderduikmuseum
2

Niet pluis, dacht de Aaltenaar aan wie de Duitsers vroegen waar de Oosterkerk stond. Hij stuurde hen naar de christelijke gereformeerde kerk, want die was kleiner. Ook daar werden die zondag mannen opgepakt, al waren het er allicht minder dan wanneer ze naar de Oosterkerk waren gekoerst.

Een overval tijdens een kerkdienst, dat was in Nederland nooit voorgekomen, zeggen de organisatoren van de herdenkingsdienst die woensdag –75 jaar na de razzia– wordt gehouden. Al zijn er tal van verhalen bekend van kosters die gehaast de preekstoel beklommen, de dominee of ouderling iets in het oor fluisterden, waarna de waarschuwing klonk dat jonge mannen beter maar zo snel mogelijk konden verdwijnen. Wat ze dan ook deden, tussen de banken door, of desnoods eroverheen.

In Aalten kregen de mannen die kans niet meer. Zowel in de Westerkerk als in de christelijke gereformeerde kerk werden die 30e januari 1944 mannen ingerekend, 48 in totaal. Sommigen van hen overleefden hun gevangenschap niet.

Overvol

De bezetter had de leeftijdsgroep 19-23 jaar op het oog, maar vatte ook enkele mannen in de kraag die ouder waren. Het was de Duitsers een doorn in het oog dat veel jongemannen de Arbeitseinsatz ontdoken of niet waren teruggekeerd na verlof. Ze hadden in de gaten gekregen dat de kerken in Aalten ’s zondags volzaten. Daar viel een slag te slaan.

Juist die zondag waren er nog meer kerkgangers dan anders, als het gevolg van het fraaie weer. De Westerkerk zat zelfs overvol, want daar preekte prof. J. Ridderbos, die daags tevoren in Aalten het besluit van de gereformeerde synode over de opvattingen van prof. dr. K. Schilder had toegelicht.

In klederdracht

Sommige jongemannen konden een Ausweis laten zien, als vrijstelling voor de arbeidsinzet. Wie zijn persoonsbewijs was vergeten, kwam er met twee gulden boete nog goed vanaf.

Gerrit Hoopman had het geluk dat er Scheveningers naar Aalten geëvacueerd waren toen de kuststrook werd ontruimd. Mevrouw Visser-Taal stond nu een deel van haar klederdracht aan hem af en zo wist Hoopman de Westerkerk uit te komen. Ook Tom Visser profiteerde van een gedaanteverwisseling: hij was klein en leende daarom de kleding van de jonge Johan Freriks. In korte broek zag Tom er niet uit als iemand van minstens 19.

Een ander ontkwam voordat het goed en wel tot hem doordrong, dankzij zijn plaatsgenoot H. J. Papiermole, die een uniformjasje van de Luchtbeschermingsdienst droeg. Hij hield een van de Duitse overvalwagens aan en bulderde: „Ausweise sofort!”

Bluf

De overblufte Duitsers overhandigden hem een stapeltje persoonsbewijzen. Papiermole pikte er zomaar één uit en zei in het Duits: „Deze man zoek ik. Hij werkt bij mij.” Hij liep naar de achterkant van de wagen en beval de bewuste persoon uit te stappen.

De verbouwereerde jongeman liep met hem mee, terwijl de auto verder reed. Papiermole gaf de bevrijde gevangene zijn persoonsbewijs terug en zei dat hij moest maken dat hij wegkwam.

Anderen waren minder fortuinlijk. In de Westerkerk had een aantal mannen geprobeerd de zolder op te klimmen. De Duitsers zagen dat echter door het raam. Ook ontstond een breuk in het plafond toen een van de mannen misstapte. De vluchtelingen moesten naar beneden komen. De arrestanten moesten tegen de zijmuur van de kerk gaan staan. Aaltenaren, onderduikers –daar had Aalten er veel van–, evacués, ze moesten allemaal mee.

Krantjes onder de rok

Eén onderduiker werd gelukkig niet ontmaskerd. Cor Buijs heette in werkelijkheid Moshe Boas Berg. Hij was Jood én hij was naar de kerk gekomen om exemplaren van de verzetskrant Trouw uit te delen. Opnieuw bood de Scheveningse klederdracht uitkomst: een vrouw verborg de illegale bladen onder haar rokken en stapte ermee de kerk uit.

Psalm 121

De mannen die in beide kerken waren opgepakt, werden bijeengebracht in de consistoriekamer van de Westerkerk. Daar las ds. W. E. Gerritsma Psalm 121 voor: „’k Sla d’ ogen naar ’t gebergte heen...” Stadskoor Bredevoort zingt dat vers woensdagmiddag tijdens de herdenking in de Oosterkerk.

Voordat de mannen werden afgevoerd, kregen ze van alles in handen gedrukt: boterhammen, roggebrood, een Bijbeltje, zeep, scheerspullen of een bemoedigend briefje.

Via de Koepelgevangenis in Arnhem kwamen de gevangenen in Kamp Amersfoort terecht. Sommigen kwamen om bij een bombardement op vliegbasis Soesterberg. Anderen in Duitsland. De overlevenden droegen de herinneringen levenslang mee.

Van 7 september tot 23 februari houdt het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten een expositie over de razzia op de kerken.