Gezin Zivic kan door kinderpardon na elf jaar rustig slapen

Ervaringsverhalen
De Kosovaarse hoofdstad Pristina, april 2001. Foto EPA EPA

KATWIJK – Ze zijn in Nederland geboren en zaten ooit in een uitzetcentrum om met hun ouders naar Kosovo te worden gestuurd. Sinds vrijdag weten Aleksandar (11) en Aleksandra (8) Zivic dat ze hier definitief mogen blijven. „Het kinder­pardon geeft ons rust”, zegt hun opgeluchte moeder.

Radmila (33) en Zivorad (41) Zivic wonen met hun beide kinderen op een gezinslocatie voor asielzoekers in Katwijk. Deze vrijdagavond zijn ze in een feestelijke stemming. Het besluit van de ministerraad over het gezinspardon maakt een einde aan een jarenlange onzekerheid.

In november 2001 vlucht het Servische echtpaar vanuit de Kosovaarse hoofdstad Pristina naar Nederland. „Ik was in verwachting van ons eerste kind. We hadden veel problemen meegemaakt door de oorlog tussen Albanezen en Serviërs. Ons huis was in brand gestoken. We zochten veiligheid.”

Hun asielaanvraag wordt afgewezen. „We durfden ons verhaal niet goed te vertellen omdat we een Albanese tolk hadden”, zegt Radmila. Het is volgens haar een van de vele knelpunten in de jarenlange asielprocedures die het gezin doorloopt.

In 2009 krijgen de ouders duidelijk te horen dat ze Nederland moeten verlaten. „Mijn man heeft vanaf april 2009 drie maanden in de gevangenis (voor uitgeprocedeerde asielzoekers, MB) gezeten in Zeist. Daarna ging hij naar het uitzetcentrum in Rotterdam. Daar moest ik met de kinderen ook naartoe. We hebben er slapeloze nachten gehad en zijn kilo’s afgevallen.”

Een advocaat vecht het besluit tot uitzetting aan, waarna het gezin na tien dagen vrij komt. In Ter Apel dienen ze een nieuwe asielaanvraag in. Na meer dan twee jaar wordt het gezin naar Katwijk overgeplaatst. De kinderen gaan naar christelijke basisschool De Duinroos in die plaats. Geregeld bezoeken de van huis uit orthodoxe christenen een plaatselijke kerk.

Hoewel hun situatie jarenlang onzeker blijft, zegt Radmila altijd hoop te hebben gehouden dat ze met haar gezin in Nederland zou mogen blijven. „In 2009 dacht ik: Nu worden we uitgezet óf we mogen blijven. Uiteindelijk heeft het toch nog een aantal jaren geduurd voordat er duidelijkheid kwam. Er liep nog steeds een procedure.”

Vrijdag haalde Radmila opgelucht adem toen bleek dat haar gezin onder het kinderpardon valt. „Dit was onze grootste droom. Er was altijd nog een kans dat we teruggestuurd konden worden. Nu kunnen we pas echt rustig slapen. Ik ben heel blij met het kinderpardon, maar het doet zeer dat er in onze procedures al die jaren heel veel fout is gegaan.”

Vanaf nu wil Radmila hard aan haar toekomst werken. „We hebben jarenlang in azc’s gewoond. Nu kunnen we eindelijk een huis zoeken. Ik wil graag inburgeren en werken. Eigenlijk gaan we verder waar we elf jaar geleden zijn gestopt.”