COA op zoek naar ruimte voor opvang 10.000 extra asielzoekers

Achtergrond
Asielzoekers in het Drentse dorp Oranje. beeld ANP ANP
3

ALMERE. Een grote instroom van asielzoekers, protesten van omwonenden tegen de komst van azc’s en geweldsincidenten op opvanglocaties. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) staat continu op scherp. „Naar verwachting hebben we dit jaar 10.000 extra bedden nodig.”

Het is geen stoptrein waar Gerard Bakker begin december instapt. De nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van het COA treedt aan in een periode waarin de ontwikkelingen zich in een sneltreinvaart voltrekken. Op dit moment zitten er 25.000 asielzoekers in de opvangcentra, bijna 10.000 meer dan een jaar geleden.

Om de blijvende groei op te vangen is het COA met zeventig gemeenten in gesprek over uitbreiding van bestaande azc’s of de opening van nieuwe centra, melden Bakker en zijn collega-bestuurder Janet Helder in het azc in Almere. Het betreft onder meer Apeldoorn, Enschede, Groningen, Hengelo en Utrecht. Helder: „Als wij een locatie zien die mogelijk geschikt is, benaderen we de gemeente. Maar er komen ook gemeenten naar ons toe: Wij willen opvang bieden.”

In september stond het water het COA aan de lippen, zegt Helder. „Binnen 72 uur werden de IJsselhallen in Zwolle bestemd en ingericht voor tijdelijke opvang, tot half december. Op de dag dat die locatie openging, werd ook de opvang in het Drentse Oranje geregeld. Als dat niet gelukt was, wat dan? Dan hadden we nóg harder moeten werken om voor elke asielzoeker een plek te regelen.”

In Oranje werd het centrum na actie van de bevolking verkleind. In het Friese Rijs werd de opvang na protest afgeblazen.

Helder: „Oranje was een verhaal apart, vanwege de acute nood. Daar was wel bestuurlijk draagvlak voor de opvang. In Rijs was dat er eerst ook, later niet meer. Overigens zijn we samen met de gemeente De Friese Meren, waar Rijs onder valt, op zoek naar een andere locatie.”

Meer dan eens klinkt de kritiek dat buurtbewoners zich overvallen en buitenspel gezet voelen.

Helder: „Als er een nieuw centrum komt, is er altijd contact met de buurt. Goede communicatie met omwonenden is van groot belang. Gemeente en COA staan daarin zij aan zij. We geven eerlijk aan wat mensen kunnen verwachten. In Rheden kreeg ik applaus. Elders lopen de emoties soms hoog op. Een mevrouw zei: „Ik kom misschien boos over, maar ik ben gewoon bang. Wat betekent het voor mij als er straks een paar honderd buitenlanders in mijn buurt wonen?” Dat kunnen we gelukkig goed uitleggen.”

Bakker: „Het maakt verschil of je zes maanden tijd hebt voor de opening van een azc of een paar weken. De druk is nu iets minder groot dan een paar maanden geleden, omdat vluchtelingen in deze tijd van het jaar –in ieder geval met kleine bootjes– moeilijker de Middellandse Zee kunnen oversteken. De ruimte die dat geeft benutten we om extra te investeren in communicatie met alle betrokken partijen.”

Speerpunt voor Bakker is ook het bewerkstelligen van een snellere doorstroming van asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen. Zij moeten in drie tot vier maanden woonruimte krijgen. In de praktijk duurt dat gemiddeld zeven maanden. Momenteel zitten er 11.000 vluchtelingen met een status in de centra. „Het is belangrijk dat we de gestelde termijn gaan halen. We voeren daarover volop overleg met onder meer gemeenten en woningcorporaties.”

Helder: „We brengen de belemmeringen in kaart en zoeken naar creatieve oplossingen, bijvoorbeeld voor jonge alleenstaande asielzoekers. Dat kan betekenen dat een beschikbare woning voor hen wordt omgebouwd tot enkele kleinere units. Een andere keer moeten twee of drie woningen bij elkaar worden getrokken voor een gezin met zestien kinderen.”

In diverse centra waren recent vecht- en steekpartijen. Lopen de spanningen in de azc’s op?

Helder: „Als asielzoekers elkaar met stokken en messen te lijf gaan, zoals in Overloon is gebeurd, is dat vreselijk. Gelukkig gebeurt dat weinig. Het gaat daarbij vaak om incidenten, denk aan een recente situatie van huiselijk geweld op het azc in Dronten, die ook elders in de samenleving voorkomen. Verder is het voorstelbaar dat er extra snel irritaties kunnen ontstaan als veel mensen dicht op elkaar wonen, zoals in een azc.”

In hoeverre speelt onervarenheid van relatief veel nieuw personeel een rol?

Bakker: „Op elke azc zorgen we, naast de professionele beveiligers, voor een goede mix van ervaren en nieuw personeel.”

Helder: „Elke medewerker heeft in ieder geval een bhv-opleiding en een agressietraining gevolgd. Ook geven we trainingen om bijvoorbeeld signalen van huiselijk geweld of mensenhandel op te merken. Afgelopen jaar hebben we mensen bovendien getraind in het signaleren van radicalisering van moslims. Een abrupte verandering van gedrag –een uitgelaten persoon wordt ineens heel stil– kan zo’n signaal zijn.”

Zijn er daardoor daadwerkelijk radicaliserende asielzoekers getraceerd?

Helder: „COA-medewerkers geven signalen door aan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en de AIVD. Daar houdt het voor ons op. Het is aan de expertisecentra of ze daar verder iets mee doen.”

Christenasielzoekers voelen zich soms onveilig te midden van veel moslims. Hoe gaat u daarmee om?

Helder: „We hebben soms te maken met asielzoekers die zich vanwege homoseksualiteit of om geloofsredenen –ik neem het breed– onveilig of gediscrimineerd voelen. Als ze dat bij ons melden, gaan we op zoek naar een passende oplossing. Dat begint op individueel niveau. Zo nodig geven we ook extra voorlichting over deze thema’s. Als het om christenen gaat hebben we daarover goed contact met stichting Gave. Discriminatie in de opvang is niet te tolereren.”

>>rd.nl/asielzoekers