Bijbels verhaal achter Katwijkse oorijzers

Zo’n 250 in klederdracht gestoken mensen bevolkten zaterdag de straten van de oude dorpskom in Urk. In het vissersdorp werd de eerste Nationale Dag van de Klederdracht gehouden.     beeld Riekelt Pasterkamp
5

„Nederland snakt naar de eigen identiteit”, zegt Coby van Duijn uit Katwijk. Gestoken in Katwijkse kledij bezocht ze zaterdag de eerste Nationale Dag van de Klederdracht in Urk.

Als ze met haar Katwijkse klederdracht pronkt op markten, hoort Van Duijn steevast waarderende reacties. „Mensen zeggen: „Wat fijn dat jullie in klederdracht lopen. Dit is van vroeger.” Ze willen dat we die traditie vasthouden.”

klederdracht

Te midden van zo’n 250 mensen in klederdracht is de Katwijkse een bijzondere verschijning. Ze is gekleed als redersvrouw. „Dus draag ik gouden oorijzers, met boekjes van goud, gouden voorhoofdsnaalden en oorbellen en een gouden horlogeketting. Ook draag ik een lange muts. Wie het breed heeft, laat het breed hangen.”

Achter de gouden boekjes, aan de oorijzers, zit een Bijbels verhaal. „De boekjes zijn versierd met de hoorn des overvloeds. Dat heeft te maken met het verhaal van de profeet Samuël, die David tot koning kroont.”

In de rouw

Zo kan menigeen zaterdagmiddag in Urk haarfijn het speciale van zijn of haar klederdracht uit de doeken doen.

Adrie Kruijmer uit Huizen is getooid met een grote, witte muts. Met name dat hoofddeksel is kenmerkend voor de Huizer dracht, zegt ze. De vorm van de muts wisselde geregeld. Ook al omdat het hoofddeksel vies werd door bijvoorbeeld water van de vroegere Zuiderzee. „Huizers zijn groze minsen”, zegt Kruijmer, waarmee ze wil zeggen dat de inwoners netjes en misschien wel een tikje pronkerig gekleed door het leven gaan. Nu is Kruijmer in het zwart gehuld. „Ik ben in de rouw. Ik heb een prachtige jurk van tachtig jaar oud van een tante die pas acht jaar geleden overleden is. Ik heb ook een jurk vol kleur en een muts met kant. Dan ben ik uit de rouw.”

Ans Tijsen uit Wieringen –in de kop van Noord-Holland– is met een tiental plaatsgenoten naar Urk gekomen. De Wieringer dracht is sober. „De kleding heeft wat minder kleur dan drachten uit nabijgelegen plekken als Schagen, Blokker, Midwoud en Hoogwoud. De Wieringer dracht is somberder. Wieringen was een eiland, mensen trouwden met elkaar, dat was altijd familie. Het waren vissers, dus er bleef weleens iemand op zee. Dan was het makkelijk dat de kleding wat somber was. En we liepen achter in de mode. We waren arm.”

Plooitjes

Rijssen geeft met twaalf mensen acte de présence tijdens de Nationale Dag van de Klederdracht. De Rijssense dracht is te herkennen aan de muts, zegt Jennie Voortman. „Een kenner kan aan de vorm van de plooitjes en de lengte van de achterstrook de Rijssense dracht bepalen.”

De Rijssense presenteert zich op rooms-katholieke wijze. „Rijssen kende ook een kleine gemeenschap rooms-katholieken.” Ze draagt een gouden kruis aan een ketting. „Verder heb ik een scheiding in mijn haar. Protestantse vrouwen droegen het haar achterover. De klederdracht was voor de rest hetzelfde.”

Met een ploeg van 28 mensen is Herman Bouman uit de Achterhoek naar Urk gekomen. Bouman, uit Steenderen, draagt relatief eenvoudige plunje. „Zo heel bijzonder is de klederdracht uit de Achterhoek niet. De mensen uit die regio waren arm. Opvallend is dat we op klompen lopen.”

Keelknopen

Een opvallende, bruine hoed prijkt op het verweerde hoofd van Popke Bethlehem uit het Friese Tijnje. Tien Friezen zijn naar Urk gekomen. Bethlehem showt kleding van omstreeks 1790. „Kleding voor de beter gesitueerden. Het is de tijd van de Franse revolutie. Dat zie je aan de driekante steek van de hoed.” Speciaal aan de dracht zijn onder meer de gouden keelknopen. Bijzonder is ook de chatelaine, een gordel die om de middel gedragen kan worden. „Er zit onder meer het sleuteltje van het horloge aan. Daar kon je het horloge mee opwinden.”