Kuyper

Nicolaas II

Victoria
Eigenlijk begint de 20e eeuw pas in 1914. Dan loopt het 19e eeuwse vooruitgangsgeloof op de klippen van de Eerste Wereldoorlog. Voordien sluit de 20e eeuw naadloos aan op de 19e.
Er is een, voor die tijd, wonderbaarlijke vooruitgang op technisch gebied. Autoís worden meer en meer gewoon, al laat de massamotorisering nog wel even op zich wachten. Op autogebied loopt Amerika al spoedig voorop. Henry Ford (onlangs door het Amerikaanse tijdschrift ĒFortuneĒ uitgeroepen tot zakenman van de eeuw) is zeer succesvol met zijn T-Ford. De eerste vliegtuigen vertonen zich ook al, maar die zijn alleen geschikt voor waaghalzen.
Europa vormt duidelijk het middelpunt van de wereld. Europese mogendheden (Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland, Nederland, Duitsland) hebben grote delen van AziŽ en Afrika gekoloniseerd. In het rijk van de Britse koningin Victoria (1819-1901) gaat de zon niet onder. Zij draagt ook de titel keizerin van India.
Rond de eeuwwisseling is Engeland betrokken bij de Boerenoorlog (1899-1902), die het imago van het land geen goed doet. Hier gaat het immers niet om een oorlog tegen onbeschaafde zwarten, maar tegen het christenvolk van de Zuid-Afrikaanse Boeren. Europa telt in het begin van deze eeuw een flink aantal groothertogen, koningen en keizers (Duitsland, Rusland en Oostenrijk Hongarije), alsme de een omvangrijke stoet hogere en lagere adel. Met name in het leger en de diplomatieke wereld geven mensen van adel de toon aan. In Europa zijn alleen Frankrijk en Zwitserland republieken. Het leven van een vorst gaat trouwens niet altijd over rozen. Anarchisten plegen regelmatig aanslagen op gekroonde staatshoofden en hun familieleden. In 1900 wordt koning Umberto I van ItaliŽ vermoord.
Onder de arbeidersbevolking bestaat veel armoede. Vandaar de opmars van het socialisme, zeker in de meer geÔndustrialiseerde landen. Mede door die armoede raken ook grote bevolkingsgroepen van de kerk vervreemd. Overigens nemen de kerken in het begin van deze eeuw in alle Europese landen nog een belangrijke plaats in, ook in het openbare leven. Het is normaal om tot een kerk te behoren. Alleen in Frankrijk, het land van de Franse Revolutie, geven anticlericale groepen de toon aan.
Nederland telt aan het begin van deze eeuw 5 miljoen inwoners. Een kwart van hen woont in eenkamerwoningen. In Rotterdam en Groningen is dat zelfs meer dan de helft. In Drente bijna driekwart. Daar is de plaggenhut nog lang niet onbewoonbaar verklaard.
Afwisselend zijn liberale en confessionele partijen aan het bewind. De socialisten voeren tegen beide oppositie. De confessionelen streven vooral naar financiŽle gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. De socialisten maken zich sterk voor algemeen kiesrecht. Daarnaast bepleiten zij socialisatie van de productiemiddelen.

Boerenoorlog

Ford


Wright

Krupp

Aceh-oorlog

Krotwoningen

Vredespaleis