Weerwoord: Reformatorische knieval voor Rome?

„Protestanten zagen de Gregoriaanse kalender als uitvinding van de duivel.”

Voor orthodoxe christenen is het vandaag zaterdag 31 december 2017. Zij volgen de juliaanse kalender. Deze werd ooit ontworpen onder Julius Caesar en loopt tegenwoordig dertien dagen achter op het zonnejaar. Paus Gregorius XIII kwam in 1582 met de kalender zoals we die vandaag kennen. Hij liet het nieuwe jaar beginnen op 1 januari in plaats van in maart. De meeste christenen aanvaarden dat zonder nadenken. Ook reformatorische kerken beleggen speciale diensten op oudejaarsavond. Is dat een knieval voor Rome en de paus van de contrareformatie?

JA

Gregorius was bij uitstek de paus van de contrareformatie. Toen hij in 1572 zijn ambt aanvaarde, beloofde hij trouw de besluiten van het Concilie van Trente uit te voeren. Dat betekende zowel kerkhervorming als bestrijding van het protestantisme. De beruchte index van verboden boeken stamt ook uit zijn tijd. Nog maar enkele maanden paus, hief hij het ”Heer God, U loven wij” (Te Deum) aan als reactie op de verraderlijke massamoord op protestanten in Parijs.

Deze man besloot in 1582 de kalender te veranderen. ”Inter gravissimas” (Met grote ernst) heette de pauselijke wet. En dat was het hem. De jezuïetenorde hielp bij het ontwerp. Op donderdag 4 oktober 1582 volgde vrijdag 15 oktober. Op die manier liep de kalender weer gelijk met de zon.

Het nieuwe jaar moest voortaan op 1 januari beginnen. Dat was toen allesbehalve normaal, want in veel landen was het annunciatiejaar regel. Dat verwijst naar de aankondiging van Christus’ geboorte door de engel Gabriël (Lukas 1:26-56), ofwel de incarnatie van de Heere. God werd mens en kerstfeest, negen maanden later, was daarvan het onvermijdelijk gevolg. Christenen hebben dit vanaf de vroegste tijden zo gezien. De kerkvader Irenaeus schreef dat de tijd van de ontvangenis van Jezus rond 25 maart samenviel met de tijd van zijn uiteindelijke lijden. Dat het kerstfeest in december gevierd wordt, is vooral hierdoor geïnspireerd en niet door Romeinse saturnalia of sprookjes over midwinterfeesten.

De volledige versie van ”In het jaar onzes Heeren” heeft de toevoeging ”ab incarnatione” (sinds de incarnatie). De vleeswording van Christus was het ijk- en middelpunt van de westerse tijdrekening. Vandaar dat de ”annunciatie aan de gezegende maagd” in grote delen van West-Europa het begin van het jaar markeerde. Hoewel rond 1700 bijna alle protestantse gewesten het opgaven (Drenthe als laatste in 1701), verzette Engeland zich tot 1752. Pas in september in dat jaar ging Groot-Brittannië schoorvoetend over tot de gregoriaanse tijdrekening.

Minder bekend is dat aanvankelijk het nieuwe jaar alleen voor zakelijke doelen op 1 januari begon. Voor kerkelijke en staatkundige doeleinden bleef het jaar beginnen op „25 Maart Oude Stijl, zynde den 5 April Nieuwe Styl”, zoals het handboek van de Amsterdamse handelsbelangen uit 1763 meldt. In Engeland begint het belastingjaar daarom ook tegenwoordig nog op 6 april (25 maart oude stijl tijdens vaststelling).

Protestanten zagen de gregoriaanse kalender als vinding van de duivel. Waarschuwde Daniël (7:25) niet dat de antichrist de tijden zou veranderen? Met de begindatum van het jaar op 1 januari maakte de paus duidelijk dat hij het Romeinse systeem van de heidense pontifex maximus (”opperpriester” was immers de keizertitel) verkoos boven de katholieke tijdsbeschouwing van de westerse kerk. Dat bij de aanvaarding door protestantse landen het handelsbelang vooropstond (Holland en Zeeland gingen al in december 1582 overstag) versterkt de antichristelijke associaties (Openb. 13:16-17).

NEE

Hoewel de annunciatiestijl-kalender in de middeleeuwen algemeen was, koos de Byzantijnse kerk al vroeg voor een begin van het jaar op 1 september. Hoewel de juliaanse kalender soms in september begon (als geboortemaand van keizer Augustus), was dat niet de reden. Volgens de kerk had de schepping van de wereld plaats op 1 september, ongeveer 5500 jaar voor Christus. In 537 besloot de christelijke keizer Justinianus dat alle staatsdocumenten voortaan ”anno mundi”, in het jaar van de wereld, gedateerd moesten worden. Het liturgisch jaar van alle oosterse en westerse kerken begint daarom nog steeds op 1 september, om te vieren dat God als schepper aan het begin van alle dingen staat.

DUS

De manier waarop we met tijd omgaan, is niet neutraal. Wat is er mooier dan onze jaren te laten wentelen rond God als de schepper en verlosser van deze wereld? We zijn niet van onszelf, maar geschapen met een doel: anno mundi. We zijn niet van onszelf, maar Hij heeft ons gekocht: anno Domini. Op weg naar de herschepping, ook in het jaar onzes Heeren 2018.

>>rd.nl/weerwoord