Cheider en inspectie haaks op elkaar

Leerling van het Cheider, de orthodox-Joodse school in Amsterdam.  beeld Sjaak Verboom

Ook al ontkennen minister Slob en de onderwijsinspectie, verschillende ouders van meerdere leerlingen verklaren dat inspecteurs wel degelijk intieme vragen hebben gesteld op de orthodox-Joodse school het Cheider. Bijvoorbeeld over lichaamsdelen van jongens. „U liegt.”

Een onaangekondigd bezoek van de onderwijsinspectie op 12 december aan het Cheider in Amsterdam-Buitenveldert heeft tot grote onrust geleid. Ouders twijfelen aan de intenties van de inspectie tijdens een themabezoek burgerschap, waaronder lessen seksuele diversiteit.

Boos maken ouders zich over intieme vragen die vier inspecteurs tijdens klassikale gesprekken, zonder toestemming, aan hun kinderen hebben gesteld, nadat leerkrachten was gevraagd het lokaal te verlaten.

Inspecteurs zouden –volgens een intern verslag van het Cheider– de leerlingen onder andere hebben gevraagd hoe zij aankijken tegen de kledingregels op school, of ze verkering hebben en of ze een mannelijk geslachtsorgaan konden tekenen.

De inspectie zegt „lopende het onderzoek” niet te kunnen ingaan op de kritiek, maar ontkent intieme vragen te hebben gesteld. „Een leugen”, riep Harry de Vries, vader van een 9-jarige leerling, medio januari tijdens een gesprek van de inspectie met ouders in het kader van het onderzoek burgerschap. Tijdens het gesprek van vier inspecteurs met tien vaders en zes moeders beklaagden ouders zich over de inspectieaanpak.

Schoolinspectie-hoofdillustratieRGBWoede over overhoring seksuele voorlichting

De inspectie legt de kritiek naast zich neer, verklaarde onderwijsminister Slob (CU) recent op Kamervragen van CDA, CU en SGP, naar aanleiding van artikelen in het Reformatorisch Dagblad. De bewindsman ontkent dat inspecteurs intieme vragen hebben gesteld.

Over de schreef

Ronith en Harry de Vries, ouders van een Cheiderleerling uit groep 6, hebben een klacht bij de Kinderombudsman ingediend over de inspectie. De intieme vraagstelling is „ver en ver over de schreef” gegaan, schrijven de ouders.

De Vries is direct na het inspectiebezoek naar school gegaan om met zijn dochter te spreken. In de klacht aan de Kinderombudsman somt ze de volgens haar gestelde vragen op: „Waarom hebben jullie van die lange rokken? Heeft één van jullie al verkering? Weten jullie dat je borsten krijgt?” Verder zijn de meisjes volgens haar bevraagd op geslachtsorganen van jongens.

„Bij de laatste vraag heeft mijn dochter, zo assertief als ze is, het lokaal verlaten”, zegt De Vries. „Dat was de druppel die de emmer deed overlopen.” Haar dochter vult aan: „Het was niet leuk meer. Ik vond het te ver gaan.”

De ervaringen van deze leerling zijn ook vastgelegd in een intern verslag van een lerares die Joodse bijles gaf, maar niet is verbonden aan het Cheider. De lerares, recent via Israël vertrokken naar de VS, is ondanks herhaalde verzoeken niet te bereiken.

Cheider-ouders van meerdere leerlingen bevestigen dat intieme vragen zijn gesteld. „De inspecteurs hebben gevraagd of de leerlingen lichaamsdelen van jongens kennen. Ook geslachtsdelen”, verklaart een moeder van een 9- en 10-jarige dochter in dezelfde klas. „Het voelde voor hen heel onprettig, erg ongemakkelijk.” In klas 1 bij haar 12-jarige dochter is gevraagd of de leerlingen les krijgen over relaties „tussen mannen en mannen en vrouwen en vrouwen”, zegt de moeder uit Amsterdam-Buitenveldert, die niet met haar naam in de krant wil.

Klacht

Bij de Kinderombudsman zouden zeker twee klachten zijn ingediend over de inspectie. Woordvoerder Aafke Plug kan dit niet bevestigen „in verband met privacy.” De vraag is of Cheider-ouders bij de Kinderombudsman aan het juiste adres zijn. „Mensen moeten een klacht eerst indienen bij de instantie waarover de klacht gaat.” Komen zij er niet uit, dan komt de Kinderombudsman in beeld. Een eventuele uitspraak is juridisch niet bindend. „Er wordt wel veel gewicht aan toegekend”, zegt de organisatie zelf.

ANP-356303013Bijzonder onderwijs furieus over intieme vragen bij inspectiebezoek

Ouders en bestuursleden van het Cheider kunnen niet met 100 procent zekerheid de exacte formulering van de inspectievragen vaststellen. „Ik ben er niet bij geweest”, zegt bestuursvoorzitter mr. Herman Loonstein. De enige aanwezige volwassenen zijn de inspecteurs. Zij ontkennen en zeggen geen mededelingen te kunnen doen over de vertrouwelijke gesprekken.

Belastend

Het is daarmee het woord van de inspecteurs tegenover dat van de kinderen. Vóór de authenticiteit van het verslag van de Joodse bijleslerares, dat in bezit is van deze krant, pleit dat daarin ook het antwoord wordt vermeld op de vraag of de leerlingen zich bedreigd voelen: „Ze voelen zich bedreigd door een docente die niet geschikt is voor haar vak, en ze heeft het ook niet echt geleerd, en ze knijpt, slaat en zegt leugenares.”

Deze passage is belastend voor het Cheider, zeker gezien de herstelopdracht van de inspectie die de Joodse onderwijsinstelling heeft om de sociale veiligheid te verbeteren. Het onderzoek op de Amsterdamse school komt ook niet uit de lucht vallen; de inspectie dringt al een aantal jaren aan op verbeteringen op het Cheider. De school ligt na moeizame trajecten onder een vergrootglas. Per 1 december is een sanctietraject gestart voor het niet-naleven van een herstelopdracht. De inspectie kan daarmee financiering (deels) opschorten en uiteindelijk zelfs volledig inhouden.

Ronith de Vries twijfelt niet aan de juistheid van de verklaringen van haar dochter over de persoonlijke, intieme vragen. „Kinderen verzinnen dat niet. Mijn dochter kon de suggestieve vraagstelling heel goed reproduceren.” Bovendien hebben ouders „van diverse kinderen afzonderlijk” de bevestiging gekregen dat „deze uitlatingen daadwerkelijk” zijn gedaan, schrijft ze in de klacht aan de Kinderombudsman.

Ook de moeder uit Buitenveldert ziet geen reden de bevindingen van haar twee dochters in twijfel te trekken. „Dit is geen verzonnen verhaal. Beide dochters hebben in dezelfde groep, uit hetzelfde gesprek, dezelfde ervaringen.” Haar 9-jarige dochter kwam „overstuur” thuis.

De Vries wijst erop dat de leerlingen „niet sensatiebelust” zijn en „geen belang” hebben bij een onjuiste voorstelling van zaken. „Je kunt er in dit geval van uitgaan dat kinderen de waarheid tegen hun ouders vertellen”, zegt ze. „Ik hecht meer waarde aan het verhaal van de meisjes dan van de inspecteurs die zich verschuilen achter hun geheimhouding.”

Ook Avi Cohen Stuart uit Amersfoort, vader van twee Cheiderleerlingen (12 en 18 jaar), twijfelt niet aan het verslag van de lerares. Zij heeft „naar eer en geweten” de bevindingen van de leerling opgetekend, zegt de ict’er, baard, kepeltje en gebedskwasten aan zijn kleding.

Heeft de onderwijsinspectie voldoende rekening gehouden met de context van de Joodse school, vraagt hij zich hardop af. „Het wereldbeeld van de inspecteurs en het Joodse wereldbeeld verschillen fundamenteel. Inspecteurs stellen vanuit hun context vragen aan leerlingen die deze onvoorbereid en vanuit een andere context interpreteren en beantwoorden aan inspecteurs.”

Hij noemt een voorbeeld. De vraag of de Joodse kinderen moslims haten. „Je hoeft maar één leerling te hebben met familie in Israël die vrijwel dagelijks te maken krijgt met Palestijnse terreur om een positief antwoord te krijgen, zónder dat zo’n leerling de context van de vraag begrijpt.”

Wereld te klein

De Cheider-ouder laakt vragen naar kledingvoorschriften. „Als een inspecteur van reformatorischen huize op een seculiere school gaat vragen waarom ze daar geen rokjes dragen, dan is de wereld te klein. Zó gek vinden we die vraag. Andersom geldt voor het Cheider hetzelfde.”

Cohen Stuart vraagt zich af of de inspectie jonge kinderen zomaar onaangekondigd intieme vragen mag stellen. „Bij een politieverhoor van minderjarigen moet er altijd een ouder of voogd aanwezig zijn.” Hij wijst op de „grote zorgvuldigheid” die de jeugdzorg in acht neemt bij jongeren.

De intieme vragen zijn niet in alle Cheidergroepen gesteld. De 11-jarige Evyatar Tabib zegt dat de inspecteurs aan zijn groep, de jongensklas 7/8, geen vragen over „privé-lichaamsdelen” stelden. Wel kwamen vragen aan de orde over het feit dat jongens en meisjes gescheiden les krijgen. Evyatar vond die „een beetje vervelend.” Hij vertelde zijn ervaringen aan het eind van de dag aan zijn moeder, Orith Tabib.

Onaangekondigde inspectiebezoeken voelen onveilig voor kinderen, zegt Ronith de Vries. „Een overval, een razzia. Zo hoort een overheid niet met burgers om te gaan.”

Het steekt De Vries dat de inspectie sowieso vraagtekens zet bij burgerschap van de Joodse school. „Joden maken sinds pakweg 1700 deel uit van de Nederlandse samenleving. Hoeveel Joodse mensen komen in aanraking met Justitie, hoeveel homo’s slaan zij in elkaar, hoeveel overvallen plegen zij of maken zich schuldig aan seksueel overschrijdend gedrag”, zo vroeg ze tijdens het gesprek met de inspecteurs. Ze wijst wel eerlijk naar de Cheiderleraar die in 2012 ontucht pleegde met een leerling.

Een „kantelpunt” is dat de overheid zich in haar optiek tijdens het themabezoek schuldig maakt aan antisemitisme. „Het is kwalijk als Joden vanuit de samenleving te maken krijgen met haat, maar het is heel ernstig als de overheid zich hieraan schuldig maakt.”

De Vries zegt niet te snappen dat minister Slob dit „circus” niet kan terugfluiten. „Het Cheider ondervindt de negatieve gevolgen van de fouten van islamitische lesmethodes over seksualiteit. Islamitisch, joods en gereformeerd onderwijs worden daarbij op één hoop geveegd.”

Bestuursvoorzitter Loonstein laakt de antwoorden van Slob op Kamervragen als zou de inspectie geen klachten hebben gekregen. „Dit riekt naar misleiding. Ouders hebben zich wel degelijk mondeling beklaagd bij de inspectie. De minister had dat op z’n minst moeten melden.”

Scholen moeten zich houden aan de wet. Oók het Cheider, toch? „Natuurlijk”, zegt Ronith de Vries. „Daar houden wij aan vast.” De Vries en Cohen Stuart zijn echter van mening dat de manier waarop burgerschap (kerndoel 38) aangeboden moet worden in lesprogramma’s niet vastgelegd kan zijn in strakke wettelijke regels, maar aangeven wordt door richtlijnen. „Scholen staan volledig in hun recht om dit onderwerp aan te bieden op een wijze die past bij de signatuur van de school, rekening houdend met de achtergrond van de leerling.”

Dankzij de vrijheid van onderwijs en vrijheid van godsdienst zou het Cheider volgens hen een eigen koers mogen varen bij bijvoorbeeld lessen seksuele diversiteit. „Dat is juist één van de redenen waarom ouders voor deze school kiezen.”

Eind vorig jaar dreigde minister Slob het Cheider te korten in de onderwijsbijdrage als de orthodox-Joodse school niet inzichtelijk maakt hoe invulling wordt gegeven aan lessen seksuele diversiteit. Kritiekpunt is dat kerndoelen worden gedoceerd door docenten in Joodse vakken, vanuit de identiteit van de school.

Verarming

Er staat veel op het spel. Behalve kortingen op de onderwijsfinanciering kan de overheid uiteindelijk zelfs overgaan tot sluiting van het Cheider. „Het gaat niet goed in Nederland”, zegt De Vries bezorgd. „Sluiting betekent het eind van het orthodox-Joodse leven in Nederland, een verarming in de diversiteit van de Nederlandse samenleving”, stelt Cohen Stuart. „Idioot.”

De Vries en Cohen Stuart laten er geen misverstand over bestaan. „Als deze school dicht moet, gaat dit unieke stukje diversiteit in dit land verloren en emigreer ik zo snel mogelijk.”