Vlinders in het regenwoud? Dat is genieten

Verschillende witjes en een page komen mineraalwater drinken bij een waterval in een bergwoud. beeld Kees van Reenen
8

Door het schemerige oerwoud voert een paadje omhoog naar een waterval. Alles is groen, behalve iets geels, dat over het pad vliegt. Het blijkt een vlinder! Welkom in een van de meest fascinerende fladderoorden ter wereld.

Nagenoeg loodrecht staat de zon aan de tropische hemel. In de kampong begint de dag heet te worden. De vogels, die zich tijdens de eerste uren van de dag volop lieten horen, beginnen zich koest te houden. Te warm.

Alleen zwaluwen, reptielen en insecten trekken zich daar niets van aan. Vrolijk fladderen gele en witte vlinders langs de smalle asfaltwegen, op zoek naar bloemen, of misschien zomaar wat rondfladderend.

Vrijwel iedereen houdt van vlinders, vooral van dagvlinders. De meeste daarvan zijn kleurig, fladderen vrolijk en doen geen vlieg kwaad; vlinders zijn juist nuttig: ze bestuiven bloemen!.

Steeds minder

Jammer dat er steeds minder zijn. Volgens een schatting vlogen er ruim een halve eeuw geleden bijna honderd (!) keer zo veel vlinders rond in Nederland. Dat komt deels doordat er bijna geen bloemen meer te vinden zijn op het platteland.

Ook in de tropen hebben veel vlindersoorten het moeilijk. De reden is hier dat er steeds meer regenwoud gekapt wordt om plaats te maken voor soja-akkers en palmolieplantages.

Maar in en rond een kampong in Zuidoost-Azië, een Indonesisch of Maleisisch dorpje met veel bomen en struiken, is doorgaans nog wel een rijkdom aan vlindersoorten te vinden. Wie er een weekje heeft doorgebracht en denkt alle vlindersoorten nu wel gezien te hebben, die vergist zich.

Op een mangoblad lijkt een dood blaadje te zitten. Onverwacht slaat het ‘blaadje’ zijn vleugels uit: het blijkt een prachtige blauw-met-oranje vlinder. Het dier fladdert een paar meter verder, strijkt weer neer, slaat de vleugels een paar keer dicht én weer open en ten slotte opnieuw dicht, waarna alleen nog de bruine onderkant zichtbaar is.

Een zwart-wit vlindertje vertoont hetzelfde gedrag, evenals een schijnbaar witte vlinder waarvan de vleugels een prachtige zwarte tekening vertonen, met zelfs een hoekje geel.

Familie

En is dat niet een koninginnepage, de grootste vlinder van Nederland? Het duurt lang voordat de vlinder gaat zitten om zich goed te laten bekijken, maar uitendelijk, verscholen achter een kokospalm, lukt het me toch. Het blijkt een limoenvlinder, inderdaad familie van de koninginnepage.

En wat is dat daar in die boom? Aan een blad hangt iets groots en zwarts: twee parende pages, familieleden van de limoenvlinder.

De allergrootste en allerkleinste dagvlinders vind je echter in het oerwoud. In de stad leven wel heel kleine blauwtjes en op het platteland grote pages, maar voor de kleine dikkopjes moet je in het regenwoud zijn, evenals voor de grootste verzameling grote schoonheden.

Vogels en zoogdieren zijn in de rimboe erg moeilijk te zien, maar vlinders maken een oerwoudtocht alsnog tot een feest. Vooral als je weet dat mannetjesvlinders geregeld naar de grond komen om water en mineralen op te nemen, valt er op sommige plekken veel te genieten – in de buurt van water bij voorbeeld.

Waterval

Het geruis van de waterval klinkt nu welhaast oorverdovend. Spatwater heeft langs de oever van de snelle stroom een stukje grond vrijgemaakt van plantengroei. En juist hier zijn minstens tien schitterende fladderaars naar op zoek.

Af en aan vliegen ze van de boomtoppen naar het vochtige plekje. Ik zie kleine gele vlinders, maar ook middelgrote oranje, en witte, met een zwarte rand. En grote zwart-met-lichtblauwe. En dat allemaal elkaar verdringend op twee vierkante decimeter kale grond in een hellingbos.

Een reusachtige oranjetip schiet er tussendoor en aan de overkant gebeurt ook iets. Daar heeft een zwart-witte page een vrouwtje gevonden om mee te paren. Beide vlinders zijn klaar om een nieuwe generatie te stichten.

Aflaatboom

Een vliegreis ondernemen om over de natuur te schrijven, dat wringt. Gelukkig kun je tegenwoordig je geweten ontlasten door ’aflaatboompjes’ te laten planten. Klimaatneutraal vliegen, heet dat officieel. Overigens doet niet elke vliegmaatschappij hieraan mee, dus informeer vooraf bij de maatschappij of bij het reisbureau naar de mogelijkheden. Duur is het niet: voor een retourtje Maleisië ben je hiervoor slechts 5 tot 20 euro kwijt.

Nadeel is dat je weinig of geen zicht hebt op wat er met je geld wordt gedaan, en dat er –zeker bij de goedkope optie¬– alleen koolstofdioxide (CO2) wordt gecompenseerd (voor deze reis ruim 2 ton). CO2 bepaalt volgens berekeningen slechts zo’n 40 tot 50 procent van de gehele milieubelasting.

Een betere mogelijkheid is daarom een schenking doen aan een boomplantproject. Dat kan bij voorbeeld bij Climate Stewards van de christelijke natuurbeschermingsorganisatie A Rocha (www.climatestewards.nl). Wie hiervoor kiest die kan vliegreizen blijven maken, rustig vlees eten en doorgaan met auto rijden…