Het blijft schipperen met de vos

beeld iStock

Nesten van grutto’s, tureluurs, kieviten, watersnippen en scholeksters vormen op de grond een gemakkelijke prooi voor de vos. Liefhebbers van weidevogels, kippenhouders en natuurbeheerders bestrijden de vos op hun eigen manier. Weinig dieren roepen zo veel emotie op, maar de vos blijft.

Toen eerder dit jaar duidelijk was dat een paartje steppekiekendieven, roofvogels die normaal in Centraal-Azië broeden, zijn eieren had uitgebroed in een veld met wintergerst in Groningen, plaatste de Werkgroep Grauwe Kiekendief een hek om vossen en steenmarters op afstand te houden. Inmiddels zijn er vier jongen uitgevlogen en is dit uitzonderlijke geval wereldkundig gemaakt.

Ook Staatsbosbeheer heeft afgelopen voorjaar met succes 14 tot 15 hectare in de Zwagermieden in Friesland afgerasterd met zes stroomdraden om vossen weg te houden bij broedende weidevogels. Boswachter Gjerryt Hoekstra is meer dan tevreden. „Het is niet het ei van Columbus, maar het helpt wel.”

De ruim 1800 meter afrastering was aan de slootkant geplaatst in het hart van het broedgebied. Vossen, die niet van water houden, zouden zich wel twee keer bedenken voordat ze toch proberen binnen te glippen. Het resultaat mag er zijn: maar liefst 19 paartjes grutto’s, 23 paartjes kieviten en 4 paartjes scholeksters hadden laat in het seizoen nog jongen, net als een aantal kluten en tureluurs. „Daar was andere jaren rond die tijd al geen sprake meer van”, vertelt Hoekstra.

Staatsbosbeheer noemt de resultaten „veelbelovend”, maar er kunnen niet overal hekken worden neergezet, ook al zijn ze tijdelijk. Ze zijn duur in aanschaf, plaatsing en onderhoud. „Vossen hebben het zo door als er geen stroom meer op staat.”

Schieten

Voordat Hoekstra er de tijdelijke afrastering neerzette, zijn er tussen 1 december en 15 maart vijf of zes vossen afgeschoten in het gebied. Staatsbosbeheer en ook Natuurmonumenten laten dat met tegenzin doen. De vos is onderdeel van de natuur, predatie hoort erbij en een gezonde populatie vogels kan dat hebben, zo luidt de redenering. Maar bij de zeldzame lepelaar, het uitgezette korhoen en de bedreigde grutto nemen de grote terreinbeheerders geen halve maatregelen. „Zeker als het gaat om vossen die zich specialiseren in het eten van eieren en kuikens”, aldus Peter Voorn, ecoloog bij van Natuurmonumenten.

Vossen laten afschieten kan, maar wel op voorwaarde dat het maaibeheer goed is en het waterpeil hoog. „Daar begint het mee”, aldus Imke Boerma van Staatsbosbeheer. Vossen worden onder meer bejaagd in de Friese gemeente Opsterland (Staatsbosbeheer), de Eempolder bij Soest (Natuurmonumenten) en in Arkemheenpolder tussen Nijkerk en Bunschoten, waar de twee organisaties samen optrekken.

Slimme opportunist

Weidevogels zitten op veel plaatsen in het land in de verdrukking, en een vos kan flink huishouden in een kolonie kieviten of grutto’s. „De populaties zijn zo klein, je kunt moeilijk wachten tot de waterstanden overal zijn verhoogd en de intensieve landbouw is omgeturnd”, stelt Jeroen Koorevaar, voorzitter van de Wildbeheereenheid Delfland. Een visie die hij deelt met de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. „Als je de vos zijn gang laat gaan, zijn er tegen die tijd geen weidevogels meer.”

De Natuur- en Milieufederatie in Zuid-Holland daarentegen heeft grote moeite met de jacht. Ze maakte vorig jaar bezwaar tegen ontheffing van de provincie om de vos in Delfland te bestrijden. „Wij zijn niet principieel tegen, het is voor ons wel het allerlaatste middel”, aldus adjunct-directeur Susanne Kuijpers, die rekening houdt met haar achterban, waarvan een deel jacht op de vos categorisch afwijst.

Koorevaar stelt dat er al wel plas-drasgebieden waren om te foerageren, net als afspraken met boeren over laat maaien en mozaïekbeheer, zodat vogels altijd ergens konden schuilen. „Toch was er weer een vos die in een paar nachten de polder leegat. Het gaat niet om die paar eieren die hij in een nacht opeet, maar ook om de voorraad die hij aanlegt. Vossen, die de rest van het jaar vooral leven van muizen, zijn slimme opportunisten. Ze pakken wat ze kunnen. Daarom zijn ze zo succesvol.” Hij benadrukt net als veel andere jagers allerminst een hekel te hebben aan vossen. „Ik vind ze fantastisch.”

„Vossen hebben Delfland gekoloniseerd via een recreatieterrein in de buurt en de populatie is er stabiel. Al een jaar of tien worden er steeds zo’n tachtig geschoten. Na invoering van de Flora- en Faunawet in 2002 is de vos een paar jaar niet bejaagd. Toen heeft hij zich enorm vermenigvuldigd”, aldus Koorevaar, in het dagelijks leven ecoloog en partner van adviesbureau E.C.O. Logisch in Nieuwerkerk aan den IJssel. „Enkele tientallen jaren geleden waren er in Delfland geen vossen, evenmin als in de duinen, waar ze de meeuwen hebben verjaagd die nu bijvoorbeeld in Leiden voor veel overlast zorgen.”

Vooral de nachtelijke jacht met lichtbakken wekt weerstand. „Onnodige verstoring van de rust door lawaai en licht”, zegt Kuijpers. Zij vreest bovendien dat een aangeschoten vos in het duister niet wordt teruggevonden en eindeloos lijdt. Vangkooien zijn nauwelijks een alternatief. Koorevaar: „Ervaren oude vossen laten zich niet een kooi in lokken. Bovendien kan niet iedereen ermee werken.”

Territorium

Imke Boerma van Staatsbosbeheer kent de voorbeelden waar het ondanks alle inspanningen mis is gegaan met het weidevogelbeheer en begrijpt de frustraties die dat met zich meebrengt. „Het blijft zoeken naar de balans.” De terughoudendheid bij de jacht op de vos is gebaseerd op de wetenschap dat het dier er een territorium op na houdt dat onmiddellijk door een ander wordt overgenomen als er een verdwijnt. Als er veel jonge mannetjes, rekels, rondzwerven, neemt zo’n dier het leefgebied van een geschoten vos soms dezelfde dag nog over. Afhankelijk van het voedselaanbod kan een territorium in de stad 10 hectare meten, tot wel 200 in de polder. Jonge rekels worden in het najaar door hun vader verjaagd. Ze zijn nergens welkom en dat leidt tot gevechten waarbij de hongerige en verzwakte jonge beesten vaak het loodje leggen. Vossen van een jaar of zes leggen het op hun beurt af tegen de nieuwe generatie.

Om die reden zet vossenjacht in het najaar geen zoden aan de dijk. Een zwerver die wordt gedood laat geen gat na in de populatie, en als een vos met een territorium wegvalt, neemt een zwerver razendsnel zijn plaats in. Pas na de winter, die het vossenbestand vanzelf vermindert, betekent een gedode vos ook werkelijk een vos minder. Daar zit de winst voor de weidevogels: die worden een poos met rust gelaten en kunnen dan broeden en hun jongen grootbrengen.

Van november tot maart is de vossenjacht het effectiefst. Vanaf maart wordt ook de kans groter dat een vrouwtje jongen heeft, die verkommeren als zij wordt geschoten. Dat wil niemand.

De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging is blij dat de grote terreinbeheerders tegenwoordig melden dat ook zij vossen laten bestrijden. Zij vinden dat hun te lang de zwartepiet is toegespeeld, terwijl ook jagers plezier hebben in de vos, en oog voor de rol die hij in de natuur vervult. Koorevaar: „Jagers zijn altijd actief op het raakvlak van verschillende belangen. Dat geldt voor grofwild en de verkeersveiligheid, voor ganzen en schade in de landbouw, en zo is het ook met de vos. Het blijft altijd schipperen.”

Verspreiding

Sinds de jaren zestig heeft de vos zich vanaf de hoge zandgronden in het zuiden en oosten over het hele land verspreid. Hun aantal is stabiel, zegt bioloog Jaap Mulder, die zich al 35 jaar met de vos bezighoudt. Tot de jaren zestig was naast de jacht ook het gebruik van gif en klemmen toegestaan. De vos profiteert van de aanleg van bosschages en recreatiegebied om zich te verschuilen. Hij zit aan de top van de voedselpiramide en zijn aantal wordt gereguleerd op basis van voedsel, territorialiteit en agressie.

De vos is slim en past zich snel aan, zowel in de stad als in bos en polder. Hij eet aangereden dieren en afval. En hij weet dat er bij een snackbar wat te halen valt. Hij is daarom niet afhankelijk van het voedselaanbod in de natuur.

De Waddeneilanden heeft de vos niet weten te bereiken, al zijn er wel af en toe exemplaren gevonden. Volgens de Zoogdiervereniging ging het om overgebrachte dieren die zijn gedood om de weidevogels te ontzien.

Wereldbeeld

Als het om vossen gaat botsen wereldbeelden, zo lijkt het. In de Arkemheenpolder bij Nijkerk zijn niet alleen Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer afzonderlijk actief, maar ook gezamenlijk. Ook de boeren en de jagers hebben zich verenigd. Daarnaast zijn er groepen die zich bekommeren over het lot van de vogels in het algemeen of van weidevogels in het bijzonder.

Hierdoor heerst er in de polder, die in stukken is verdeeld met een wisselend waterpeil, geen eenduidig regime met betrekking tot de vos. Op de ene plaats wordt de diersoort bijna het hele jaar bejaagd, terwijl dat elders maar ten dele of helemaal niet gebeurt.

De discussie tussen de organisaties, die het allerminst eens zijn, verloopt moeizaam. De een meldt vooruitgang bij de weidevogels, de ander het tegendeel. De een klaagt over beperkingen om de vos te bejagen omdat die zich door de hele polder beweegt. De ander ziet die noodzaak niet. „Er zijn vele meningen, afhankelijk van het gezichtspunt”, vat Jos Korner, secretaris van de wildbeheereenheid, samen.

Belager van weidevogels

Weidevogels broeden op de grond en dat maakt ze kwetsbaar. Niet alleen de vos weet een vogel te waarderen of diens eieren of kuikens. Ook reigers, kraaien, kauwen, eksters, mantelmeeuwen, ooievaars en tal van roofvogels weten er raad mee. Verder zijn er nog de steenmarter, die het net als de ooievaar steeds beter doet, de hermelijn, de bunzing en de wezel. Maar ook een egel, zelf een prooi voor de vos, laat een nestje niet ongemoeid. Weidevogels wijken ook uit voor grote groepen ganzen.