Kroniek van Hitlers totale oorlog tegen de Joden

2

”Endlösung” is een zwaar boek. Niet eens zozeer omdat het 1056 pagina’s telt, ook niet omdat het ontoegankelijk geschreven zou zijn, maar vanwege de inhoud. Het vertelt hoe vanaf de machtsovername door de nazi’s in Duitsland in 1933 het anti-Joodse beleid zich ontwikkelde en uiteindelijk resulteerde in de massamoord op 6 miljoen Joden.

Pagina na pagina wordt het lijden van Joden gedocumenteerd, sober en terughoudend verteld, vaak aan de hand van goed geselecteerde passages uit dagboeken, brieven en documenten uit de periode zelf. Regelmatig vliegen de beschreven gewelddaden de lezer naar de keel.

Dit is een zwaar boek, maar ook een noodzakelijk boek. De Holocaust is voor veel mensen tot een negenletterwoord geworden, een gebeurtenis uit het verleden. De afstand tot 1940-1945 is in onze samenleving toegenomen en hier en daar overheerst het sentiment dat het maar eens afgelopen moet zijn met de voortdurende aandacht hiervoor. Als dit boek iets duidelijk maakt, dan is het wel dat Europa nog lang niet klaar is met dit zwarte dieptepunt van de twintigste eeuw en van de westerse cultuur.

David Cesarani, de begaafde Britse historicus en auteur die in 2015 op 58-jarige leeftijd, vlak voor het verschijnen van dit boek, overleed, noemt nog een belangrijke reden. Door romans en films overheerst in de samenleving tegenwoordig een standaardvisie waarbij de genocide op de Joden samengebald is in het woord Auschwitz, dat staat voor de strak georganiseerde industriële vernietiging van de Joden. Deze visie is te vinden in schoolboeken en bij herdenkingsplechtigheden en heeft geleid tot een voorspelbaar verhaal, dat Cesarani ”De Holocaust” noemt. Hierdoor, zo betoogt hij, blijft uit beeld dat 5 miljoen Joden níét in Auschwitz vermoord werden, maar in hun eigen huizen en regio’s, in getto’s, werk-, concentratie- en andere vernietigingskampen.

In een poging om te laten zien dat de genocide veelomvattender was dan veelal wordt gedacht, wil Cesarani zelfs radicaal afscheid nemen van de naoorlogse term ”Holocaust” en die vervangen door ”Endlösung”: de ”eindoplossing van het Joodse probleem”. Dat is de term die de nazi’s zelf hanteerden en het gebruik daarvan geeft de mogelijkheid om dichter bij hun bedoelingen en praktijken te komen.

”Mein Kampf”

Hoe heeft die ontzettende massamoord op de Europese Joden ooit plaats kunnen vinden? Die vraag is vanaf de jaren 70 inzet van een groot debat tussen twee groepen historici. De intentionalisten zijn van mening dat vanaf Hitlers ”Mein Kampf” (1925) de blauwdruk voor de Holocaust op tafel lag, dat het antisemitisme de dragende gedachte was achter het beleid van de nazi’s en dat stap voor stap met gebruikmaking van de bureaucratie en industriële technologie toegewerkt werd naar de uiteindelijke massamoord.

De functionalisten daarentegen, beschouwen de ”Judenpolitik” als slechts een van de vele doelen van de nazi’s, waarbij de uitwerking gestempeld werd door toevalligheden en de verschillende nationaalsocialistische diensten allemaal met andere ‘oplossingen’ voor het ”Joodse probleem” kwamen.

Cesarani laat duidelijk zien dat antisemitisme tot het hart van de nationaalsocialistische ideologie behoorde, maar desalniettemin positioneert hij zich ferm in het tweede kamp. Met terugwerkende kracht kan het lijken alsof de Holocaust zorgvuldig gepland was, maar in werkelijkheid verliep de ”eindoplossing” niet systematisch en consistent volgens een van tevoren opgezet plan. De uiteindelijke ”Endlösung” was de uitkomst van een lang en grillig proces, vol onzekerheden en toevalligheden.

Cesarani legt grote nadruk op de hoge mate van improvisatie en chaos die zich bij vrijwel alle fases van de ”Judenpolitik” manifesteerde: van de verwarrende boycot van Joodse bedrijven in 1933 tot de slechte planning bij de bouw van vernietigingskampen. Wat de ”Endlösung” precies inhield, verschoof in de loop van de tijd: in de jaren 1930 was dat vooral gedwongen emigratie van Joden naar het buitenland, in 1939-1941 was het de gedwongen verplaatsing van Joden naar of over de uiterste randen van het Duitse Rijk (het oosten van Polen of zelfs Siberië) en pas vanaf 1941 hield het de stelselmatige vernietiging van alle Europese Joden in.

Oorlogsindustrie

Het belangrijkste inzicht van Cesarani is dat de genocide op de Joden alleen begrepen kan worden vanuit het perspectief van de militaire ontwikkelingen. Hitlers oorlogsvoering dicteerde de ”Judenpolitik”: soms was er behoefte aan Joodse slaven voor de oorlogsindustrie –en was er dus enige kans op overleven–, vaak was door de oorlog sprake van voedseltekorten en zagen de nazi’s moord op de Joden als een gemakkelijke manier om het aantal te vullen monden te verkleinen. Cesarani stelt dat Hitler pas tot de definitieve ”Endlösung” –massamoord in de vernietigingskampen– besloot toen in het najaar van 1941 bleek dat de Sovjet-Unie niet snel zou bezwijken en daardoor Siberië als verbanningsoord voor Joden buiten bereik lag.

Complottheorie

Cesarani’s nadruk op de verwevenheid van het militaire verloop en Hitlers ”Judenpolitik” is een belangrijk nieuw inzicht, dat spoort met veel recent onderzoek. Met zijn stelling dat de oorlog het beleid richting Joden domineerde, gaat hij echter ten onrechte uit van een tegenstelling. Als dit boek iets laat zien, is het juist hoezeer Hitlers visie op de Joden eigenlijk al sinds het echec van de Eerste Wereldoorlog militair was: hij hing de complottheorie aan dat de Joden een geheime schaduwmacht vormden en uiteindelijk aan de touwtjes trokken in de wereld. Zij opereerden als een vijfde colonne in het Duitse Rijk, waren schuldig aan het verlies van de Eerste Wereldoorlog en bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog moest Hitler niet alleen een strijd tegen de buitenlandse, maar ook tegen de binnenlandse Joodse vijand voeren.

De Sovjetbolsjewieken en de Anglokapitalisten waren in Hitlers verwrongen visie beiden agenten van het ”internationale Jodendom”. De strijd tegen de Sovjets, Britten en Amerikanen was daarmee ten diepste verweven met de ”totale oorlog” tegen de Joden in het Duitse Rijk en de bezette gebieden. Bij de militaire plannenmakerij was de Joodse kwestie daarom steeds mede sturend.

Samenhang

In zijn gedrevenheid om de militaire dynamiek van de ”Endlösung” inzichtelijk te maken, maakt Cesarani de rol van het antisemitisme van de nazi’s geregeld kleiner dan die was. Juist die consequente anti-Joodse ideologie geeft zicht op de samenhang in het naziprogramma van 1933 tot 1945. Hij heeft gelijk dat de precieze invulling van de ”Endlösung” niet vaststond, mede werd gevormd door militaire ontwikkelingen én door „naar de Führer toewerkende” nazidiensten (Ian Kershaw), maar dát de Joden de grote vijand van Duitsland waren en daarom aangepakt moesten worden, was van meet af aan glashelder.

Een grote verdienste van Cesarani’s studie is dat hij verschillende hardnekkige mythen doorprikt. Hij laat aan de hand van de stemmingsrapportages van de nazi’s zien hoezeer het gewone Duitse volk achter de maatregelen tegen de Joden stond én dat velen ook op de hoogte waren van de gruweldaden die werden verricht. ”Wir haben es nicht gewusst” is een al te comfortabel sprookje.

Ook de groep van de ”toeschouwers” beziet Cesarani kritisch: hij toont aan hoe de Duitsers de ”Endlösung” alleen maar konden uitvoeren dankzij steun van gewone politie, collaborateurs en zich met Joods bezit verrijkende burgers in heel Europa. Hebzucht speelde steeds een belangrijke rol.

Belangrijke correctie

Ten slotte rekent het boek overtuigend af met de mythe van de Joodse passiviteit: Joden hebben daarentegen op allerlei manieren de nazi’s tegengewerkt, zijn in opstand gekomen en hebben naar uitwegen gezocht. Helaas vaak tevergeefs.

”Endlösung” is een magistraal, zwaar, maar noodzakelijk boek, dat ik in veler handen wens. Het biedt een belangrijke correctie op de standaardvisie van ”de Holocaust” en is een uitgesproken, kritische bijdrage aan het voortgaande debat over de massamoord op de Joden.

Menig lezer zal het boek geregeld geschokt wegleggen, maar wie niet weg wil kijken, zal blijven lezen. Alle 1056 pagina’s lang.

Endlösung. Het lot van de Joden 1933-1949, David Cesarani, vert. Ton Zwaan; uitg. Atlas Contact; 1056 blz.; € 44,99.