Column: Wandelen

Wandelaars
Lopen en wandelen. beeld iStock

Wat is het verschil tussen wandelen en lopen? Of is er geen verschil?

Voor veel mensen misschien een rare vraag. Hele volksstammen gebruiken de twee woorden gewoon door elkaar. Als synoniemen. Maar bij mij werkt dat niet, heb ik ontdekt. Wandelen doet me namelijk denken aan óntspanning. Je wilt je hoofd leegmaken en maakt daarom een korte of langere wandeling. In het bos, langs de rivier of over het strand.

Lopen is voor mij ínspanning. En het heeft een doel. Je loopt naar de supermarkt om nog snel wat te kopen voor de winkel sluit. Maar ik kan niet zeggen dat ik naar de supermarkt wandel voor m’n ontspanning.

Wandelen doe je voor m’n gevoel trouwens per definitie niet in een stad. Daar loop je. Van A naar B. Maar wandelen kent helemaal geen A en B. Je vertrekt van A en uiteindelijk kom je weer bij A terug. Zoiets. En of je nu langs B, C of D bent gewandeld, dat maakt niets uit. Het gaat namelijk niet om B, C of D, maar om het wandelen.

Misschien heeft het wat negatieve gevoel dat ik krijg bij het woordje lopen te maken met m’n militairediensttijd. Daar hadden we namelijk in uren dat er niets te doen was de beruchte ”vrijwillige bosloop”. Het was een volstrekt onvrijwillige bezigheid, want als je niet meedeed, kreeg je een aantekening. Die bosloop zelf was trouwens gruwelijk. Met of zonder bepakking door de bossen rennen, dekking zoeken, weer verder rennen en op een signaal van een sergeant –die nauwelijks ouder was dan z’n soldaten– weer dekking zoeken in een bij voorkeur modderige greppel.

Met lopen had dit rennen niets van doen, laat staan met wandelen. Om de boel nog verder op te leuken, moesten we vaak ook een stuk speedmarsen. Dat was het ergste van alles, want als je niet meer verder kon, moesten je collega’s je meenemen. En dat werd je, op z’n zachtst gezegd, niet bepaald in dank afgenomen als je eenmaal terug was op de kazerne.

Terug naar het wandelen. Dat is dus een ontspannende bezigheid. Of, zoals een definitie luidt: „Het reizen te voet in gematigd tempo, zich met stappen voortbewegend, waarbij de voeten om beurten worden verplaatst zodat er zich altijd één voet op de grond bevindt bij tweevoetige voortbeweging en twee of meerdere voeten bij viervoetige voortbeweging.”

Dat laatste stukje van de zin heb ik wel vijf keer gelezen. Viervoetige voortbeweging? Daar bedoelen de definitiemakers dus een dier mee. Maar ik heb nimmer een koe of hond zien wandelen. Die lopen. Toch?