Werelddag van Woord en Daad: Van hongerlijder tot arts

beeld RD, Anton Dommerholt
13

Hij leefde als kind in extreme armoede. Nu is Miftah Seid een gewaardeerd arts in Ethiopië. Het oud-sponsorkind stond zaterdag op het podium tijdens de Werelddag van Woord en Daad.

De bijeenkomst trok meer dan 1500 mensen naar de Midden Nederland Hallen in Barneveld, ruim honderd meer dan vorig jaar, toen de tweede editie gehouden werd. Het thema “’t Zal je kind maar zijn” kreeg alle aandacht, ook tijdens de opening.

Ds. C. Westerink, voorzitter van de Raad van Toezicht, refereerde in zijn openingstoespraak aan God de Vader Die Zijn Kind Jezus gaf aan “een wereld verloren in schuld. Woord en Daad weet zich geroepen om iets te laten horen en te laten zien van het “aangename jaar des Heeren” voor mensen in nood.”

Seid, die opgroeide in Ethiopië, was zo’n kind in nood. Zijn ouders overleden aan hiv. Hij was op zijn vierde jaar wees en werd opgevoed door zijn oma. Ze hadden soms zo weinig te eten dat oma zelf niet at om haar kleinkinderen toch iets te geven. Seid kwam terecht in het programma van Hope Enterprise, een partnerorganisatie van Woord en Daad, die investeerde in zijn lichamelijk en geestelijk welzijn.

Toch had Seid het daar zo moeilijk dat gedachten aan zelfmoord hem bezighielden. Ze verdwenen pas toen hij de Heere Jezus ontving als zijn persoonlijke Zaligmaker, vertelde hij. Vanaf dat moment gaf hij leiding aan een groepje christenen en vorderde zijn studie goed. Hij bracht het tot arts en zette allerlei projecten op, vooral voor de armsten.

“Het helpen van behoeftigen is niet alleen een middel om te overleven maar het is het zaaien van een zaadje dat blijvende vrucht draagt,” zei Seid, die inmiddels zelf ook een kind heeft gesponsord, een meisje van zes jaar.

In een filmpje was zijn aankomst op Schiphol te zien. Daar werd hij opgewacht door zijn sponsorouders, de familie De Weert uit Bergambacht. Gerda de Weert vertelde zaterdag dat ze indertijd Miftah toegewezen kreeg en dat ze regelmatig contact met elkaar hadden maar dat ze desondanks heel lang de “meerwaarde” van de sponsoring niet zo besefte. Seid: “Door de sponsoring komt er hoop voor de toekomst in het leven van kinderen.”

Die hoop probeert Sephora Nadjimbaidje ook te geven aan kinderen, vertelde ze ’s middags. Zij is nu directeur van partnerorganisatie Foundation Dieu Benit (Stichting God Zegent) in Tsjaad, een land met veel armoede en terrorisme. Ze groeide in armoede op. In haar jeugd moest ze het soms vier dagen zonder eten doen. Haar vader was overleden en haar moeder die met spulletjes naar de markt ging, verkocht soms dagenlang niets.

Bij de moeite kwam nog discriminatie van christenen door moslims, vertelde Nadjimbaidje, die zelf drie keer door de politie is gearresteerd en gevangen gezet omdat ze dit werk doet. Het christelijk geloof komt in de dagprogramma’s van de organisatie duidelijk naar voren. Overheidssteun voor haar werk is er al helemaal niet bij. “Alleen organisaties van moslims krijgen steun,” vertelde ze.

Intussen heeft haar organisatie al meer dan zevenhonderd (wees)kinderen geholpen, van wie sommigen een universitaire studie gevolgd hebben. “Ik mag er getuige van zijn dat we een God hebben die kracht geeft, ” aldus Nadjimbaidje.

“Het hart van de islam staat haaks op het hart van het evangelie,” stelde Gert Jan Segers, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer en vroeger jarenlang werkzaam in het Midden-Oosten. Hij sprak zaterdag over een ontmoeting met een man die van de islam was overgegaan naar het christendom en door christenen liefdevol was opgevangen. Segers vroeg om niet alleen te doen maar ook te praten over het evangelie. “Woord en daad gaan altijd hand in hand.”

In de pauze was het druk op de Belevingsmarkt, waar ook een stand was ingericht voor het sponsorprogramma. Klaas en Dorien Ooms uit ’s Gravendeel zochten zojuist hun tweede sponsorkind uit. Het heet Leli Carolina, is 6 jaar en komt uit Guatemala. “Het geld hebben we er wel voor over,” zegt Klaas. “We kunnen wel minderen met andere dingen.”