„Rooms-Katholieke Kerk belijdt met Dordt dat genade onmisbaar is”

De studiedag van de Katholieke Vereniging voor Oecumene in Den Bosch. beeld RD
2

De Rooms-Katholieke Kerk belijdt samen met ‘Dordt’ dat de mens zichzelf niet kan redden, aldus dr. Anton ten Klooster. „Ook in de katholieke theologie kun je weinig –lees: niets– doen aan je eigen rechtvaardiging.”

Dr. Ten Klooster stelde dit vrijdag in Den Bosch tijdens een studiedag van de Katholieke Vereniging voor Oecumene over 400 jaar Synode van Dordt en de apostolische brief ”Verheugt en verblijdt” (2018) van paus Franciscus. Ten Klooster is universitair docent systematische theologie aan de Tilburg School of Catholic Theology en priester van het aartsbisdom Utrecht.

De pauselijke brief is bedoeld als een aansporing tot heiligheid, zei Ten Klooster, waarbij Franciscus met name twee „subtiele vijanden” ziet: gnosticisme en pelagianisme. „Het eerste wil het geloof volkomen begrijpelijk maken, het tweede vergeet dat de zaligheid niet afhangt van de inspanningen van de mens, maar van Gods ontferming en dat God ons het eerst heeft liefgehad.”

Franciscus benadrukt evenals de Dordtse synode dat het eeuwige leven geen recht is, maar een bijzondere genade die de mens onverdiend ten deel valt, gaf Ten Klooster aan. „Franciscus maakt zich echter niet zozeer zorgen over het feit dat God de mens zou verwerpen, maar dat de mens aan God voorbijgaat. Hij is niet bezig met het bestrijden van de positie dat de mens zich door middel van zijn werken op die rechtvaardiging kan voorbereiden. Wat God met de mens voorheeft, is radicaal onafhankelijk van de inspanningen van de mens. In bepaalde reformatorische kringen heeft dat verlammend gewerkt, ja zelfs geleid tot een ontreddering over het eigen zielenheil. Voor Franciscus is het echter een reden om dan maar nog meer te vertrouwen op de barmhartige verkiezende liefde van God.”

Het woord van Franciscus is volgens Ten Klooster actueel in een tijd vol overmatig vertrouwen in zelfontplooiing en succesvol leven. „De moderne zelfhulpgedachte biedt een vruchtbare bodem voor nieuwe vormen van pelagianisme: leef naar deze richtlijnen, volg deze devotie, bid dit gebed en dan komt het allemaal wel goed. Dit is de obsessie met vormen, regels en procedures waar de paus over spreekt. Het geeft een zekerheid over het feit dat God míj toch echt wel aanvaardt, een zekerheid die gestoeld is op mijn eigen menselijke inspanningen.”

Prof. dr. Gijsbert van den Brink (Vrije Universiteit Amsterdam) noemde het opvallend dat de paus het zogeheten semipelagianisme expliciet afwijst, dit waar protestanten nogal eens denken dat Rome het semipelagianisme juist omarmt. „De apostolische brief veroordeelt elke vorm van werkheiligheid en denkt sterk vanuit Gods genade. Gelovigen worden zeer persoonlijk aangesproken op de Bijbelse opdracht tot heiligheid. Oude en nieuwe pelagianen kunnen wel warm over Gods genade spreken, maar vertrouwen uiteindelijk toch op hun eigen vermogens en wanen zich superieur aan anderen. De zorg van de paus over zulke subtiele vormen van autonomiedenken lijkt als twee druppels water op die van de Dordtse vaderen.”