In Steenwijk valt een preek in de geest van Martin Luther King te horen

De tentoonstelling ”The American dream” besteedt ruim aandacht aan Martin Luther King. beeld Drents Museum, Sake Elzinga
2

Harcourt Klinefelter uit Steenwijkerwold is goed in het houden van toespraken. Zijn leermeester in het speechen was Martin Luther King. Van 1965 tot de dood van de mensenrechtenactivist in 1968 maakte Klinefelter deel uit van het pr-team van King.

Hoewel Klinefelter niet zelf de toespraken van King schreef. „Ik maakte opnames tijdens bijeenkomsten, interviewde aanhangers en bracht met mijn Volkswagen kever persberichten rond naar kranten en radiostations. Als dr. King op pad ging, ging ik mee. Dan zorgde ik er bijvoorbeeld voor dat er buiten een kerk waar hij speechte een geluidsinstallatie stond, zodat de mensen het ook buiten konden horen.”

De eerste keer dat Klinefelter in contact kwam met King, was toen een studiegenoot hem meenam naar een tournee van King. Klinefelter studeerde op dat moment theologie aan Yale University en wilde King eens in het echt zien. „Mijn studiegenoot Homer was lid van de kerk van dr. King in Atlanta. Ik weet nog goed dat King aan alle belangrijke mensen zoals de burgemeester voorbijliep om Homer gedag te zeggen. Zo was dr. King.”

Oude bandrecorder

In 1965 sloot Klinefelter zich aan bij de mede door Martin Luther King opgerichte burgerrechtenorganisatie Southern Christian Leadership Conference (SCLC). In maart van dat jaar was Klinefelter getuige geweest van de protestmarsen in Alabama, van het stadje Selma naar de staatshoofdstad Montgomery. „Ik had op het nieuws gehoord dat er in Selma een blanke dominee in een café voor zwarte mensen was geweest, waarna hij buiten door een racist werd neergeknuppeld en stierf. Er werd een oproep gedaan naar Selma te komen en ik voelde dat ik erheen moest.”

Met een oude bandrecorder stapte Klinefelter in de auto en vertrok richting Selma om daar opnames te maken. Was er nieuws, dan stuurde hij dat door naar de media. De sfeer en de gebeurtenissen in Selma maakten grote indruk op Klinefelter. „Ik ging naar een achterbuurt in de stad waar de politie een barricade had opgebouwd. Bij die barricade speelde zich iets opmerkelijks af. Aan de ene kant stonden de agenten met semi-automatische machinegeweren, hun blikken strak en gezichten in de plooi. Tegenover hen stonden tientallen donkere mensen breed glimlachend oude slavenliederen te zingen en te dansen.”

Erg ongemakkelijk werd het voor de agenten toen de demonstranten hen toe begonnen te zingen. Niet met haatliederen maar met vredelievende teksten, zoals ”I love everybody in my heart”. De volgende dag wilden de activisten een mars door de stad houden, maar de zwaarbewapende politie hield hen tegen. Klinefelter: „In plaats van de confrontatie te zoeken, knielden de demonstranten en wensten de agenten een mooie dag. Dat terwijl dezelfde agenten de dag ervoor nog donkere mensen in elkaar hadden geslagen. Met liefde reageren op geweld, dat was echt typerend voor dr. Kings benadering.”

Geweldloze idealen

De eerste keer dat hij bij King thuiskwam, kan Klinefelter zich nog helder voor de geest halen. „Martin Luther King woonde in een getto in Atlanta. Bewust, want hij wilde er iedere dag aan herinnerd worden waarom het verspreiden van zijn boodschap zo belangrijk was. Wat me direct opviel, was dat het huis helemaal niet bijzonder beveiligd werd. Buurtkinderen liepen bijvoorbeeld gewoon zo naar binnen om met de kinderen van dr. King te spelen.”

Het huis van Martin Luther King was volgens Klinefelter bescheiden ingericht, maar in de woonkamer viel een aantal voorwerpen op. „Het eerste was een beeld van Gandhi, wiens geweldloze protest als grote inspiratiebron gold voor dr. King. Natuurlijk stond ook zijn Nobelprijs voor de Vrede er. En er hing een schilderij met daarop een zwarte vrouw die in de spiegel keek. In de weerspiegeling zag je dezelfde vrouw, maar met een blanke huidskleur.”

King zelf was niet thuis en liet lange tijd op zich wachten, dus vroeg diens vrouw aan Klinefelter of hij misschien voor het avondeten wilde blijven. „Toen King uiteindelijk binnenkwam, zei ik tegen hem dat ik me vereerd voelde om bij hem aan tafel te mogen zitten. Hij zei toen tegen mij: Nu moet ik wéér een lange speech geven over waarom alle mensen gelijk zijn.”

Drukbezet man

Volgens Klinefelter was King in het dagelijks leven een drukbezet man, maar toch goed benaderbaar. Zo was hij maandelijks in zijn thuiskerk om als predikant te spreken met de kerkgangers. „Of je relatie verbroken was, je een vraag had over het geloof of gewoon een ander probleem had: het maakte niet uit. Met King kon je overal over praten.”

De burgerrechtenleider werd een persoonlijke vriend van Klinefelter en stuurde zijn pr-man bij diens huwelijk zelfs een telegram. De klap was dus groot toen in 1968 het nieuws naar buiten kwam dat Martin Luther King in Memphis was doodgeschoten door de relatief kleine crimineel James Earl Ray. „De wereld verloor die dag een profeet, maar ik verloor een goede vriend. Wij dachten eerlijk gezegd dat alle gevaar geweken was. De Ku Klux Klan was zo goed als verdwenen en dr. King richtte zijn campagne op dat moment op het beëindigen van de Vietnamoorlog. We hielden ons vooral bezig met statistieken en archiveren, dat soort rustig en saai werk.

De schok was enorm toen ik hoorde dat hij vermoord was. Ik was net op zijn aanraden weer bezig met mijn studie aan Yale, maar ik ben direct in het vliegtuig gestapt om in Atlanta te helpen bij zijn begrafenis. Mevrouw King wilde eigenlijk niet dat er media bij zouden zijn, maar ik heb haar ervan overtuigd dat een cameraman de begrafenis mocht filmen.”

De reden waarom, en zelfs of, Ray Martin Luther King doodschoot is altijd onduidelijk gebleven. Klinefelter denkt dat de mensenrechtenactivist simpelweg te gevaarlijk werd. „Hij was tegen de Vietnamoorlog en predikte dat met het geld (dat bespaard kon worden door de oorlog te stoppen) er een basisinkomen zou moeten komen voor de armste gezinnen van Amerika. Doordat hij zo veel mensen achter zich kreeg, vormde hij een bedreiging voor de portemonnee van degenen die belang hadden bij de oorlog. Het beëindigen van de segregatie kostte hun niets, het verkrijgen van stemrecht voor donkere mensen kostte hun niets, maar het basisinkomen zou hun enorm veel geld kosten.”

Sterker dan atoombom

In 1972 vertrok de theoloog en filosoof Klinefelter met zijn Nederlandse vrouw Annelies naar Nederland. Hij had haar ontmoet tijdens een barbecue in de Verenigde Staten, waar zij als vrijwilligster voor een organisatie werkte. Ze trouwden in 1966 in Drachten, waar Annelies vandaan kwam. Na terugkeer hebben zij zich gevestigd in Steenwijkerwold. In de kerk in Steenwijk preekt Klinefelter de ideologieën van King.

„Ik geloof dat geweldloze revoluties veel beter werken dan gewelddadige omwentelingen. Dat blijkt zelfs uit verschillende studies. Je moet namelijk niet enkel denken aan de dag van morgen, maar vooral aan de dagen na morgen.” Volgens Klinefelter zijn de idealen van King onverminderd actueel. De wereld lijkt weinig te zijn veranderd in de afgelopen vijftig jaar.

Enkele weken geleden was Klinefelter vanwege het opnemen van een documentaire terug in Amerika. Het viel hem op dat veel dingen die al die jaren geleden speelden, nu ook weer te zien zijn. „Vijftig jaar geleden hoorde ik de racistische slogans in de straten van Montgomery. Nu klinken dezelfde racistische slogans vanuit Washington. De financiële situatie van heel veel mensen is alleen maar achteruit gegaan. In Selma zijn nu bijvoorbeeld niet alleen de huizen van de zwarte bevolking maar ook die van de blanken een puinhoop.” De idealen van Martin Luther King zouden volgens Klinefelter niet misstaan in de wereld van nu, waarin mensen in sommige landen nog steeds niet geaccepteerd worden zoals ze zijn en presidenten elkaar bedreigen met een atoomoorlog. „King zei altijd: Wij hebben een veel sterker wapen dan een atoombom. Een atoombom kan slechts vernietigen, maar liefde kan een vijand in een vriend veranderen.”

King liet in zijn tijd de wereld een kant van de Verenigde Staten zien die je niet op televisie of in films zag. Een kant waar miljoenen Amerikanen dagelijks mee te maken hadden. Het echte dagelijkse leven van gewone Amerikanen blijft volgens Klinefelter sowieso erg onderbelicht. Daarom is hij blij met de tentoonstelling in het Drents Museum en de Kunsthalle in Emden. „Behalve een mooie tentoonstelling is het ook een prachtig voorbeeld van dr. Kings gedachtegoed. Want hoe bijzonder is het dat 72 jaar na de Tweede Wereldoorlog, waarin ook een enorme segregatie plaatsvond, Duitsers en Nederlanders samenwerken om deze tentoonstelling neer te zetten?”