„Geestelijke verzorging juist nu hard nodig in Groningen”

In Groningen vond woensdag de opening van het academische jaar van de Faculteit godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Groningen plaats.  beeld Sjaak Verboom
2

Na de aardbevingen in Groningen ging er veel aandacht uit naar bodemonderzoek en het herstel en versteviging van muren. Voor de breuken en gaten in de levens van getroffen Groningers had men minder oog. Juist daarbij kan geestelijke verzorging hulp bieden.

Dit zei dr. Hanneke Muthert woensdag in haar lezing bij de opening van het academische jaar van de Faculteit godgeleerdheid en godsdienstwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Protestantse Theologische Universiteit (PThU) in Groningen. De opening, die plaatsvond in de doopsgezinde kerk in Groningen, stond in het teken van de aardbevingsproblematiek.

In haar toespraak met de dubbelzinnige titel ”Mind the gap!” (”Let op het gat!”) toonde Muthert, universitair docent geestelijke verzorging en godsdienstpsychologie bij de Rijksuniversiteit Groningen, aan „hoezeer juist geestelijke verzorging aansluit bij de gevoelens van wanhoop en wantrouwen van de getroffen Groningers.”

Muthert deed onderzoek naar de impact van de aardbevingen bij de Groningers. Zij bleken „niet alleen door de letterlijke schokkende gebeurtenissen, maar juist ook door de moeizame schadeafhandeling getraumatiseerd te zijn.” De universiteit docent, gespecialiseerd in zingevingsvragen bij rampen, onderzocht met studenten en collega’s wat geestelijke verzorging in de aardbevingsproblematiek zou kunnen betekenen.

In haar toespraak paste de Groningse godsdienstpsychologe de metafoor van gat of kloof in velerlei betekenissen toe op het Groninger drama. Volgens Muthert ervaren Groningers „een groot gat tussen de mooie beloften uit Den Haag en de schrijnende werkelijkheid waar zij nog altijd in verkeren. Zij voelen zich in de steek gelaten en door eindeloos bureaucratische procedures in de wachtstand gezet.”

In een oud Volkswagenbusje, de proatbus (praatbus), doorkruiste ze met een aantal studenten het aardbevingsgebied en nodigden Groningers uit hun verhaal te doen. Dit resulteerde in een publicatie met de titel ”Ik wacht. 101 verhalen uit het aardbevingsgebied”.

Volgens Muthert heeft het project „genoegzaam aangetoond dat geestelijke verzorging bij rampen past, want alleen al de aandacht voor de ‘gaten’ in de levens van de Groningers had een helende uitwerking.”

René Paas, commissaris van de koning in Groningen, citeerde in zijn toespraak enkele rapporten die aangeven dat Nederlanders tot de meest gelukkige mensen ter wereld behoren. „Gesteld dat het waar is, dan is de provincie Groningen het meest beschadigde deel van het beloofde land. Groningers hebben als gevolg van de aardbeving het vertrouwen in alles en iedereen verloren. Dat moet hersteld worden, zodat de Groningers opnieuw hoop voor de toekomst krijgen.”

Paas zag in de aardbevingsproblematiek een bijzondere taak voor de kerken weggelegd. Met een verwijzing naar de uitdrukking ”De kerk in het midden laten” riep hij op om de kerk in het midden te zetten. „In de Groninger dorpen staat de kerk letterlijk in het midden. De pastorale zorg kan vanuit de al aanwezige kerken zo worden opgestart. Kerken kunnen hoop verschaffen, ook in schijnbaar hopeloze situaties. Daarom zijn kerken relevant en daarmee is ook het belang van de Groninger theologiefaculteit en aanverwante theologische opleidingen aangegeven.”