Flirten met de alverzoening

Het evangelie dat Sonneveld presenteert, is een evangelie zonder ernst, zonder urgentie, zonder bekering. beeld iStock
2

Dit is géén goed boek. Er prijken bekende namen op de achterflap, de aanbevelingen zijn lovend, er wordt een studiedag aan gewijd – toch was het beter geweest als dit boek nooit geboren was.

Reinier Sonneveld presenteert, zegt hij, het vergeten evangelie. Maar misschien moeten we zeggen: een ander evangelie. En wie wil weten hoe Paulus denkt over een ander evangelie, leze Galaten 1.

Eerst iets over de titel. Sonneveld, spreker en schrijver van populair-theologische boeken, stelt dat het échte evangelie bestaat in de goede boodschap dat Jezus Overwinnaar is: „Christus Victor!” Hij beroept zich daarvoor op de kerkvader Irenaeus van Lyon. Die stelde dat Jezus de strijd is aangegaan met zonde, dood en duivel. En hoewel het leek dat Jezus in deze strijd ten onder ging, bleek juist toen dat Hij de overwinnaar was. Dit evangelie is helaas, aldus Sonneveld, in de vergetelheid geraakt. Hij wil het daarom weer in het middelpunt van de belangstelling plaatsen.

Plaatsvervanging

Sonnevelds nadruk op Jezus’ overwinning gaat gepaard met forse kritiek op de gedachte van plaatsvervanging, zoals bijvoorbeeld in de Heidelbergse Catechismus (5-6) is verwoord. Christus is overwinnaar of plaatsvervanger, niet beide. De schrijver noemt de opvatting van plaatsvervanging niet alleen heidens maar zelfs godslasterlijk: „Zo denken sommige christenen over Jezus’ rol: zijn marteldood is dan de betaling aan God waarmee wij vervolgens de hemel verkrijgen. Deze manier van denken is onbijbels. Het is namelijk geen ‘genade’, omdat dit geen gift van God is en er niets gratis wordt overgedragen: Jezus betaalt immers. In juridische termen: God vergeeft niet, want de bedoelde straf is gewoon gedragen. (…) Deze manier van denken is blasfemisch” (91-92).

Probleem is wel dat Sonneveld de visie van verzoening door voldoening volstrekt verkeerd weergeeft. Zijn uiteenzetting bevat allerlei historische en systematische missers. Nog belangrijker is dat Sonneveld de Bijbelse noties van Gods toorn, straf en gerechtigheid uitbant. Volgens hem bestaat Gods oordeel alleen daarin dat God de gevolgen van verkeerd gedrag laat gebeuren: „De mensen doen zichzelf kwaad aan en Gods oordeel bestaat eruit dit toe te laten.” Gods toorn is er alleen in het hier en nu. Er is volgens Sonneveld geen toekomstige straf (219).

Maar als dit allemaal waar zou zijn, waarom waarschuwt Johannes de Doper dan voor de toekomende toorn? Waarom vertelde Jezus een gelijkenis over toekomstige pijn? Waarom spreekt het laatste Bijbelboek over de toorn van het Lam en over de rook van pijniging die opgaat tot in alle eeuwigheid? Veelzeggend is de wijze waarop Sonneveld Mattheüs 20:28 citeert (179). Hij noemt wel de eerste helft („Wees niet bang voor wie wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden”), maar zonder de tweede helft: „Wees veeleer bevreesd voor Hem die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.”

Irenaeus

Op grond van Irenaeus’ begrip ”recapitulatio” stelt Sonneveld dat in Jezus alle mensen begrepen zijn: „Hij leefde een leven dat volkomen verbonden was met God en op de een of andere manier is dat nu voor alle andere mensen beschikbaar. (…) Jezus is een pars pro toto, een deel dat staat voor het geheel. (…) Jezus is de „nieuwe Adam”, die zoals de eerste Adam de hele mensheid in een val meesleurde, nu de hele mensheid omhoog meesleept” (157, 160).

Laat duidelijk zijn dat de boodschap dat Jezus Overwinnaar is over de kwade machten terecht en belangrijk is. Maar het beroep op Irenaeus is misleidend. Ik kan zo zes verschilpunten noemen. Irenaeus legde alle nadruk op de godheid van Christus: het is Gód die in Hem werkzaam is en de strijd wint. Sonneveld daarentegen ziet Jezus slechts als de ideale mens die de strijd voert. Irenaeus beleed dat God mens is geworden, maar Sonneveld stelt slechts dat God zich verbond met die ene mens (195). Irenaeus hield Christus’ dood en opstanding dicht bijeen (geen overwinning zonder opstanding) maar Sonneveld zwijgt over de betekenis van Jezus’ herrijzenis. Voor Irenaeus was de duivel een reële werkelijkheid; voor Sonneveld slechts een metafoor (218). Irenaeus bedoelde met de zogeheten ”recapitulatio” dat Christus het ordenende en verklarende principe van de gehele wereldgeschiedenis is. Sonneveld vat het echter op als vertegenwoordiging: Jezus vertegenwoordigt alle mensen. Irenaeus geloofde dat alleen diegenen die geloven en zich bekeren in Christus’ redding begrepen zijn en dat daarom de meeste mensen verloren gaan. Maar Sonneveld flirt met de alverzoening (195).

Elke student die op het tentamen de opvatting van Irenaeus weergeeft zoals Sonneveld doet, zou subiet zakken. Wie eerst Irenaeus leest en daarna Sonneveld, komt in een compleet andere wereld. Het evangelie dat Sonneveld presenteert, is niet vergeten geraakt, maar heeft vroeger nooit bestaan – zeker niet bij Irenaeus.

Lachen

Ik wil nog wat zeggen over hoe Sonneveld over geloven spreekt. Dat is volgens hem „een commitment aan de kritische macht van Jezus” (91). Het is een voortdurende oefening in ongeloof (95). „De ultieme test daarbij is of je om alles kunt lachen. Humor relativeert (…); bij waar geloof is niets meer heilig en dus kun je om alles lachen, zelfs om God, omdat je weet dat je lacht om je ideeën over God. Waar de humor verdwijnt, is de blasfemie begonnen” (96-97).

Maar… als niets meer heilig is, waarom herhaalt Petrus dan de oudtestamentische opdracht: „Wees heilig want Ik ben heilig”? Als je overal om moet kunnen lachen, waarom staat dan nergens in de Bijbel dat Jezus ooit lachte? Had Hij over Jeruzalem moeten lachen in plaats van huilen? Waren Zijn tranen blasfemisch? Wanneer de Bijbel spreekt over het lachen van God (Psalm 2, Spreuken 1), is dat bepaald niet humoristisch bedoeld: „Daarom zal Ik ook lachen om uw ondergang.”

Het evangelie dat Sonneveld presenteert, is een evangelie zonder ernst, zonder urgentie, zonder bekering. Jezus’ woorden „Bekeer u!” vertaalt hij met: „Laat het goede nieuws tot je doordringen” (138). Gods uitverkiezing vindt Sonneveld oneerlijk (243). Je mag van hem niet zeggen dat wie gelooft naar de hemel gaat en wie niet gelooft, naar de hel (90). Het leven na de dood betekent voor hem slechts dat „we een proces van verzoening ingaan. Allemaal. (…) De hemel en de hel zijn dan dus geen aparte gebieden meer, maar lopen door de mensen heen. Er is geen selectie bij de poort”, maar een „selectie in ons hart.” „God is bij alle mensen met zijn eeuwige, vurige liefde” (244).

In beweging

Sonneveld is overduidelijk in beweging. Hij begon als gereformeerd christen, nu zit hij hier. Waar gaat dat heen? Behalve in dit boek heb ik de achterliggende tijd ook in McClymonds studie ”The Devil’s Redemption” over de alverzoening gelezen. Dan valt op hoeveel kenmerken van het universalisme bij Sonneveld doorschemeren. Zal hij over enkele jaren de Godheid van Christus nog belijden? Of is hij over enkele jaren universalist? Is hij over enkele jaren nog christen?

Ik heb me afgevraagd welke emotie het sterkste was na het lezen van dit boek. Ik erger mij aan de intellectuele ”Spielerei”. Ik ben verontwaardigd over de karikaturen. Ik erger mij aan de vele pogingen om leuk te zijn. Maar vooral stemt het me treurig dat dit boek aantrekkingskracht op velen zal uitoefenen en hen daarmee zal misleiden. Laat me niet lachen, Sonneveld. De tranen van Christus zijn meer gepast.

Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles, Reinier Sonneveld; uitg. Buijten & Schipperheijn; 288 blz.; € 19,90.