Dr. Prosman: Ontkennen van hemel past niet bij Protestantse Theologische Universiteit

Dr. A. A. A. Prosman. beeld RD, Anton Dommerholt

De uitspraak van prof. Frits de Lange dat er geen hemel is, staat op gespannen voet met de missie van de Protestantse Theologische Universiteit (PThU).

Dat schrijft dr. A. A. A. Prosman, emeritus predikant binnen de Protestantse Kerk in Nederland, in een woensdag verstuurde brief aan het college van bestuur van de PThU. Hij reageert daarmee op een artikel in dagblad Trouw van dinsdag naar aanleiding van het boek ”Heilige onrust” van prof. De Lange. Volgens hem getuigen de uitlatingen die prof. De Lange daarin deed van een „negatieve relatie” tot het hart van de christelijke traditie, „namelijk het geloof in God en het geloof dat er meer is dan dit aardse leven.” Hij vindt dat prof. De Lange een grens heeft overschreden. De opvatting van prof. De Lange past naar zijn oordeel niet binnen de bandbreedte van de PThU.

Dr. Prosman voorziet dat de druk op de Protestantse Kerk zal toenemen om de kerkelijke opleiding mede aan de beoogde Gereformeerde Theologische Universiteit te laten plaatsvinden „als de grondslag (missie-statement) van de PThU geheel uitgehold wordt.”

Rector prof. dr. M. M. Jansen van de PThU vindt dat De Langes boek niet in „het frame van afscheid van het geloof” moet worden geplaatst. Ze nuanceert de stelling dat prof. De Lange het bestaan van de hemel ontkent. „Hij heeft gezegd dat hij begrip heeft voor mensen die zich geen voorstelling van de hemel kunnen maken en afstand genomen van bepaalde voorstellingen van de hemel.”

Volgens de rector moet er aan de PThU ruimte zijn voor diepgaand debat over fundamentele vragen binnen het kader van de veelkleurigheid van de protestantse traditie. „Dat debat moet met goede argumenten worden gevoerd en die moeten worden getoetst op hun houdbaarheid en op het houvast dat ze bieden voor gelovige en niet-gelovige mensen. Ik ken prof. De Lange als een loyale, op het christelijke geloof betrokken collega. Het zou goed zijn als hij en dr. Prosman met elkaar in gesprek gingen. Dat kon voor beiden wel eens verrassend zijn.”

Prof. Jansen heeft de brief van dr. Prosman inmiddels in het college van bestuur aan de orde gesteld. Ze wil de vragen die dr. Prosman stelt eerst met hem bespreken.