Dr. J. M. D. de Heer: Evangelische beweging houdt reformatorische kerken spiegel voor

Dr. J. M. D. de Heer, predikant van de gereformeerde gemeente in Middelburg, promoveerde maandag aan de Vrije Universiteit Amsterdam.  beeld André Dorst
21

Evangelische groeperingen houden reformatorische kerken een spiegel voor: ze slagen er beter in om het Evangelie aan de man te brengen. Dat constateerde ds. J. M. D. de Heer bij zijn promotie, maandag in Amsterdam.

De predikant van de gereformeerde gemeente in Middelburg verdiepte zich in de vraag hoe er vanuit reformatorische kerken is gereageerd op de opkomst van evangelische en charismatische groeperingen na de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor bracht hij in kaart hoe er door opiniemakers over de evangelische beweging is geschreven. „Daarbij ben je welhaast alle zolders in Nederland afgestruind waar materiaal te vinden was”, zei promotor dr. Kees van der Kooi.

Het werk van ds. De Heer is „een waardevol document waarin ontwikkelingen tot in detail worden beschreven”, „een naslagwerk” dat „een duizelingwekkende hoeveelheid feiten biedt”, zo klonk het bij de promotieplechtigheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Als zijn begeleiders er geen stokje voor gestoken hadden, was het kloeke boekwerk dat dr. De Heer produceerde, nog 400 bladzijden dikker geworden, zo stelde prof. Van der Kooi.

Bijdrage aan debat

„Wat is uw bijdrage aan het brede debat over religie in Nederland?”, vroeg opponent dr. Miranda Klaver, universitair hoofddocent antropologie van religie aan de VU. „Ik heb een systematisch inzicht willen geven in hoe geschreven is over de verhouding van reformatorische kerken tot evangelische en charismatische christenen”, reageerde ds. De Heer. Maar Nederland is na de Tweede Wereldoorlog veranderd, stelde Klaver. „Grosso modo speelde de evangelische beweging daarop in”, aldus ds. De Heer. „Zij veranderde mee met de maatschappij, in tegenstelling tot de reformatorische kerken. Die vormen een tegenbeweging.”

Volgens ds. De Heer is er in de evangelische beweging minder dan in traditionele kerken sprake van kritische reflectie op maatschappelijke tendensen. Klaver: „Ik zou niet zeggen: minder, maar anders dan binnen de reformatorische kerken.” Ds. De Heer: „Ze ziet de golven die vanuit de maatschappij op haar af komen rollen meer als een uitdaging en minder als een bedreiging. Binnen dat kader proberen evangelischen het Woord aan de man te brengen. Dat is een kwetsbaar punt van de reformatorische kerken: voor hen blijkt de overdracht van het Evangelie aan buitenkerkelijken veel moeilijker te zijn.”

De evangelische beweging wordt er nogal eens van beschuldigd dat ze uitstraalt dat de mens kan kiezen voor Christus –het arminianisme–, terwijl vanuit het gereformeerd protestantisme wordt benadrukt dat God mensen verkiest, zo stipte Klaver aan. „Raakt het jongeren als u daar de vinger bij legt? Cijfers over kerkverlating geven wat dat betreft te denken. Het is voor mij een punt van zorg dat het ook in uw kerken moeilijk blijkt om jongeren te behouden bij de kerk.” Ds. De Heer: „Daarom probeer ik gesprekken met jongeren toe te spitsen op persoonlijke vragen als: „Wie is God, wie ben jezelf en wat heb je nodig?.””

In een encyclopedisch werk als het proefschrift van ds. De Heer had de theologische analyse een spa dieper mogen gaan, stelde VU-hoogleraar prof. dr. W. van Vlastuin. „Ik zeg het wat plagerig: Van een predikant van de Gereformeerde Gemeenten mag je diepgang verwachten. Theologie is geen optelsom van losse onderdelen maar een samenhangend geheel.”

Wederkomst

In zijn oppositie ging prof. Van Vlastuin met name in op de constatering van dr. De Heer dat ten opzichte van de Gereformeerde Gemeenten, er in de evangelische beweging meer aandacht is voor de wederkomst van Christus. „Voor mijn gevoel constateert u dat met droge ogen. Dat is nogal wat. Als in de prediking de Levende Christus verbleekt, komt dan niet de mens, het subject met kleine letter, centraal te staan? Zou het dan zo zijn dat de gereformeerde gezindte net zo vatbaar is voor de moderniteit als de evangelische beweging?”

„Op dit punt mogen er geen droge ogen zijn”, reageerde ds. De Heer. „Het niet leven bij de wederkomst kan er een signaal van vormen dat er geen leven is met Christus. Daar ligt een ingrijpend punt, voor reformatorische kerken, maar ook voor evangelischen. De wederkomst van Christus lijkt daar minder dan vroeger benadrukt te worden. Het is een teken dat de secularisering doorgaat.” Volgens ds. De Heer zou een passende reactie niet zozeer een vernieuwing van de gereformeerde traditie moeten zijn, als wel het opnieuw beleven van datgene waarop de gereformeerde leer zich richt.

Zou er vanuit de reformatorische kerken meer theologische reflectie moeten zijn op de secularisatie?, probeerde prof. Van Vlastuin. Ds. De Heer: „Als in het hart de secularisatie doorwerkt, zal het verlangen naar gemeenschap met Christus minder zijn. Maar om er op theologisch niveau iets van te zeggen vind ik niet eenvoudig. Het grootste probleem ligt bij het eigen hart.”