Turkije kijkt christenen weg

Restanten van een kerk uit 325, toen het eerste Concilie van Nicea plaatshad. DHA photo

Een hoopvol signaal zou het kunnen zijn, de aanstaande bouw van de eerste kerk in Turkije sinds de oprichting van de republiek in 1923. Maar niets is minder waar. Het ene na het andere incident laat zien dat Turkije de strijd heeft aangebonden met christelijke zendelingen.

De gevangenschap van de Amerikaanse predikant Andrew Brunson in Turkije en zijn vrijlating in oktober vorig jaar kregen wereldwijd veel aandacht. Over de reden van zijn arrestantie in 2016 liepen de meningen uiteen. Was de aanhouding een politieke zet, na de staatsgreep in dat jaar, of perkt Turkije steeds rigoureuzer de ruimte van christenen in?

De dag nadat de Amerikaanse pastor vrijkwam, hielden de Turkse autoriteiten op 13 oktober een andere christen aan, die al bijna twintig jaar in het land verbleef. De Amerikaans-Canadese evangelist, David Byle, kreeg twee weken de tijd om het land te verlaten, zonder zijn vrouw en drie kinderen. In de afgelopen jaren werd Byle niet alleen verschillende keren gearresteerd –waarbij hij in de cel belandde–; hij stond ook drie keer op de nominatie om het land uitgezet te worden. Gerechtelijke uitspraken voorkwamen elke keer een verbanning, tot oktober vorig jaar. Na een verblijf van twee dagen in een detentiecentrum verliet Byle alleen het land.

Brunson en Byle zijn in het gezelschap van vele andere christelijke geestelijken die slachtoffer worden van Turkijes aversie tegen het christendom. Volgens de Amerikaanse nieuwsdienst International Christian Concern (ICC) maakt Turkije steeds meer duidelijk dat er in het land geen ruimte is voor deze godsdienst, ook al spreekt de grondwet andere taal.

Het Human Rights Violations Report, een jaarlijkse publicatie van de Vereniging van Protestantse Kerken in Turkije, spreekt van systematische discriminatie van protestanten. Daar horen ook verbale en fysieke aanvallen bij. Daarnaast erkent de Turkse overheid de protestantse gemeenschap niet als rechtspersoon en ontneemt kerken daarmee de mogelijkheid om zich ergens te vestigen en erediensten te beleggen.

Paria’s

Turkse protestanten mogen niet hun eigen scholen stichten of eigen voorgangers opleiden, wat betekent dat ze daarvoor zijn aangewezen op de steun van buitenlandse kerkleiders. Verschillende buitenlandse christenen is echter de toegang tot het land ontzegd door hun geen verblijfsvergunning te verstrekken of uit te zetten.

Ook al zijn missionaire activiteiten volgens de Turkse wet toegestaan, zowel buitenlandse pastors als Turkse burgers die zich bekeerden tot het christendom worden als paria’s behandeld, door de autoriteiten en door de samenleving. Dat is geen wonder, na jaren van antichristelijke sentimenten in overheidsuitingen.

Zo zei Niyazi Güney, een ambtenaar van het Turkse ministerie van Justitie, in 2007 dat „zendelingen zelfs nog gevaarlijker zijn dan terroristische organisaties.” De overheid verspreidt het idee dat elke Turk moslim zou moeten zijn. Christenen worden als tweederangsburgers gezien. Op allerlei terreinen van het leven ervaren zij tegenwerking in het praktiseren, uiten en delen van het christelijke geloof.

Op de pas gepubliceerde ranglijst christenvervolging van Open Doors staat Turkije op plaats 26. Families pakken familieleden die christen worden hard aan. Door hun bekering wordt namelijk niet alleen de familie-eer aangetast, maar ook hun Turkse identiteit.

Pesterijen

Wie niet terugkeert tot de islam moet gedwongen scheiden van zijn of haar partner of verliest het recht op een erfenis. Kinderen van christelijke ouders zijn het mikpunt van pesterijen door klasgenootjes en docenten.

Ook is het voor Turkse christenstudenten moeilijk om toegang te krijgen tot hoger onderwijs. Christenen die een baan zoeken, lopen het risico afgewezen te worden.

Eeuwenoud geloof in marge

Ongeveer 0,2 procent van de Turkse bevolking van bijna 80 miljoen is christen. In de vorige eeuw kreeg de eeuwenoude christelijke gemeenschap in het land zware slagen te verduren, zoals tijdens de Armeense genocide, die duurde van 1915 tot 1923 en tijdens de pogrom van Istanbul in 1955, die was gericht tegen de Griekse, christelijke minderheid. Het christendom in Turkije, onder meer ontstaan door de arbeid van de apostel Paulus in Klein-Azië, werd grotendeels vernietigd. De minderheid heeft nog steeds te maken met verdrukking. In de afgelopen decennia werden verschillende christenen op brute wijze om het leven gebracht.