Aad Kamsteeg wil lessen van vervolgde christenen doorgeven

Kerkbreed
Aad Kamsteeg. Beeld André Dorst André Dorst

Wat kunnen christenen in het Westen leren van de vervolgde kerk? Met die vraag ging journalist en opiniemaker Aad Kamsteeg jaren geleden op bezoek in China. De antwoorden die hij kreeg, werkten voor hem als een spiegel. „Christenen in het Westen worden te veel afgeleid door welvaart.” De afgelopen maanden werkte hij samen met zijn zoon Dirk aan een project om de ervaringen van vervolgde christenen door te geven aan Nederlanders.

Een boek en een videodocumentaire. Dat is de oogst van de tocht van Aad en Dirk Kamsteeg langs vijf christenen uit verschillende landen en culturen, die allen te maken kregen met de soms verstrekkende gevolgen van het volgen van Jezus Christus voor henzelf en hun omgeving. Hoewel er vele uren gingen zitten in het project ”Tegen de verdrukking in”, dat op 1 oktober wordt gepresenteerd, hoefden vader en zoon er geen verre reizen voor te maken. „In Nederland en de ons omringende landen vind je overal christenen die vanwege hun geloofsovertuiging naar Europa zijn gevlucht.”

Kamsteeg senior ging met zijn idee voor het project langs bij zes organisaties die vervolgde christenen ondersteunen: Stichting Evangelie en Moslims, Friedensstimme Nederland, Stichting De Ondergrondse Kerk, Arab Vision, Stichting Gave en Trans World Radio. De organisaties leverden uit hun netwerk namen aan van mensen die geïnterviewd konden worden over hun ervaring met geloofsvervolging. De interviews kwamen terecht in de videodocumentaire. Citaten daaruit werden verwerkt in het bijbehorende boek. Dat biedt niet alleen achtergrondinformatie over de situatie van vervolgde christenen, maar bevat ook gespreksvragen.

Kamsteeg: „Het kan daardoor gebruikt worden om te bespreken op Bijbelstudiegroepen of tijdens catechisatie. Ik schat dat je zo’n twee tot drie avonden kunt vullen over het thema christenvervolging, over wat de Bijbel zegt over lijden en over wat dat voor ons, christenen in het Westen, betekent.”

Inspiratiebron voor de interviews die vader en zoon hielden, vormde het werk van het Amerikaanse echtpaar Nick en Ruth Ripken. Zij zijn al dertig jaar actief onder vervolgde christenen in delen van Afrika. De Ripkens interviewden meer dan 600 christenen en verwerkten die gesprekken in boeken en documentaires. Kamsteeg: „Ik las het boek ”Het dwaze van God”. Daarin vertelt Nick Ripken over hun ervaringen in de zes jaren die ze in Somalië doorbrachten. Hij en zijn vrouw kwamen er in aanraking met kleine groepjes christenen, in een land dat ten onder ging aan chaos en terreur. Het confronteerde hen met de vraag hoe God de vreselijke dingen die ze zagen, kon toestaan.”

In plaats van het geloof vaarwel te zeggen gingen de Ripkens op reis met deze vraag, legt Kamsteeg uit. „Hij ontmoette over heel de wereld vervolgde christenen en legde hun zijn vragen voor. Een van de voorgangers die hij spreekt, zegt op de vraag waarom God het lijden van de kerk in de verdrukking toelaat: „Om jullie in het Westen te leren dat je niet het geloof moet verliezen.””

De antwoorden die de Ripkens kregen op hun vragen, sloten aan bij wat Kamsteeg zelf in China waarnam. „Daar zag ik een vreugde in God bij mensen die twintig jaar of langer in de gevangenis hadden gezeten.” Kamsteeg ontmoette er de bekende ds. Samuel Lamb (1924-2013) en was erbij toen hij jonge mensen doopte. „Hij straalde grote blijdschap uit. Ds. Lamb leerde me hoe God mensen in nood kan ondersteunen, als ze hun afhankelijkheid van hem beseffen en erkennen.”

Kamsteeg realiseerde zich, zegt hij, „dat je voor het horen van dergelijke verhalen tegenwoordig geen wereldreis meer hoeft te maken. Er zijn heel veel vervolgde christenen naar Europa gevlucht, we kunnen hen in onze omgeving ontmoeten. Ik denk dat het belangrijk is dat we als christenen die contacten aangaan. De ervaringen in China hebben mijn geloofsleven verdiept, het zou een zegen zijn als we via de documentaire en het boek iets soortgelijks kunnen bewerkstelligen onder christenen in Nederland.”

Vormden de reizen naar China voor u een keerpunt in uw denken over het kennen van God?

„Een keerpunt is een groot woord. Het was meer een verrijking. Ik zag daar een geloof dat ik zelf zo niet kende. Wij leven onder totaal andere omstandigheden, in een welvarend land. Onze materiële rijkdom levert een groot gevaar op voor christenen, namelijk dat ze vooral daarvan genieten en dat ze hun vreugde niet meer in God vinden. In de interviews die we voor het project hielden, zeiden mensen dat ook vaak. Ze hebben het materieel gezien weliswaar beter nu ze in het vrije Westen leven, maar ze ervoeren Gods nabijheid het meest toen ze in nood verkeerden in hun land van herkomst.”

Wat kunnen christenen in het Westen doen om niet op te gaan in alles van deze wereld?

„Ds. Lamb zei ooit tegen me: Bid niet om lijden, in de hoop dat u daardoor dichter bij God zou komen. Hoezeer de Bijbel ook vol is van lijden, het is verschrikkelijk. Wij Chinezen bidden voor u, westerlingen, dat u discipline aanbrengt in uw geloof. Lees trouw in de Bijbel, bid en bezoek de samenkomsten van de gemeente. God wil dwars door alle lijden heen bewerken dat Zijn Naam verheerlijkt wordt, maar u hoeft er niet naar te verlangen.”

Wat voor soort mensen hebt u gesproken voor het project?

„We zochten met de zes organisaties naar mensen uit verschillende soorten landen. Op dit moment trekt christenvervolging in moslimlanden sterk de aandacht, maar we wilden breder kijken. Uiteindelijk kwamen we terecht bij vijf personen: Vahik Abrahamian uit Iran, Arjun Bhandari uit Nepal, Abdi Duale uit Somalië en Vladimir Keller uit de voormalige Sovjet-Unie. Een bijzondere positie neemt Yüksel Güllü in. Zij is een Turkse Nederlandse die in ons land is overgegaan van de islam naar het christendom. Dat heeft haar ook problemen opgeleverd.”

U noemt de namen van de geïnterviewden. Lopen zij daardoor geen verhoogd risico?

„We gaan de video niet online zetten, in die zin kijken we wel uit. Maar in de meeste gevallen gaat het om mensen die al eerder publiek naar buiten zijn getreden. Duale heeft bijvoorbeeld een eigen website, al krijgt hij via die site veel doodsbedreigingen binnen van Somalische moslims die hem een verrader vinden. De Iraniër vertelt zijn verhaal vaker in het openbaar. Güllü was aanvankelijk voorzichtig, maar ook zij heeft enkele lezingen gehouden. Kortom, we houden de veiligheid van de geïnterviewden wel in het achterhoofd, maar gaan niet tot het uiterste.”

Enkelen van hen hebben schokkende ervaringen opgedaan.

„Eigenlijk waren ze allen geëmotioneerd. Het verschilt sterk wat deze mensen hebben meegemaakt, maar ze waren er heel open over. Voor allen geldt dat het belijden van Jezus Christus hen tot in het diepst van hun ziel raakt, en dat merk je.”

Waren het verrassende ontmoetingen?

„Zeker. Ik denk bijvoorbeeld aan het gesprek met Keller. Hij vertelde dat hij in de gevangenis met messen is bedreigd. Desondanks zei hij: „Wat mijn geestelijk leven betreft, waren het de mooiste dagen van mijn leven.” Juist op die momenten ervoer hij een enorme band met God. Güllü zei: „Ik heb Jezus leren kennen, voor Hem heb ik mijn leven over.” Het deed mij sterk denken aan de gelijkenis van de schat in de akker. Als je die schat ontdekt hebt, kun je er niet over zwijgen. Zo is het ook als je Christus hebt leren kennen.”

Wat kunnen Nederlandse christenen leren van deze mensen?

„Dat je mag streven naar aardse zegeningen, zoals een goed huwelijk en een mooi huis, maar dat het in de eerste plaats gaat om je relatie met God. Zoek eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. Die vervolgde christenen ontbreekt het namelijk aan al het andere.”

U schreef eerder boeken over uiteenlopende onderwerpen, onder meer over puriteinen en over het lijden. Loopt er een lijn tussen die publicaties en ”Tegen de verdrukking in”?

„Ja, bijvoorbeeld in de zin dat ik me altijd tegen het welvaartsevangelie heb gekeerd. Alsof je door goed te geloven, bij God het recht kan claimen op een goed en voorspoedig leven. In de Verenigde Staten sprak ik met voorgangers als J. I. Packer, Tim Keller en John Piper. Bij hen vond ik, net als bij vervolgde christenen, een enorme liefde tot en prioriteit voor de relatie met God.”

In het verleden kreeg u ook wel te maken met onbegrip, bijvoorbeeld nadat u uw ervaringen in China beschreef.

„Er waren mensen die zeiden: Je moet van Nederlanders niet verwachten dat ze Gods nabijheid op dezelfde manier ervaren als mensen in China. Er heerst daar een andere cultuur, dat land heeft een andere geschiedenis. Voor een deel hebben ze gelijk. Dus moet je contextualiseren, een vertaalslag maken naar de samenleving waarin wij leven. Dat is ook de reden waarom bij de presentatie van het boek en van de documentaire ds. A. Th. van Olst, voorzitter van Stichting De Ondergrondse Kerk, een lezing houdt. Hij gaat in op de vraag wat de spiegel die christenen uit andere landen ons voorhouden, betekent voor ons persoonlijk geloofsleven.”

Wat is voor uzelf op dat punt de belangrijkste les geweest?

„Dat God het meest geëerd wordt als ik mijn diepste geluk in Hem vind. Dat geluk gaat het geluk te boven dat een mens heeft als hij veel aardse zegeningen ontvangt. Ik zeg daarom met John Piper: „Ik ben een christenhedonist, iemand die er diep naar verlangt in zijn leven waar te maken wat ik zojuist allemaal aan mooie dingen over geluk in God heb gezegd.”



”Tegen de verdrukking in” wordt op 1 oktober gepresenteerd in het auditorium van de Erdee Media Groep in Apeldoorn. Aanvang 20.00 uur. Zie www.tegendeverdrukkingin.nl.


Aad Kamsteeg

Politicoloog en journalist Aad Kamsteeg (75) werkte als buitenlandcommentator bij het Nederlands Dagblad en de Evangelische Omroep. Daarnaast was hij docent aan de Evangelische School voor Journalistiek, tegenwoordig onderdeel van de Christelijke Hogeschool Ede. In 1997 richtte hij het opinietijdschrift Christen Vandaag op, dat in 1999 fuseerde met Koers tot CV-Koers. Tot 2005 was Kamsteeg hoofdredacteur van het blad. Kamsteeg maakte diverse reizen voor Trans World Radio, een organisatie die zending bedrijft via radio-uitzendingen. Hij bezocht onder meer China, waar hij indringend kennismaakte met de vervolgde kerk. Sindsdien werpt hij zich op als pleitbezorger voor christenen die te maken hebben met vervolging.