Boekpresentatie dr. Henk Post: Job even grote geloofsheld als Abraham

Dr. Henk Post (r) overhandigt het eerste exemplaar van "Job. Een geloofsheld strijdt om recht” aan ds. A. Jonkman. beeld RD
2

Een andere uitleg van Job 42:6 zet het gehele boek Job in een ander licht, aldus dr. Henk Post. Hij gebruikt deze nieuwe exegese in zijn meditatiebundel ”Job. Een geloofsheld strijdt om recht”.

De schrijver van het boek Job doet geen poging om het raadsel van het lijden te beantwoorden, zei Post donderdag bij de presentatie van zijn boek. De auteur, die vier keer promoveerde en voorgaat in kerkdiensten, bood in Veenendaal het eerste exemplaar aan aan ds. A. Jonkman, hervormd emeritus predikant te Veenendaal.

„Het gaat om het geloof in het lijden”, aldus Post. „De centrale vraag is welke invloed het lijden heeft op de omgang met God.” Job is daar volgens hem op een schitterende manier uitgekomen. „Het geloof van Job doet niet onder voor dat van Abraham, de vader aller gelovigen. Job werd op de proef gesteld. Hij riep God ter verantwoording, maar riep ook tot Hem om hulp. Job bleef op God vertrouwen.”

Tijdens de boekpresentatie ging dr. Jaap van Dorp van het Nederlands Bijbelgenootschap in op wat Post schrijft over het boek Job. Oudtestamenticus Van Dorp vertaalde dit Bijbelboek voor de Bijbel in Gewone Taal (BGT). Job 42:6 luidt in de Statenvertaling: „Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en as.” In de BGT staat: „Nu heb ik troost gevonden voor mijn moeilijke leven.” Van Dorp: „Job vindt in het gesprek met God de kracht om zijn leven weer op te pakken. Het troost Job dat God hem niet beschuldigt. Daardoor krijgt hij kracht.”

In zijn boek neemt Post deze uitleg over. Prof. dr. J. Hoek, emeritus hoogleraar gereformeerde spiritualiteit aan de Protestantse Theologische Universiteit, signaleerde verrassende exegesen, waaronder die van de tekst uit Job 42. „Job zegt dat hij stopt met het rechtsgeding tegenover God. Hij aanvaardt Gods wijsheid en doet er het zwijgen toe. Dat betekent niet dat Job berouw had over de positie die hij steeds had ingenomen over zijn zaakgerechtigheid. Hij blijft ervan overtuigd dat hij, hoewel hij in woorden heeft gestruikeld en gezondigd, toch pal gestaan heeft voor een goede zaak. Het is zijn troost dat God hem uiteindelijk daarin in het gelijk heeft gesteld. Hij weet zich door God gecorrigeerd en aanvaardt dat van harte. Tegelijkertijd weet hij zich door God gelegitimeerd. Hoewel hij nog op de puinhopen van zijn leven zit, is hij een dankbaar mens.”

Dr. Hoek noemde ook Job 19:25-27, waar Job zegt dat zijn Verlosser leeft en dat hij Hem zien zal. „Het gaat hier niet om opstaan uit de dood, maar dat God opstaat om Zijn verantwoordelijkheid te nemen door te getuigen en Job te verdedigen. God zal hem rechtvaardigen, zijn zaak afsluiten en hem in eer herstellen. Het gaat hier niet om de Verlosser Die Jobs schuld verzoent maar om de Verlosser Die Jobs onschuld aantoont tegenover de valse beschuldigingen van vrienden die geen echte vrienden blijken te zijn.”

Het derde voorbeeld is Job 9:13-15, waar onder meer staat: „Mijn Rechter zal ik om genade bidden.” Dr. Hoek: „Post merkt in zijn boek op dat diverse vertalingen van deze verzen een inconsistentie vormen in het geheel van Jobs uitspraken. Job blijft er immers op staan dat zijn onschuld wordt bevestigd. Het gaat hier niet om de rechtvaardiging van de goddeloze maar om de rechtvaardiging van de rechtvaardige.”